.          

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik beschrijf enkele methoden om o.a. uit te leggen waar je op moet letten als je diverse methodes gebruikt en om de voordelen die een bepaalde methode heeft naar voren te halen. Ik geef géén overzicht van diverse methoden omdat daar vele boeken over zijn geschreven.

 

 

In dit hoofdstuk laat ik het volgende de revue passeren:

 

 

1.    Methode, doel of gereedschap: Waarom dit hoofdstuk?

2.    De hechting van kinderen: Belangrijk om kinderen een gelukkig leven te geven is de hechting zodat kinderen zelfvertrouwen kunnen opbouwen.

3.    De opvoedkundige methode en de tijd: Ik gebruik de Pikler methode om uit te leggen wat de tijd doet en waar je op moet letten als een methode langer geleden geschreven is. Het is niet mijn bedoeling om de Pikler methode in een negatief daglicht te zetten. Het is een goede methode en ik maak er nog steeds graag gebruik van.

4.    De Self Directed Groupwork Methode: Eerst geef ik uitleg over deze methode en daarna vertel ik wat deze methode kan betekenen in de kinderopvang

5.    Conclusie

 

 

1. Methode, doel of gereedschap

 

 

Er zijn vele methoden geschreven die ons helpen om kinderen op een goede manier op te voeden. Elk van deze methoden kan ons helpen als zijnde het gereedschap dat ons brengt naar ons doel, een gelukkig en zelfverzekerd kind.

 

Dus de methode is niet het doel van de pedagogisch medewerker, maar het is het gereedschap.

 

Het is belangrijk om in de kinderopvang kennis te nemen van de hechtingstheorie en andere methodes die bestaan op het terrein van psychologie en pedagogiek. Omdat de diverse methoden al in vele boeken beschreven zijn zal ik me in dit boek beperken tot de hechtings theorie, de Pikler methode en de Self Directed Groupwork Methode.

 

De reden dat ik deze beschrijf is:

 

1.    Om te laten zien hoe belangrijk het is om kinderen de nodige aandacht te geven geef ik een klein overzicht van de hechtingstheorie van John Bowlby. Deze theorie, die wetenschappelijk onderzocht is door Mary Ainsworth, geeft aan dat kinderen, als ze voldoende gehecht zijn, meer op onderzoek uit gaan en zelfstandiger zijn dan kinderen die onvoldoende gehecht zijn.

2.    Om aan te tonen dat elke methode onderhevig is aan veroudering en dus de verandering in tijd die je in je beoordeling van deze methode mee moet nemen.
De Pikler methode beschrijf ik om aan te geven dat als je een manier gebruikt om goed met de kinderen om te gaan, je deze in perspectief moet zien en niet alles klakkeloos kunt overnemen. Dit omdat de tijd ook veranderd en er nieuwe inzichten zijn die meegenomen moeten worden in het gebruiken van bepaalde methoden.

3.    Om een methode naar voren te brengen die in de kinderopvang nog niet erg gebruikt wordt, maar erg goed is in de beschrijving van bepaalde omstandigheden en hoe er op gereageerd kan worden. De Self Directed Groepwork Methode, een eye-opener.
Deze methode kan heel nuttig zijn in het gebruik om machtsmisbruik te voorkomen en om kinderen weerbaar te maken (het heft in eigen handen nemen). Volwassenen en kinderen kunnen misbruik maken van hun macht ten opzichte van andere kinderen zoals ik hieronder zal beschrijven.

Door kennis te nemen van verschillende opvoedmethoden is men in staat om manieren te kiezen om op bepaalde situaties te kunnen reageren en komt ons doel (het geluk van het kind) een beetje dichterbij.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

2. De hechting van kinderen

Van 1968 tot 1980 heeft John Bowlby een theorie geschreven over de hechting van kinderen. Deze theorie is erg belangrijk geweest voor het besef dat het essentieel is voor kinderen om een goede hechting te krijgen. In onderstaand artikel geef ik weer wat je in de kinderopvang kunt doen met de kennis die men heeft over de hechting van kinderen en wat het effect kan zijn in de kinderopvang.

Dit artikel bestaat uit de volgende onderdelen:

1.    Een goede hechting

2.    Aandacht vragen

3.    Ieder kind heeft aandacht nodig

4.    Hoe vragen kinderen om de noodzakelijke aandacht?

5.    Een slechte hechting

6.    Conclusie

 

2.1. Een goede hechting

Het is voor ieder kind belangrijk dat er op zeer jonge leeftijd een goede hechting is met de opvoeder. Meestel gaat dit ook goed, maar soms is er, door omstandigheden, een slechte hechting ontstaan en dat heeft dan effect op het verdere leven van het kind. Een goede hechting is essentieel. Kinderen die goed gehecht zijn zullen ook zelfvertrouwen opbouwen, hierdoor durven ze op onderzoek uit te gaan. Omdat dit boek geschreven is om kinderen geluk en zelfvertrouwen te wensen is dit een belangrijk onderwerp.

 

 

 

An unattached child, even at the age of three or four, cannot easily attach himself even when he is provided with the most favourable conditions for the formation of a human bond. The most expert clinical workers and foster parents can testify that to win such a child, to make him care, to become important to him, to be needed by him, and finally to be loved by him, is the work of months and years. Yet all of this, including the achievement of a binding love for a partner, normally takes place, without psychiatric consultation, in ordinary homes, and with ordinary babies, during the first year of life...

Selma Fraiberg, psychologe in: Every Child's Birthright: In Defense of Mothering, 1977

 

 

 

Heeft het kind in de eerste jaren genoeg aandacht gekregen en dus zelfvertrouwen opgebouwd dan zal het op latere leeftijd meer zelfstandig spelen en minder aandacht vragen als kinderen die dit gemist hebben. John Bowlby, schrijft over de hechtingstheorie, dat kinderen door voldoende aandacht in de eerste jaren, meer zelfverzekerd en zelfstandiger zijn als kinderen die deze aandacht niet of onvoldoende hebben gehad. Dus als opvoeders kinderen voldoende aandacht geven en deze niet afwijzen zullen deze kinderen gezond opgroeien en daardoor ook rustiger spelen, wat weer rust geeft in bijvoorbeeld een groep kinderen in de kinderopvang.

 

Een slechte hechting kan een klinische of een psychische oorzaak hebben zoals ziekenhuisopname (klinisch), verwaarlozing, mishandeling of psychische aandoeningen zoals autisme of aanverwante stoornissen.

 

 

2.2. Aandacht vragen

 

Als kinderen veel aandacht vragen door naar je toe te komen en opgepakt willen worden (of een knuffel willen) is het belangrijk om ze niet af te wijzen. Door, al is het maar heel even, het kind op zo’n moment aandacht te geven die het vraagt zal het kind zich gerustgesteld voelen en zelfvertrouwen ontwikkelen. Dit kun je doen door het even aan te spreken of belangstellend te zijn naar waar het kind op dat moment mee bezig is. Je kunt het kind even een aai over het bolletje geven of een hand op de schouder leggen. Het hoeft niet lang te zijn, nadien kun je het kind weer laten spelen. Het is in zo’n situatie slecht voor het kind om het steeds af te wijzen omdat het kind dan geen vertrouwen kan opbouwen met de opvoeder, wat belangrijk is voor het zelfvertrouwen.

 

 

 

Depressieve moeder en baby gebaat bij contact 

In Nederland krijgen jaarlijks 20.000 vrouwen na de bevalling een depressie. Hun baby’s hebben meer kans op sociaal-emotionele problemen. Er is steeds meer bewijs dat vroege communicatie tussen ouder en kind cruciaal is bij de ontwikkeling van het kind. De moeder-baby interventie van RIAGG Ijsselland bestaat uit huisbezoeken bij depressieve moeders, met de focus op contact tussen moeder en kind. De interactie en hechting verbetert en dit effect is er na een half jaar nog. (RUN)

(Brabants Dagblad, 30 november 2007)

 

 

 

Een slechte hechting kan verbeterd worden door het kind, zoals ik hierboven aangaf, genoeg aandacht en affectie te tonen zodat het opnieuw aan een persoon kan hechten. Dit kan de ouder zijn, een therapeut, een andere opvoeder of op latere leeftijd een nieuwe partner. Kinderen kunnen zich aan meerdere personen hechten.

 

Als je kinderen te vaak straft als het kind op een negatieve manier aandacht vraagt, zal het ook váker aandacht vragen omdat het niet gehoord wordt en is de opvoeder meer tijd kwijt aan het mopperen op het kind. Als je rustig op het kind reageert en je geeft het kind het nodige gereedschap om op een normale (positieve) manier aandacht te kunnen vragen zal het kind niet zo vaak om aandacht vragen. Het is al immers gehoord en het kind weet dat als er iets is waar het mee zit, dat het naar de opvoeder kan gaan. Het kind krijgt zelfvertrouwen.

 

 

2.3. Ieder kind heeft aandacht nodig

 

“Ik heb het toch altijd gedaan, waarom zou ik het daarom niet doen?”

 

Veel kinderen die druk zijn en onhandig, die veel aandacht nodig hebben, hebben het gevoel dat ze overal de schuld van krijgen. In deze maatschappij worden kinderen die opvallen door hun gedrag door sommige volwassenen niet op dezelfde manier bejegend als kinderen die goed luisteren en rustig zijn. Vaak zijn deze volwassenen afwijzend en negatief (“doe toch eens normaal”) Vaak zeggen deze volwassenen met rust gelaten te willen worden en er is een tendens bij sommige volwassenen, die zeggen dat als ze lief zijn tegen zulke kinderen, dat andere kinderen er dan onder lijden. Vaak vertellen deze mensen dan dat het toch geen zin geeft om lief te zijn tegen een druk kind of ze zeggen dat het kind het niet verdient heeft. Het kind wordt op een stoel of in de hoek gezet zodat de volwassenen er geen last meer van hebben of er wordt tegen deze kinderen gezegd dat ze altijd stout zijn en vervelend. Als deze kinderen maar genoeg op deze manier bejegend zijn gaan ze er zelf in geloven, ze geloven dan dat ze stout zijn of vervelend en daarom gedragen ze zich dan ook zo.

 

Een kind heeft van nature de nodige aandacht nodig en als een kind op een normale manier geen aandacht krijgt zal het op een negatieve manier aandacht vragen. Op deze manier krijgen ze in ieder geval de nodige aandacht. Deze kinderen bouwen daardoor geen zelfvertrouwen op en vragen steeds vaker op een negatieve manier aandacht en de volwassene reageert in bovenstaand voorbeeld op de manier als (“ga weg en ga spelen” of “vraag toch eens niet zo veel aandacht”) vaak is al van jongs af aan op zulke manier op deze kinderen gereageerd. De enige oplossing is om deze kinderen te leren om op een positieve manier aandacht te vragen, waardoor ze zelfvertrouwen op kunnen bouwen en daardoor later niet zo veel aandacht meer nodig hebben. Als kinderen zoals in de hechtingstheorie beschreven is, niet genoeg aandacht krijgen dan kunnen kinderen niet voldoende aan een persoon hechten en zullen ze toch aandacht vragen totdat ze voldoende aandacht krijgen om zelfstandig en zelfverzekerd te kunnen zijn. Dit kan doorgaan totdat de kinderen volwassen zijn. In extreme gevallen, als kinderen verwaarloost zijn of mishandeld, kunnen mensen tot aan hun dood zóveel bevestiging vragen aan de omgeving dat het anderen gaat irriteren. Deze mensen zijn ontzettend onzeker in hun leven en hebben erg weinig zelfvertrouwen.

 

In de kinderopvang zal het kind met pedagogisch medewerkers te maken krijgen en om zich veilig te voelen zal het kind dus aandacht vragen. Als het kind aandacht genoeg krijgt van deze persoon zal het kind rustig kunnen spelen in de wetenschap dat het veilig is en dat er iemand in de buurt is waar het kind naar toe kan gaan als het angstig is en met vragen zit. Het is een soort uitvalsbasis die vertrouwd moet zijn voor het kind. Met het nodige zelfvertrouwen durven ze dan op verkenning uit te gaan, ze weten daardoor dat er altijd iemand is waar ze naar toe kunnen als het te spannend voor ze wordt.

 

Het ene kind is het andere niet en het ene kind heeft behoefte aan meer positieve aandacht om zich veilig te voelen als het andere kind.

 

 

2.4. Hoe vragen kinderen de noodzakelijke aandacht?

 

Kinderen die zich veilig voelen gaan op ontdekkingstocht en kunnen veel beter zelf spelen. Ik heb hieronder een overzicht gemaakt.

 

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Kinderopvang\Files\img36.gif

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Kinderopvang\Files\img38.gif

 

 

 

In bovenstaand voorbeeld kun je duidelijk zien welk van de interventies het beste werkt. In het eerste voorbeeld zal het kind nt zo lang doorgaan tot het de aandacht van de opvoeder heeft, daarna pas stopt het kind. Het kind heeft in dit voorbeeld behoefte aan aandacht en troost, ook al is het maar een hand op de schouder of een aai over het hoofd. In het tweede voorbeeld wordt het kind meteen gerustgesteld en getroost en kan het snel weer verder spelen.

 

Als een kind behoefte heeft aan aandacht en liefde komt het kind naar je toe en wil bij je zijn en als het dan hierin bevredigt is zal het kind uit zichzelf de omgeving gaan onderzoeken. Het krijgt daardoor voldoende zelfvertrouwen en het vertrouwen in de opvoeder zodat het de omgeving durft te verkennen. Als de ouder of opvoeder het kind hierin niet bevestigt dan zal  het kind net zolang naar deze bevrediging gaan zoeken tot het deze krijgt. Een andere (overlevings)strategie van het kind is om zich af te sluiten voor de onveilige gevoelens waardoor het kind op den duur psychische stoornissen zal kunnen gaan ontwikkelen. Het kind kan de behoeftes van de opvoeder gaan bevestigen in de hoop dat het de erkenning en de liefde van de opvoeder krijgt die het nodig heeft. Het is belangrijk dat ook de professionele opvoeder, zoals pedagogisch medewerkers in de kinderopvang, het kind de gelegenheid geeft om zelfvertrouwen op te bouwen door het kind in de gelegenheid te stellen om de aandacht, die het kind nodig heeft, te geven.

 

Kinderen die niet zelfverzekerd zijn zullen altijd blijven vragen of zij het wel goed doen totdat het moment komt dat zij genoeg bevestiging krijgen van de opvoeder. Hoe ouder het kind wordt hoe moeilijker het is voor deze kinderen om te geloven en te beleven dat zij er toe doen doordat het, steeds als ze de moeite nemen om aandacht en liefde te vragen, zij negatieve ervaringen terug krijgen. Het zal steeds moeilijker worden om het nodige zelfvertrouwen en de waardering voor deze kinderen op te bouwen waardoor zij op den duur psychische stoornissen zullen kunnen ontwikkelen zoals een depressie.

 

 

 

Nienke is een kindje van 5 jaar. Bij haar valt op dat het erg hangt aan Jannie de pedagogisch medewerker. Ze gaat niet uit zichzelf iets leuks doen, ze weet nooit wat ze leuk vind. Jannie ziet dat vader niet erg geïnteresseerd is in hoe Nienke haar tijd bij de buitenschoolse opvang besteed, ze krijgen te horen dat alleen moeder zich met de opvoeding bemoeit.

 

 

 

Het zou kunnen dat Nienke in bovenstaand voorbeeld niet voldoende gehecht is in de eerste periode van haar leven. Dit kan doordat zij veel in het ziekenhuis heeft gelegen, dat de ouders niet voldoende aandacht aan het kind besteed hebben of door andere oorzaken. Ook kan het zijn dat Nienke een pleegkind is dat uit een kindertehuis komt en niet genoeg aan haar opvoeders heeft kunnen hechten. Het is in dit geval belangrijk dat Nienke een veilige haven heeft waar het naar toe kan. Als Nienke bijvoorbeeld bij de buitenschoolse opvang is, zou men haar de mogelijkheid kunnen geven dat ze bij iemand terecht kan. Er zou voldoende gezegd moeten worden dat ze de moeite waard is. Daarna zou de pedagogisch medewerker haar voorzichtig kunnen stimuleren om te gaan spelen met de andere kinderen.

 

Een kind dat niet voldoende gehecht is heeft het vertrouwen nog niet dat het veilig kan spelen zonder dat ze de opvoeder zien. Het moet steeds een bevestiging hebben dat het goed is wat het aan het doen is. Het kind zal eerst meer zelfrespect en zelfvertrouwen op moeten bouwen wil het net zo goed kunnen functioneren als de andere kinderen.

 

 

2.5. Een slechte hechting

 

De verlatingsangst van Jan

 

Er zijn kinderen die de ervaring hebben dat ze verlaten zijn door een of beide opvoeders. Deze kinderen kunnen een flinke angst ontwikkelen om verlaten te worden. Als kinderen (voor een langere tijd) verlaten worden door een of beide ouders is dit vaak een traumatische ervaring. Zeker als de hechting al niet zo goed was dan zal het kind geen of erg moeilijk vertrouwen kunnen opbouwen met (andere) volwassenen. Jan was zo’n kind. Hij was een kind die, als je hem zag, steeds de grenzen van een opvoeder zocht om te kijken of deze (door zijn gedrag) hem afwees. Als hij dan ook afgewezen werd dan kon hij tegen zichzelf zeggen: “zie je wel, ik ben de moeite niet waard, iedereen gaat bij me weg”. Jan was naar buiten toe erg negatief ingesteld, op alles wat men tegen hem zei deed hij erg grof terug. Het leek wel of hij het niet leuk vond dat iemand positief tegen hem deed. Misschien was hij bang om de nieuwe positieve gevoelens bij hem te ontdekken met de angst dat deze weer weggenomen zouden worden. Bij zulke kinderen zul je erg veel geduld moeten hebben om resultaat te krijgen. Het allerbelangrijkste is om hem het vertrouwen terug te geven in zichzelf en in anderen door rustig te blijven, ook al zijn deze kinderen erg negatief.

 

 

 

Een stagiaire vertelt dat ze bij een andere organisatie stage moest lopen. Ze kreeg daar te horen dat ze de kinderen in het kinderdagverblijf niet mocht knuffelen omdat dit aan de ouders voorbehouden was (vond men daar).

 

 

 

Baby laten huilen of eerder ingrijpen?

 

Kinderen geven aan hoeveel (positieve) aandacht ze nodig hebben. Baby’s vragen nog erg veel aandacht. Als een ouder laat zien dat het genoeg heeft van al dat gehuil dan zal de baby dit als negatief ervaren en zal om positieve aandacht gaan vragen. Ga op tijd naar de baby toe en je zult merken dat het kind minder aandacht zal vragen. Naarmate het kind ouder wordt zal het minder aandacht nodig hebben (mits deze genoeg positieve aandacht krijgt), het kind wil zichzelf graag bezig houden en op ontdekkingsreis kunnen gaan. Een kind heeft genoeg positieve aandacht nodig om zich te kunnen ontwikkelen tot een zelfverzekerd mens.

 

Hoe ziet de scheidslijn er uit van negatieve, goed of te weinig aandacht?

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Kinderopvang\Files\img3E.gif

 

 

 

 

Te veel aandacht bestaat niet, je kunt een kind wel verstikken door het te veel vast te willen houden of het kind te dicht bij je te willen houden. Het kind zal dit dan ook als negatief gaan ervaren en zal een poging doen om van de schoot af te komen en “vrij” te kunnen spelen.

 

 

2.6. Conclusie

 

Duidelijk is het dat als een kind slecht gehecht is, het ongelukkig wordt doordat het geen zelfvertrouwen kan opbouwen. Het kind kan daar in het latere leven erg veel last van hebben en zelfs psychisch erg onder lijden. Een goede hechting is essentieel voor een kind om psychisch gezond te kunnen zijn. Als een kind goed gehecht is, is er een belangrijke stap gezet in het doel dat we ons stellen, een gelukkig leven leiden.

 

(John Bowlby, Attachment and Loss, 1968-1980)

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

3. De opvoedkundige methode en de tijd

In dit artikel ga ik in op de manier waarop je met verschillende methodes om kunt gaan als deze lang geleden geschreven zijn. Ik gebruik de Pikler methode omdat deze net als vele andere methoden lang geleden geschreven zijn en de tijd hierin een rol speelt. Zelf gebruik ik naast andere methodes de Pikler methode omdat deze methode de zelfredzaamheid van het kind bevordert en de hechting van het kind stimuleert. De Pikler methode is daarom een erg goede methode om toe te passen en past in het kader van dit boek als zijnde een opstapje naar het doel dat mij voor ogen staat, n.l. het geluk van het kind. Voor verdere uitleg over de methode van Emmi Pikler verwijs ik naar de Emmi Pikler Stichting Nederland die een uitgebreid assortiment aan documentatie heeft. ( http://pikler.nl/ )

Om uit te leggen wat tijd doet in het kader van de verschillende methodes geef ik voorbeelden, in dit geval uit de Pikler Methode. De volgende voorbeelden komen aan de orde:

1.    Het glas versus de tuitbeker

2.    Een andere omgeving

3.      Conclusie

 

3.1. Het glas versus de tuitbeker

Met de Pikler methode kun je de zelfredzaamheid van de kinderen versterken waardoor deze meer zelfvertrouwen ontwikkelen. Kinderen leren met deze methode in een vroeg stadium om dingen zelf te doen zoals het zelf drinken, aankleden of schoenen strikken.

Ook de hechting aan personen, zoals de pedagogisch medewerker, wordt door deze methode versterkt. Doordat er één op één gewerkt wordt als het kind de fles krijgt, eet of een schone luier aan krijgt, en ook de nodige aandacht die erbij gegeven wordt, kan het kind aan de persoon(en) hechten die hiervoor moet(en) zorgen.

Mensen die de hechtingstheorie van Bowlby kennen zullen weten dat de kinderen die voldoende gehecht zijn ook eerder zelfstandig de wereld gaan verkennen. Als bijkomend voordeel kunnen de pedagogisch medewerkers de tijd dat de kinderen voor zichzelf zorgen aan andere kinderen besteden. Bijvoorbeeld andere kinderen coachen in hun zelfredzaamheid.

 

 

 

Het criterium voor een goede ontwikkeling is niet hoe vroeg een kind (baby) een bepaalde beweging heeft aangeleerd maar veeleer hoe zelfverzekerd het die beweging probeert en oefent, en hoe veelzijdig en harmonieus het deze uitvoert.

Anna Tardos, kinderpsycholoog, en Myriam David, kinderpsychiater, in: De Visie van Emmi Pikler (respectvolle verzorging, vrije bewegingsontwikkeling), Stichting Emmi Pikler Fonds, 2002

 

 

 

Als men kiest om te gaan werken op de manier van Emmi Pikler dan zal men ook moeten kijken wat er in de wetenschap nog meer onderzocht is op dat gebied. Emmi Pikler was in haar tijd revolutionair en modern, maar er zijn verschillende aspecten in haar aanpak die beter kunnen omdat er nieuwe ontwikkelingen zijn geweest ná haar studie. Als voorbeeld neem ik het geven van drinken uit een glas aan een baby.

Met een glas wordt er veel geknoeid dus men kan niet zien hoeveel de baby/peuter gedronken heeft. In het verleden zag men dat de baby/peuter stukjes uit het glas beet en dat kon gevaarlijk zijn. In de tijd van Emmi Pikler was er geen andere optie, er waren nog geen plastic  (tuit)bekers. Er zijn daarom speciaal voor deze jonge kinderen bekers ontwikkeld die veel veiliger waren als het glas dat voorheen werd gebruikt. Is er iets op tegen om een baby uit een glas te laten drinken? Nee, als het tenminste niet in conflict komt met de mogelijkheden die een baby heeft en de veiligheid voorop staat. Sommige kinderen zijn bijvoorbeeld wat later in de motorische ontwikkeling, het vastpakken van een glas kan dan nog te moeilijk zijn en het kind laat het voortdurend vallen. Ook kan het zijn dat het kind op mentaal gebied nog niet rijp genoeg is en laat het glas steeds vallen als het de aandacht verlegt. In zulke gevallen kan een tuitbeker een oplossing zijn omdat het kind deze gemakkelijker in de hand kan houden en als het op de grond valt gaat de beker niet stuk en het drinken blijft er in zitten. Ook voor kinderen die bijten op het glas is een tuitbeker ideaal, deze kunnen dan geen glas in hun mond krijgen. Dus, het kan geen kwaad om te proberen om het kind uit een glas te laten drinken, maar maak er geen halszaak van als het nog niet lukt en pak eventueel een tuitbeker zodat het kind toch zelfstandiger kan worden.

 

 

 

Er zijn organisaties waarbij het kind uit een glas moet leren drinken als het nog erg jong is, en als de kinderen dit eenmaal kunnen, gaat men over naar een plastic beker. Het argument om het kind zelfstandiger te maken door uit een glas te laten drinken geld dan schijnbaar niet meer.

 

 

 

De (tuit)beker is in de loop van de tijd steeds verbeterd, het gebruik van een tuitbeker komt de zelfredzaamheid van het kind dan ook ten goede, het kan daardoor meer zelfvertrouwen ontwikkelen.

1.    De voordelen van een tuitbeker t.o.v. een glas op een rij:

2.    Er kunnen geen stukjes uit gebeten worden zoals bij een glas

3.    De baby/peuter kan de tuitbeker goed vasthouden omdat deze twee oren heeft

4.    De baby/peuter kan er goed uit leren drinken zonder al te veel te knoeien doordat het een (goedsluitende) deksel heeft met een tuit.

5.    Men kan zien wat de baby/peuter aan drinken op heeft, ook als de beker een keer op de grond valt

6.    De tuitbeker kan niet stuk vallen in tegenstelling tot een glas. Kinderen lopen dan niet meer het gevaar om in stukjes glas te lopen als de beker op de grond is gevallen

 

 

 

Men moet methoden altijd in het juiste perspectief zien en in de tijd plaatsen waarin deze gebruikt werd.

 

 

 

3.2. Een andere omgeving

Ook is het belangrijk om te weten in welke setting de methode wordt gebruikt, bijvoorbeeld Emmi Pikler had een kindertehuis, dus de kinderen waren daar dag en nacht.

De methode die Emmi Pikler aanwende om deze kinderen een goede jeugd te geven kon niet door anderen worden verstoord.

Kinderen van het kinderdagverblijf komen ’s morgens van huis af en worden door de ouders afgezet, ’s avonds komen de ouders het kind weer halen. Het kind is dus een hele tijd onder invloed van de ouders die vaak een andere opvoedingsmethode toepassen als het kinderdagverblijf. Dat wil zeggen dat kinderen veel kunnen verschillen met de kinderen die onder de hoede waren van Emmi Pikler. Het valt te begrijpen dat organisaties het beste willen voor de kinderen, maar doordat er verschillen zijn in opvoeding bij hun ouders, zijn er ook veel kinderen die verschillend reageren. Dat wil zeggen dat er kinderen zijn die bijvoorbeeld extra aandacht nodig hebben op bepaalde gebieden in hun ontwikkeling en gedrag. Hier zal ook rekening mee gehouden moeten worden. De methode van Emmi Pikler is een goede methode die gebruikt kan worden als middel (gereedschap) om goed met kinderen om te gaan, maar het mag nooit een doel op zich worden. Dan zul je het doel voorbij streven, het doel om de kinderen in hun ontwikkeling te begeleiden, om ze zelfstandig te laten worden, wat ieder kind op zich nodig heeft.

Men mag er dus niet van uitgaan dat je dezelfde resultaten krijgt in de kinderopvangsituatie als in en kindertehuis omdat men in een kindertehuis geen invloeden heeft van ouders.

In voorgaand schrijven wil ik geen commentaar leveren op de Pikler methode, maar op de manier waarop verschillende organisaties deze (willen) toepassen. Laat ik even duidelijk zijn…

De Pikler methode is een goede methode, deze methode geeft het kind de gelegenheid om op zijn/haar eigen tempo zichzelf te ontwikkelen omdat er een goede hechting plaatsvindt en het kind de aandacht krijgt die het nodig heeft. Kijk alleen verder dan het boek van Emmi Pikler, wat is er in de tijd tussen dat het boek verscheen en nu veranderd/verbeterd. Als men hierop let dan kun je met een gerust hart de Pikler én andere methoden toepassen.

 

Wat ik jammer vind is, dat de Pikler methode vaak alleen gebruikt wordt voor kinderen in het kinderdagverblijf en niet voor kinderen die ouder zijn zoals kinderen die naar de buitenschoolse opvang gaan. Ook hier is het van belang dat kinderen in hun eigen tijd zich kunnen ontwikkelen en zelfvertrouwen moeten krijgen door zelfstandig te worden zoals Pikler voorstaat. Dat houdt niet op als je 4 jaar bent.

 

3.3. Conclusie

De Pikler methode is een uitstekende methode om kinderen hun zelfvertrouwen op te kunnen bouwen en de hechting van het kind met de pedagogisch medewerker te stimuleren. Deze methode werkte uitstekend in de situatie van een kindertehuis omdat de ouders geen of erg weinig invloed hadden op de omgang en opvoeding van de kinderen. Het geluk van de kinderen stond voorop en dit is een belangrijke conclusie die ik voor 100% onderschrijf. Het is echter al jaren geleden dat Emmi Pikler haar bevindingen beschreef en liet publiceren. In de tussentijd zijn er nieuwe ontwikkelingen op industrieel gebied gebeurd zoals de ontwikkeling van een tuitbeker. De Pikler methode is in een tijd geschreven waarin de ontwikkeling van de tuitbeker nog niet aan de orde was. De situatie die Emmi Pikler beschreef waren ideaal in een kindertehuis maar kan niet een op een overgenomen worden in de kinderopvangsituatie. Belangrijke conclusie is daarom dat men moet nadenken over de methode die men wil gebruiken en kijken of er hier en daar wat aanpassingen nodig zijn als men ziet dat er ten voordele van het kind in de loop van de tijd verbeterde alternatieven zijn.

Emmi Pikler (1902-1984), Baby’s in beweging, werken volgens Emmi Pikler in de kinderopvang, Emmi Pikler Nationaal Methodologisch Instituut voor Residentiele Kindertehuizen – Hongarije) ( http://pikler.nl/ )

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

 

4. De Selfdirected Groepwork methode

 

In dit artikel beschrijf ik:

 

Wat houdt deze methode in? Het opkomen voor zichzelf (empowerment) en de hulp daarbij.

Wat houdt deze methode in? Het opkomen voor zichzelf (empowerment) en de hulp daarbij. Wat betekent deze methode in de kinderopvang? Verschillende machtsposities in beeld. Wat kan men nog meer doen met deze methode? Het helpen van kinderen met hun zelfvertrouwen door gebruik te maken van de groep. Wat betekent deze methode in de kinderopvang? Verschillende machtsposities in beeld.

 

  1. Wat houdt deze methode in? Het opkomen voor zichzelf (empowerment) en de hulp daarbij.
  2. Wat betekent deze methode in de kinderopvang? Verschillende machtsposities in beeld.
  3. Wat kan men nog meer doen met deze methode? Het helpen van kinderen met hun zelfvertrouwen door gebruik te maken van de groep.

 

 

4.1.      Wat houdt deze methode in?

 

Deze methode sterkt mensen in het (opnieuw) opbouwen van zelfvertrouwen. Het geeft mensen het leven in eigen handen door gebruik te maken van de groep. Een groep van mensen die zich goed in kunnen leven in de situatie van deze persoon doordat ze in dezelfde situatie zitten. De Self Directed Groupwork methode is goed toepasbaar in groepen en zal resulteren in het weerbaar maken van personen tegen misbruik of onderdrukking.

 

In deze methode spreekt men van empowerment wat wil zeggen dat men zich weerbaar kan maken tegen misbruik van macht, het in handen nemen van het eigen leven.

 

Omdat misbruik van macht ook verborgen en zelfs subtiel kan zijn, zoals in opvoedings-situaties, is het belangrijk dat het kind zich weerbaar kan maken en inzicht krijgt in verschillende situaties.

 

 

De Selfdirected Groupwork Methode staat voor:

 

  1. Personen de mogelijkheid geven om hun eigen problemen te definiëren.
  2. Personen hun eigen doelen te laten bepalen en daarop actie te ondernemen.
  3. Samen met anderen een kant op te gaan die men zelf gekozen heeft.

 

 

Het zelfbewust worden is cruciaal om mensen wakker te schudden van hun “slavernij”, en te bevrijden en kiezen voor een eigen weg. Het versterken van de eigen macht (zelfvertrouwen) tegen misbruik of discriminatie.

Met misbruik en discriminatie wordt in deze bedoeld: racisme, machtsmisbruik (ook in het werk), tegen seksuele oriëntatie, klasse, leeftijdsdiscriminatie, ziekte enz. Zowel sociaal (in de maatschappij) als in de persoonlijke levenssfeer (in de thuissituatie, privé)

Empowerment van personen in een groep is belangrijk omdat men in een groep steun kan vinden en van elkaar kan leren. Dit is een krachtig instrument, wat ikzelf ook ervaren heb in de kinderopvang. Als voorbeeld geef ik de situatie van een 9 jarig meisje dat erg onzeker was, zich lelijk en niet goed genoeg voor een ander vond, ze had een erg negatief zelfbeeld. Door gebruik te maken van de groep om haar te steunen in “een positief zelfbeeld te creëren” is het gelukt om dit meisje meer zelfvertrouwen te geven om weer een leuke en vrolijke meid te worden. De kinderen in de groep, vooral de meisjes hebben haar erg gesteund.

 

 

 

Het afwijzen van bepaalde bevolkingsgroepen omdat ze anders zijn kan als resultaat hebben dat ze weggezogen worden in hun onvermogen. Het onvermogen om er mee te leren omgaan. Alle kansen om controle te hebben over hun eigen leven wordt hen dan ontnomen.

Audrey Mullender en Dave Ward, Self Directed Groupwork, Users take action for empowerment, Whiting & Birch Ltd, 1998

 

 

 

De Self Directed Groepwork methode kenmerkt zich doordat je op een bepaalde manier vragen kunt stellen. Door deze vragen te stellen kan men er achter komen:

 

  1. wat is er mis met me
  2. hoe kan ik het verwoorden
  3. wat heb ik nodig
  4. hoe kan ik het probleem oplossen

 

Door vragen te stellen en zich te wapenen kan men meer zelfvertrouwen opbouwen en ervoor zorgen dat men hier niet zoveel last meer van ervaart. De woorden hoe, wat en waarom komen in deze methode dan ook veelvuldig voor. Zoals:

 

Wat is er aan de hand?

 

Waarom is dit zo?

 

Hoe kan ik ervoor zorgen dat het beter met me gaat?

 

Door de manier waarop je iets zegt kun je het kind het idee geven dat het zelf op bepaalde dingen komt. Je kunt jezelf afvragen hoe je dingen kunt formuleren zodanig dat het kind denkt dat deze het zelf bedacht heeft. Als een kind achter een bepaald standpunt staat (omdat het denkt dat het zelf bedacht is) dan zal het er meestal naar handelen.

 

In de Self Directed Groupwork methode kun je de cliënt sturen naar de juiste richting, zonder dat deze er van bewust is dat die gestuurd wordt n.l. in de richting van de zelfsturing. Ik heb in het verleden met tieners gewerkt en door middel van het zelf doen kon ik de tieners zover krijgen dat ze me na deden. Ook door enthousiast te zijn kun je kinderen ergens enthousiast over maken. Je kunt jezelf bijvoorbeeld als voorbeeld nemen in bepaalde situaties.

 

 

4.2. Wat betekent deze methode in de kinderopvang?

 

Hieronder zal ik voorbeelden geven hoe je in de kinderopvang deze methode kunt gebruiken.

 

Allereerst zal men moeten weten wat de definitie is van macht zodat niet iedereen een andere betekenis aan macht geeft. Ook zal men diverse machtsverhoudingen moeten kunnen doorzien.

 

 

 

Misbruik van macht
---------------------------------------------------------------------
Macht = eigenbelang
Macht = het belang van de bevooroordeelde

 

 

 

Er zijn diverse machtsverhoudingen:

 

Opvoeder

► kind

(verschil in generatie)

Ouder kind

► jonger kind

(verschil in leeftijd en grootte)

Zelfverzekerd kind

► verlegen kind

(verschil in mentale gesteldheid)

Sterk kind

► zwak kind

(verschil in fysieke gesteldheid)

 

Als een kind iets wil hebben dat een ander kind heeft en de machtsverhouding is als verlegen versus vol zelfvertrouwen dan zal het kind met het meeste zelfvertrouwen het meestal winnen. Dus als een pedagogisch medewerker ziet dat een kind dat veel zelfvertrouwen heeft iets wil wat een ander kind heeft met weinig zelfvertrouwen dan kan deze pedagogisch medewerker:

 

  1. Het kind dat verlegen is leren om voor zichzelf op te komen (door zich groot te maken en met besliste en harde stem te zeggen dat hij/zij dit niet wil)
  2. Het kind dat veel zelfvertrouwen heeft leren om behoeftes uit te stellen en leren wachten tot het andere kind niet meer wil spelen met het speelgoed. Ook kan dit kind leren om sociaal te zijn en rekening leren houden met de ander, zich in te leven in de ander.

 

Wanneer gebruikt men te veel macht?

 

Rekening houden met elkaar is géén machtsmisbruik. Als een kind van de ouder alles zelf op moet ruimen wat deze heeft gebruikt is dit een leerproces en dit is dan ook prima. Moet een kind alles opruimen van iedereen, dus ook van broers en/of zussen of ouders kan dit misbruik zijn van macht tenzij de ouder of broer en/of zus gehandicapt of door een andere oorzaak niet kan opruimen, dan hoort het weer onder “rekening houden met elkaar”. Het is nog een verschil of dit eenmalig is of dat het kind dit altijd zou moeten doen.

De scheidslijn tussen wat je van het kind mag verwachten en wat niet, ligt in datgene wat het kind op een bepaalde leeftijd aan vaardigheden zal moeten kennen. Heeft het kind nog niet voldoende vaardigheden dan zal de opvoeder daar geduld voor moeten opbrengen en er nog aandacht aan moeten schenken.

 

Er zijn legio voorbeelden te noemen waarin misbruik wordt gemaakt van macht ten opzichte van het (zwakkere) kind. De taak van de pedagogisch medewerker is om dit soort situaties te herkennen zodat er ook actie op ondernomen kan worden. Ook het herkennen van misbruik van macht bij zichzelf kan al een hele verbetering zijn voor het kind.

 

Het kind moet ontzettend veel regels leren kennen in het leven. Dat van het eigen bestaan om te overleven, dat van het gezin, school en maatschappij. Overal dient het kind de regels te kennen en daarvoor dus de nodige vaardigheden te leren. Op het punt dat de ouders/opvoeders of maatschappij de regels alleen voor eigen gewin (niet in het belang van het kind) gebruiken is men over de streep van goed opvoeden en zal er machtsmisbruik ontstaan.

 

Waarom wil iemand macht over het kind?

Omdat men ervaren heeft wat machtsmisbruik is in de eigen situatie?

 

Veel mensen beseffen niet in welke machtspositie ze zitten en dat het erg gemakkelijk is om hier misbruik van te maken en regelmatig gaat dit ook onbewust. Het is dan ook zaak om dit te leren herkennen.

 

Het machtsspel van volwassenen:

 

“Omdat ik het zeg!”

“Je hebt maar respect voor me te hebben!”

“Je hebt maar naar me te luisteren!”

“Doe dit!”

“Ruim dat eens op!”

 

Als volwassenen in een groepje met elkaar staan te praten zal niemand er iets van zeggen, zijn het echter tieners en wordt de politie erbij gehaald zodat deze tieners worden weggestuurd dan is dit een zuivere vorm van machtsmisbruik. Maken de tieners echter rommel en veel lawaai, dan kan men er iets van zeggen. Als dit niet voldoende helpt dan is de oproep van de politie gerechtvaardigd, dus dan is dit geen machtsmisbruik.

 

Regelmatig zie je dat volwassenen meer macht gebruiken als nodig is in de opvoeding.

Als een collega tegen je zegt “doe dit!” dan zul je vaak terugzeggen:”doe het zelf” en op z’n minst zul je het denken. Als men tegen kinderen zegt “doe dit!” dan wordt van ze verwacht dat ze doen wat je zegt. Er wordt regelmatig niet eens op een nette manier gevraagd of ze dit uit eigen beweging zouden willen doen. Tegen kinderen wordt vaak terecht of onterecht gezegd “ruim dat eens op!” of “raap dat eens op!” en dat moeten kinderen heel normaal vinden. Volwassenen pikken dit niet meer en terecht, maar waarom wordt dat van kinderen dan wel verwacht?

 

 

Tot hoever mag een kind een eigen wil of mening hebben?

Mag een kind zeggen, dat wil ik niet?

 

Het is in ieder geval belangrijk voor een kind dat het voor de eigen integriteit op komt!

 


Je moet kinderen niet harder aanpakken als hoogst noodzakelijk omdat je anders de kans hebt dat de kinderen aan de straf wennen. Kijk eerst naar het doel wat gehaald moet worden en kijk wat je daar voor nodig hebt, dus gebruik niet meer macht als nodig is om een bepaald doel te bereiken. Als een kind op moet ruimen, vraag dan eerst op een vriendelijke manier of het op wil ruimen, probeer het eerst op een positieve manier klaar te krijgen. Je kunt bijvoorbeeld een lied gaan zingen voor kleine kinderen, dat gerelateerd is aan het opruimen. Iedere keer als je dan gaat opruimen kun je dat lied gaan zingen. Het voordeel hiervan is dat kinderen van jongs af aan leren dat opruimen niet altijd vervelend hoeft te zijn, het kan best een gezellige bezigheid zijn als je het samen met het kind doet. Ga je al bij voorbaat commanderen dan zul je zien dat kinderen een hekel krijgen aan opruimen, zeker als ze dat alleen moeten doen, dat is saai. Kinderen kunnen dan hun macht gebruiken om aandacht te krijgen op een negatieve manier en dat is niet je bedoeling. Je werkt dan slecht gedrag in de hand terwijl dit niet nodig is.

 

In de reële wereld zijn er kinderen die volwassenen kunnen manipuleren. De volwassene zal moeten leren doorzien wat kinderen willen en kunnen en daarop moeten reageren. Belangrijk in deze is dat de machtsverschillen geminimaliseerd worden waardoor er een open en gelijkwaardige omgang kan plaatsvinden. Kinderen moeten leren om met elkaar en met volwassenen om te gaan zonder te hoeven strijden. Over het algemeen zijn volwassenen geestelijk en lichamelijk sterker dan kinderen. In dit boek probeer ik volwassenen en kinderen  bewust te laten worden van de diverse machtsverschillen die er zijn en hoe je daar mee om zou kunnen gaan. Het duidelijk maken hoe de maatschappij in elkaar zit en daar op de juiste manier mee om te gaan is van groot belang om een zelfbewust persoon te worden.

 

Machtsverhoudingen kunnen altijd worden misbruikt en het is de taak van de pedagogisch medewerker om dit niet te laten gebeuren.

 

Men kan anders zijn in o.a. karakter, godsdienst of lichamelijke en geestelijke kenmerken (inclusief diverse lichamelijke en geestelijke verschillen en/of handicaps). Er zijn nog te veel mensen die zich er aan ergeren dat mensen anders zijn en dat is jammer. Het feit dat mensen anders zijn als jij is een rijke ervaring, het is een onderdeel van onze maatschappij. Het geeft een goed gevoel als je mensen die anders zijn kunt begrijpen en respecteren. Mensen die anders zijn willen ook graag gerespecteerd en geaccepteerd worden anders vallen ze regelmatig buiten de boot en wordt hun leven een gevecht tegen discriminatie. Ook kinderen die anders zijn willen geaccepteerd worden in deze maatschappij en daar hebben ze ook recht op. Het is belangrijk dat de pedagogisch medewerker zorgt dat kinderen respect voor elkaar kunnen opbrengen, ondanks dat er verschillen zijn in opvoeding, geloof of andere kenmerken.

 

 

4.3. Wat kan men nog meer doen met deze methode?

 

De manier waarop de Self Directed Groupwork methode werkt kun je ook gebruiken om andere doelen dan het tegengaan van machtsmisbruik te bereiken. Zo kan men door middel van vragen als Hoe…, wat… en waarom… zichzelf afvragen hoe men verschillende doelen kan bereiken zoals zelfrespect bij kinderen.

 

Gebruik de kracht van de groep zonder te pushen. Als iemand een fout heeft gemaakt praat daar dan over met de betreffende persoon in het bijzijn van de groep. (niet persé aan de tafel met iedereen erbij, maar het kan op gehoorafstand) In het begin zal het kind misschien verlegen zijn, maar naarmate je dit meer doet en dit een natuurlijk gevoel geeft (iedereen maakt fouten, van fouten kun je leren) zullen de individuele groepsleden het gevoel krijgen dat ze niet alleen staan. “He, die ander maakt dezelfde fout als ik, ik ben dus niet de enige”. De groep zal dan vaak positief reageren door het groepslid te helpen omdat ze zelf ook in dezelfde situatie zitten of gezeten hebben. De groepsleden begrijpen elkaar en kennen elkaars gevoelens. Omdat ze geleerd hebben dat fouten maken niet erg is en dat je “medestanders” hebt, zullen groepsleden niet zo bang en verlegen zijn, ze zullen zich niet zo snel meer schamen over het feit dat ze een fout hebben gemaakt. Ze zullen eerder proberen van de fouten, die ze hebben geleerd te erkennen, bij zichzelf te herstellen en ervan leren. De steun van de groepsleden is hierin erg belangrijk.

 

Om kinderen te helpen met hun zelfvertrouwen, om hun problemen op te kunnen lossen, is in een groep samenwerken een zeer sterk instrument. Zoals ik al beschreven heb in dit hoofdstuk kun je daar erg goed gebruik van maken. “Ik hoef het niet alleen te doen”, “Ik sta niet alleen” en “Ik ben niet de enige met dit probleem” geeft het kind het gevoel dat ze inderdaad niet alleen staan en geeft de kinderen weer zelfvertrouwen.

 

 

 

 

Darine, 6 jaar, plast in haar broek en schaamt zich verschrikkelijk zodat ze moet huilen. Omdat Carla, de pedagogisch medewerker, haar (in het bijzijn van de groep) vertel dat ze vroeger toen ze klein was ook wel eens in haar broek had geplast. Ze vertelt dat als mensen maar lang genoeg gekieteld worden ze ook in de broek plassen van het lachen. Hierdoor beginnen de andere kinderen ook aan het gesprek deel te nemen. Eerst vertelt Gosewien dat ook zij wel eens in haar broek heeft geplast en daarna vertelt Jannie dat ze ’s nachts in haar broek plast en daarvoor een wekker nodig heeft. Darine wordt getroost door iedereen in haar buurt en ze begint te accepteren dat ze niet alleen staat. Darine krijgt hierdoor een beter gevoel en begint te accepteren dat ze niet alleen staat, ze hoeft nu niet meer te huilen

 

 

 

Er wordt wel eens gezegd “pedagogisch medewerkers zijn doeners”, sommige daarvan denken in korte termijn. “Ik zie iets en reageer daarop” terwijl het beter is om eerst na te denken over wat er aan de hand is,  “ik zie iets, wat zou er aan de hand zijn?” of “hoe kan ik dit probleem oplossen, op zo ’n manier, dat het kind of kinderen er iets van kunnen leren zodat ze niet meer zoveel last hebben van het betreffende probleem? Kinderen laten nadenken over het ontstane probleem en eventueel een oplossing voordragen zodat de kinderen een goede beslissing kunnen leren maken, kun je leren door de Self Directed Groupwork methode toe te passen. Door de hoe, wat en waarom vragen te hanteren.

 

 

4.4.      Conclusie

 

De Selfdirected Groupwork methode is een sterk instrument om kinderen te leren over hoe men machtsmisbruik kan voorkomen. Er zijn diverse machtsverschillen zoals ik heb laten zien. Ook discriminatie is een vorm van machtsmisbruik. De Self Directed groupwork methode kan ook gebruikt worden om andere doelen als het voorkomen van machtsmisbruik te dienen. Groepsleden kunnen elkaar helpen en het kan de band met elkaar versterken.

(Audrey Mullender en Dave Ward, Self Directed Groupwork, Users take action for empowerment, 1998)

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

5. Conclusie:

 

Om de kwaliteit in de kinderopvang te verbeteren zal men meer over pedagogie en psychologie moeten weten zodat de pedagogisch medewerker weet waarom er op een bepaalde manier moet worden gewerkt. Ook zal de pedagogisch medewerker moeten weten dat iedere theorie een handvat is en geen wet. Het kan gebruikt worden als gereedschap dat je kunt gebruiken om een doel te kunnen bereiken. Er kunnen meerdere methoden door elkaar gebruikt worden. Oude en nieuwe theorieën naast elkaar. Men moet leren beseffen dat als een theorie 50 jaar of ouder is, dat deze enigszins aangepast zal moeten worden naar de moderne tijd met nieuwe ondervindingen en onderzoekingen die wetenschappelijk bewezen zijn.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif