.          

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In dit hoofdstuk staan enkele tips en voorbeelden over de omgang met kinderen, de volgende onderwerpen komen ter sprake:

1.    Wanneer reik je het juiste gereedschap aan?

2.    Iedereen hetzelfde behandelen? Zijn er verschillen in de omgang met diverse kinderen?

3.    Spiegeling van gevoelens. Wat houdt dit in?

4.    Tijdsbesef, verlangens leren uitstellen. Hoe doe je dat, en wanneer?

5.    De eetcultuur in een kinderdagverblijf. Dwingen of zelf bepalen?

6.    Kind en concentratie. Wie past op wie?

7.    Het stressniveau verlagen zodat het kind beter functioneert. Beter omgaan met problemen.

8.    Positieve reacties op negatief gedrag? Het effect van positieve- en negatieve aandacht.

9.    Positieve benadering. Drie gouden regels van Martine Delfos.

10. Optreden bij ongewenst gedrag. Wat is het doel dat je wilt bereiken?

11. Is het kind oud genoeg om uitleg te krijgen over hun gedrag? Hoe oud moet je eigenlijk hiervoor zijn?

12. Voorleven. Waarom is dit belangrijk?

13. Regels stellen. Hoe doe je dat?

14. Conclusie.

 

 

1. Wanneer reik je het juiste gereedschap aan?

Het juiste gereedschap is dátgene wat een kind op een bepaald moment in hun leven aan vaardigheden zou moeten kennen. Door het juiste gereedschap aan te rijken zullen kinderen zich goed kunnen ontplooien en daardoor ook gelukkiger worden.

 

Wanneer geef je kinderen het juiste gereedschap?

Een pasgeboren baby hoef je nog niet te leren hoe het moet lopen, die heeft eerst ander gereedschap nodig. De baby is er nog niet aan toe en het heeft daarom ook nog geen zin om dat te pushen. Een kindje van ruim anderhalf jaar echter, dat nog niet veel beweegt, geen aanstalten maakt om de benen en armen te gebruiken of om te leren kruipen is laat.

Het ligt aan het kind hoe ver deze is in de ontwikkeling, alles moet stap voor stap geleerd worden, zonder te forceren en het moet aangepast worden aan de leeftijd en aan de mogelijkheden van het betreffende kind.

Mocht het kind beginnen met nieuwe vaardigheden dan is het belangrijk om het te bekrachtigen in de pogingen die ze doen om tot het juiste resultaat te komen. Veel positieve beloningen in de vorm van complimenten is noodzakelijk wil je een goed resultaat bereiken. Als een kind niet uit zichzelf bepaalde vaardigheden leert, die het kind zou moeten kennen, dan kun je daar extra aandacht aan schenken zonder te pushen.

Als je een pasgeboren baby ziet dan merk je dat de baby veel onwillekeurig beweegt met handen en voeten en dat het gefascineerd is door de stem van bekenden zoals de ouders of een vaste opvoeder. Later heeft de baby meer aandacht voor de eigen handen en voeten en is het ook geïnteresseerd in gezichten van mensen, het zal mensen om zich heen leren herkennen.

Als het kind er aan toe is zal het interesse tonen naar de dingen om zich heen zoals het zachte knuffelbeest of de rammelaar dat dicht bij de baby gelegd is. Baby’s zijn nieuwsgierig naar wat er om zich heen gebeurd en kijken rond tot op een gegeven moment de baby begint te draaien richting het speelgoed. Het zal dan niet lang meer duren of het gaat reiken naar speelgoed of andere dingen om zich heen. Als baby’s zich gaan omdraaien is het tijd dat je de baby ruimte geeft om zich te kunnen bewegen. Er moet voldoende ruimte zijn om op ontdekkingsreis te gaan in de ruimte om hem/haar heen. De baby heeft nu de behoefte gekregen om op onderzoek uit te gaan. Het is belangrijk dat de baby regelmatig succes heeft, dus het is zaak om ervoor te zorgen dat de baby het speeltje, dat het graag wil, regelmatig kan pakken anders is de motivatie om te bewegen minder en gaat de baby eerder huilen. (De baby raakt gefrustreerd)

Doordat het kind succes heeft en daardoor positieve aandacht krijgt, krijgt het ook zelfvertrouwen en wil verder gaan in de ontwikkeling. Het zelf ontdekken stimuleert het kind weer om verder te gaan, dat gaat automatisch. Door de baby steeds als het iets nieuws kent te complimenteren zal het steeds meer willen gaan ontdekken, kinderen en in het bijzonder baby’s zijn daar erg gevoelig voor.

Ook de wat oudere kinderen willen dicht bij de pedagogisch medewerker zijn om zich veilig te voelen en van daaruit gaan ze de wereld ontdekken (spelen). Kinderen hebben een natuurlijke drang om in de nabijheid van de opvoeder te zijn, een soort veilige haven waar ze terecht kunnen als ze zich onbehaaglijk of niet veilig voelen.

Wanneer reik je dan het juiste gereedschap aan en wat is het juiste gereedschap eigenlijk?

·         Het kind komt zelf met de vraag om aandacht of ruimte. Dit geeft het kind aan door te huilen, aan te wijzen, te vragen of er gewoon naar toe te gaan. Als de pedagogisch medewerker de kinderen goed observeert zal deze zien  wat het kind vraagt en kan daar dan op reageren. Het juiste moment om het gereedschap aan te reiken is dus als het kind er zelf om vraagt.

·         Het juiste gereedschap is dátgene wat het kind nodig heeft om bepaalde taken die het zichzelf stelt te kunnen volbrengen. Verder in dit hoofdstuk zal ik enkele voorbeelden van gereedschap bespreken.

 

 

 

Fabian werd door de vaste pedagogisch medewerkers van zijn groep steeds in de box op zijn rugje gelegd, het was de bedoeling dat hij speelde met speelgoed dat boven hem hing. Intussen konden de pedagogisch medewerkers even iets anders doen. Fabian huilde veel maar er werd (vaak door tijdgebrek) niet voldoende op gereageerd. Op een gegeven moment zag Anita (een pedagogisch medewerker die aan het invallen was op deze groep) dat Fabian steeds aan het huilen was. Anita nam hem op haar arm en legde hem in de buurt van andere kinderen op een veilige plaats. Binnen enkele dagen kon hij zich omdraaien van de rug op zijn buikje. Anita stimuleerde Fabian door speelgoed in zijn buurt te leggen zodat hij het net aan kon. Binnen enkele dagen had hij er plezier in om op zijn buikje te spelen en was hij minder gefrustreerd. Door de situatie op een stimulerende manier aan te bieden en door het feit dat Fabian andere kinderen zag spelen werd Fabian weer een blije baby

 

 

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

2.  Iedereen hetzelfde behandelen?

 

Als mensen zeggen “ik behandel iedereen hetzelfde!” doen ze een hele groep kinderen tekort. Ieder kind is immers anders en dient een behandeling te krijgen die gericht is op het welzijn van het betreffende kind. Ouders en opvoeders hebben graag duidelijkheid over opvoeding en willen duidelijke opvoedregels. Deze zijn er echter niet! In de meeste gevallen zal de opvoeding nog niet zo verkeerd zijn als kinderen “standaard” opgevoed worden, maar er is een hele groep kinderen die daar niet genoeg of er zelfs schade van kan ondervinden. Daarom is het nodig om wat meer te weten over verschillende opvoedstijlen en methoden zodat ieder kind de opvoeding krijgt die het nodig heeft.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

3. Spiegeling van gevoelens

 

In dit artikel komt het volgende aan bod:

 

  1. Als jij dit voelt, kan de ander in dezelfde situatie dat ook voelen
  2. Vertrouw een ander
  3. conclusie

 

 

3.1. Als jij dit voelt, kan de ander in dezelfde situatie dat ook voelen

 

Het is belangrijk dat kinderen leren wat anderen voelen in de interactie met hen. Het kind moet leren wat een ander voelt als het huilt, lacht, bang is enz. Dit gereedschap noemt men spiegelen, men leert hoe een ander voelt door naar de eigen gevoelens te kijken en deze te koppelen aan vergelijkbare gevoelens van een ander. Met spiegeling kunnen kinderen dus de gevoelens van anderen leren herkennen. De meeste kinderen zullen hier geen moeite mee hebben en leren dat gemakkelijk en uit zichzelf aan. Sommige kinderen zullen hier echter extra aandacht aan moeten schenken om dit belangrijke onderdeel voor de omgang met anderen te leren kennen. Aan deze kinderen zal het juiste gereedschap aangereikt moeten worden willen ze dit leren. De kinderen moeten bewust gemaakt worden van de gevoelens van een ander. “Als jij je hoofd stoot dan doet dat pijn en ga je vaak mopperen, op z’n minst vindt je het niet fijn hé!” “Als ik hoofdpijn heb dan ga ik ook eerder mopperen omdat ik dat niet fijn vindt! Dat ligt dan niet aan jou maar aan mij!”

 

Een voorbeeld:

 

Drie kinderen, Sjef, Anika en Roy van 3 ½ jaar vechten veel. Ze slaan kinderen in de groep, pakken speelgoed af en zorgen door hun gedrag ervoor dat de groep onrustig wordt en dat kinderen regelmatig huilen. Zeker bij Anika had de pedagogisch medewerker het gevoel dat zij een slechte kijk had op het gevoel van anderen, zij kon zich niet invoelen in de gevoelens van de andere kinderen. Door Spiegeling heeft de pedagogisch medewerker geprobeerd deze kinderen te leren wat anderen voelen als zij vechten, slaan of dingen afpakken. De pedagogisch medewerker probeerde deze kinderen bewust te maken van wat een ander voelt als ze dit gedrag vertonen. “Wat voel jij als iemand jouw slaat?” of “Wat voel jij als iemand jouw speelgoed afpakt?” Het bewust laten worden van wat andere kinderen voelen is belangrijk en kan al vrij vroeg in het leven beginnen. De kinderen moeten leren aanvoelen wat anderen voelen zodat ze meer bewust met anderen omgaan. Een spiegel voorhouden is dan de gemakkelijkste manier, die het gevoel dat andere kinderen krijgen als ze slaan, vechten of iets afpakken, heel duidelijk kan maken.

 

3.2. Vertrouw een ander

 

 

 

Katrien een kind van 4 jaar, was erg bang om een bal te vangen, zij was aan een arm gehandicapt waardoor het moeilijker was om zich af te weren.

Jannie, de pedagogisch medewerker, vroeg zich af waarom Katrien bang zou kunnen zijn voor een normaal balspel. Had het kind in het verleden een bal tegen zich aan gehad of had ze die angst gekregen omdat moeder haar heel erg afschermde?

Wat zou Jannie aan gereedschap toe kunnen voegen zodat Katrien niet bang meer zou zijn?

 

 

 

Jannie zou haar meer zelfvertrouwen kunnen geven door er samen met haar iets aan te doen. Doordat Jannie voorzichtig zou beginnen om samen met de bal te spelen zou Katrien meer vertrouwen kunnen krijgen. (meer zelfvertrouwen en vertrouwen in de ander) 

 

Wat kan Jannie concreet doen om die angst weg te nemen?

 

 

 

Toen Jannie merkte dat Katrien bang was van een bal is ze met haar op de grond gaan zitten. Ze stelde haar iedere keer gerust voordat ze een bal naar Katrien toe gooide. Heel voorzichtig beginnend ging het steeds beter en iedere keer als Katrien de bal had gevangen gaf Jannie haar een compliment. Na een paar dagen extra aandacht aan haar te geven was de angst van Katrien veel minder geworden en kon ze gewoon samen met de andere kinderen in de groep met de bal spelen.

 

 

 

Het invoelen van de ander is erg belangrijk om kinderen te kunnen helpen hun zelfvertrouwen op te bouwen. Ook pedagogisch medewerkers zullen dat goed moeten kennen.

 

 3.3. Conclusie

 

Spiegeling van gevoelens is in een maatschappij als de onze, waar men altijd met anderen te maken heeft, van groot belang. Men moet kunnen aanvoelen hoe de ander zich voelt om rekening te kunnen houden met elkaar. Zowel kinderen onder elkaar, kinderen die rekening gaan houden met volwassenen en de volwassene die rekening houdt met de kinderen.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

4.   Tijdsbesef, verlangens leren uitstellen

 

Baby’s reageren op behoeftes door meteen te gaan huilen omdat ze op dát moment een vieze broek of honger hebben. Kinderen zullen moeten leren wat tijdsbegrip is en voor sommige kinderen is dat moeilijk.

 

Het is duidelijk dat kleine baby’s nog niet het vermogen hebben om hun verlangens uit te stellen, daar moeten kinderen groter voor zijn. Maar vanaf welke leeftijd kan een kind dat beginnen te leren? Een baby die zijn vingertjes en voetjes nog aan het ontdekken is, is daar duidelijk nog te klein voor. De baby zal het in het begin nog erg moeilijk vinden om te begrijpen dat het even duurt dat aan zijn behoefte wordt voldaan. Dat is ook de reden dat de baby gaat huilen, het teken om aan te geven dat hij/zij honger heeft, het is zelfs nog de enige manier om dit aan te geven. Het kind zal eerst met spelletjes zoals kiekeboe moeten leren dat als men je niet ziet dat dit dan niet betekend dat je weg bent. In het begin zal het kind met dit spelletje bang reageren en niet weten dat je nog in de buurt bent. Maar al snel weet het kindje dat je terug komt en zal vol verwachting kijken totdat het je zien kan. Dit is het eerste spel om het kind te leren om behoeftes (het verlangen om je te zien) uit te stellen. (Het spel kiekeboe kun je uitbreiden door eens uit de kamer te gaan en daarna weer terug te komen) Zolang een baby dit spel nog niet begrijpt zal het te vroeg zijn om te verlangen dat het kind je begrijpt. Het kind zal dan per definitie denken dat als het je niet ziet, dat je ook werkelijk niet bereikbaar bent en gaat het huilen.

 

De kinderen die nog niet begrijpen wat wachten is en nog in het stadium zitten van “ik wil mijn behoeften bevredigen” en hierdoor in de problemen komen (doordat de andere kinderen van hun leeftijd het tijdsbegrip al een beetje kennen) zullen soms door een aanzet van de pedagogisch medewerker toch tot resultaten kunnen komen. Hierdoor zullen ze minder ruzie maken en beter met de andere kinderen om kunnen gaan. Er komt dus een tijd dat kinderen kunnen leren wat tijd is. Door de hulp van de pedagogisch medewerker kan het kind leren om behoeften uit te stellen.

 

 

 

Kinderen (van ruim 1 jaar) genieten intens van iedere nieuwe vaardigheid die ze in zichzelf ontdekken, of het nu kruipen, lopen, eten of praten is. Ze kunnen er bijna niet mee ophouden en hun interesse verflauwt pas, als ze het nieuw verworvene goed onder de knie hebben en weer iets anders ontdekken.

Caroline Euwe en Sjef Teuns, arts-kinderanalyticus, in: Kijken naar Kinderen. (Uitgeverij Contact b.v. 1972 n.a.v. de educatieve televisieserie 'Kijken naar Kinderen' NOS 1970-1971) 

 

 

 

Kinderen op jonge leeftijd kunnen zeer moeilijk in tijd denken en het is daarom verstandig om het kind op een kinderlijke manier duidelijk te maken wat wachten is.

Zoals ik al zei kunnen baby’s hun behoeften nog niet uitstellen maar peuters kijken vaak af wat de grotere kinderen doen n.l. vragen of ze iets mogen hebben en zien dan dat deze kinderen vaak snel krijgen wat ze willen. Dit bootsen de kleinere kinderen na.

Zoals ik al verteld heb kunnen jonge kinderen leren door naar andere kinderen te kijken wat wachten is. De opvoeder kan aangeven hoe het kan leren om te wachten op iets door b.v. te leren vragen: “Mag ik het speelgoed hebben als jij er mee klaar bent?”

Ook het kind dat het speeltje heeft zal het in het begin nog niet zo goed begrijpen, maar met behulp van de opvoeder kunnen de kinderen er wel uitkomen.

Doordat de kinderen de ervaring krijgen dat, als ze iets vragen, ze ook éérder krijgen wat ze willen, zullen kinderen dat steeds willen nabootsen. Sommige kinderen willen dit eerst proberen onder begeleiding en vaak krijgen ze het speeltje dan meteen of erg snel nadat ze het gevraagd hebben zodat dit erg bevredigend is voor de betreffende kinderen.

 

 

 

Igudu, een meisje van 7 jaar die als vluchteling uit Afrika kwam, heeft moeite met dingen uitstellen. Ze wil de aandacht of het speelgoed en niet later. Als ze haar zin niet krijgt wordt ze boos of verdrietig, dat laat ze merken door stampend weg te lopen en zich te verschuilen in een hoekje. Vaak pakt Igudu datgene wat ze verlangt terwijl het betreffende speelgoed of ding dat ze pakt altijd eerst gevraagd dient te worden. Het lijkt dat Igudu dus haar verlangens niet uit kan stellen.

Er kunnen diverse redenen zijn die het gedrag van Igudu veroorzaken, ik noem er twee:

1.     Omdat Igudu uit Afrika komt weet men niet of het gedrag wat Igudu vertoont daar wel geaccepteerd wordt of dat het in Afrika misschien de gewoonte is om de kinderen niet te leren om te wachten tot hun behoefte bevredigd is. Opvoeding is cultuur bepaald, dat wil zeggen dat in iedere cultuur het kind anders opgevoed kan worden.
Het is de verantwoordelijkheid van de maatschappij om deze kinderen, die er niets aan kunnen doen dat ze op een cultuurbepaalde manier opgevoed zijn, te leren dat er dingen in onze cultuur zijn die anders zijn. Daarom zijn wij verantwoordelijk om deze kinderen kennis te laten nemen van onze cultuurbepaalde opvoeding. In het voorbeeld van Igudu is het dus de taak van Nederlands cultuurgebonden opvoeders om haar op een passende manier te leren haar behoeftes uit te stellen. Kinderen die onze cultuurgebonden taken niet leren zullen als ze volwassen zijn altijd problemen hebben in deze maatschappij.


2.    Een andere oorzaak voor het handelen van Igudu kan liggen in een opgelopen trauma waardoor zij terug zou kunnen zijn gevallen in een bepaald gedragspatroon. Omdat Igudu een vluchteling is zou dit een reële oorzaak kunnen zijn. Ook hier is het noodzakelijk dat er aandacht besteed wordt aan het verbeteren van het gedrag van Igudu. Als het trauma inderdaad de oorzaak is van het gedrag van Igudu dan zal er méér nodig zijn dan een gedragsverandering, er zal ook psychische hulp moeten worden geboden.

 

 

 

Het is bekend dat jonge kinderen een erg korte aandachtsboog hebben, ze zijn steeds erg kort met iets bezig en als ze iets anders zien dan willen ze dat meteen hebben. Door oefening leren de kinderen hun behoeften uit te stellen. Dit heeft op zulk moment twee voordelen  n.l. ten eerste weet je als opvoeder dat het kind dat het speeltje heeft er niet zo lang mee zal spelen. Ten tweede kun je daardoor de conclusie trekken dat, als je vraagt of een ander kind het speeltje na hem mag hebben, dit kind dat na een vrij korte tijd al afgeeft. Door deze wetenschap kun je het kind dat het speeltje wil hebben, leren om er naar te vragen omdat dit er in zal resulteren dat het in een vrij korte tijd het speeltje ook werkelijk zal krijgen. (Er zijn uitzonderingen op deze regel maar over het algemeen zal het op deze manier goed gaan)

 

Het kind dat het speeltje wil hebben kan uit twee dingen kiezen, óf het wordt kwaad dat hij het speeltje niet krijgt en zal gaan mokken met als enig resultaat dat hij het speeltje toch niet krijgt óf het kan het speeltje vragen waardoor hij het speeltje in een vrij korte tijd zal krijgen. Door de positieve ervaring die kinderen krijgen door te vragen zullen ze dit vaker willen proberen en het resultaat is daardoor dat het kind sneller de behoefte heeft bevredigd n.l. het speeltje eerder in het bezit krijgen. Hierdoor zullen kinderen niet bang hoeven te zijn voor agressie of onrust in de groep. De pedagogisch medewerker heeft dan meer tijd voor de andere kinderen.

 

 

 

Daan van 7 is aan het kegelen op een speciale mat. Twee meisjes willen op dezelfde mat kunstjes doen en gooien de kegels, die Daan zorgvuldig op de mat heeft gezet, van de mat. Daan zegt verlegen dat de meisjes dat niet mogen doen omdat hij bezig was met kegelen. De meisjes zijn niet erg onder de indruk van zijn optreden en gaan gewoon door. Daan begint te huilen en loopt naar Christa, de pedagogisch medewerker. Christa geeft aan dat hij eerst zelf het probleem op moet proberen te lossen. Daan is erg groot voor zijn leeftijd en Christa zegt dat hij zich groot moet maken en op een ferme toon moet zeggen dat hij het niet leuk vind dat de meisjes de mat hebben ingepalmd. Daan gaat naar de meisjes toe en zegt bijna huilend dat hij op de mat wil spelen. De meisjes trekken wederom niets van hem aan. Christa ziet dat Daan hulp nodig heeft en gaat er naar toe. Ze gaat eerst bepalen wat er precies aan de hand is en dan legt ze aan de meisjes uit dat Daan aan het spelen was en dat de meisjes moeten wachten totdat Daan klaar is. Ze kunnen ook vragen aan Daan of ze na hem op de mat mogen spelen. De meisjes sputteren nog tegen en één van de meisjes zegt dat ze weet wat Daan dan gaat doen. Ze vertelt dat Daan haar broer is en dat hij extra lang op de mat gaat spelen. Christa zegt tegen het zusje dat zij niet kan weten wat Daan denkt, misschien denkt Daan dat hij snel klaar is en wil hij daarna de mat aan de meisjes geven. Christa zegt dat zij de ervaring heeft dat als er gevraagd wordt of kinderen een spel mogen doen, het meestal niet lang duurt voordat deze het spel krijgen. Daan zegt dat hij maar één keer hoeft te kegelen en dat hij daarna stopt. De meisjes zijn enthousiast omdat dit niet lang meer duurt.

 

 

 

(Zoals ik al gezegd heb bij de uitleg van de Self Directed Groupwork Methode, zijn er verschillende machtsongelijkheden waar je op moet letten als pedagogisch medewerker, zoals Christa goed gezien heeft. Daan is misschien wel groot, maar omdat hij psychisch zwak staat ten opzichte van de twee meisjes is er een machtsverschil dat moest worden opgelost.)

 

De gedachte achter de interventie van de Christa is dat het meestal niet lang duurt dat kinderen stoppen met hun spel, dus kunnen andere kinderen snel met betreffend spel spelen. Vervolgens wil Christa Daan leren om voor zichzelf op te komen door zichzelf groot te maken en zelfbewust te zeggen wat hij wil en wat niet. Dat geeft hem controle over zichzelf en kunnen anderen geen misbruik van zijn goedheid maken. De meisjes is geleerd om te vragen of ze met het spel van een ander mogen spelen in plaats van het spel af te pakken. Terwijl er ook getracht wordt om bij de meisjes behoeften uit te leren stellen.

 

De conclusie van dit artikel is dat als een kind op de manier denkt van “Ik wil dus ik doe” (behoeften nog niet uit kunnen stellen) je dat als pedagogisch medewerker om zou kunnen draaien door het kind te leren “ik overdenk en dan pas doe ik iets”. Het kind moet leren om om te gaan met het tijdsbegrip.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

5. De eetcultuur in het kinderdagverblijf

 

Er zijn pedagogisch medewerkers die, net als sommige ouders, bang zijn dat de kinderen niet genoeg eten en daardoor kinderen dwingen om hun eten op te eten. In een tijd dat kinderen gemiddeld steeds zwaarder worden is het verstandig om de kinderen te laten bepalen hoeveel honger ze hebben. Het kind zal uit zichzelf niet snel te veel eten als dit ze niet aangeleerd is. Eet een kind wel te veel, dan zal het in overleg met ouders en huisarts moeten leren om met wat minder eten genoegen te nemen.

 

In het verleden hebben we een tijd gehad van schaarste en de ouders hebben toen hun kinderen geleerd om zo veel mogelijk op te eten wat voorradig was omdat anders de kinderen konden verhongeren. Deze tijd is allang voorbij en het is tijd dat we er op een frisse manier naar gaan kijken.

 

 

 

In kinderopvangorganisatie ‘t Tonneke is de Pikler methode geïntroduceerd. De leidsters hebben hun instructies hierover gehad en zouden moeten handelen zoals Emmi Pikler beschreven heeft.

Ineke is een meisje van 1 ½ jaar oud en is erg snel afgeleid. Ze eet erg langzaam en melk drinken gaat moeizaam. De kinderen in haar groep zitten tijdens het eten allemaal rond de tafel op een bank of in een speciale kinderstoel. Jannie en Geraldine, de pedagogisch medewerkers in de groep hebben onderling de afspraak dat ieder kind de boterham helemaal moet opeten en dat alle kinderen minimaal een hele beker melk moeten drinken. Als de kinderen dat niet doen dan moeten ze voor straf naar de keuken. De kinderen worden dan op een grove manier op de grond gezet met hun bord en beker erbij (het kind is op dat moment alleen in de keuken). De filosofie (volgens Jannie en Geraldine) daarachter is, dat de kinderen niet afgeleid worden door anderen. Beide leidsters vertelden dat kinderen door straf beter leren om door te eten. Ook Ineke wordt dus regelmatig alleen in de keuken gezet om haar eten op te eten en haar melk op te drinken.

Maria, een invallende pedagogisch medewerker komt op een gegeven moment op deze groep en neemt Ineke op haar schoot. Door Ineke regelmatig op het eten te wijzen en haar te complimenteren dat ze zo goed door eet lukt het Maria om Ineke op een relatief snelle manier alles op te eten en drinken. Ze probeert dus op een positieve manier het kind te laten eten en drinken. Het gaat Maria best goed af en Ineke eet haar boterham op en drinkt haar melk. Maria ziet wel dat Ineke het moeilijk vind om alles op te eten.

 

 

 

In bovengenoemd voorbeeld wordt er niet stilgestaan bij het feit dat kinderen wel eens niet zo veel honger kunnen hebben. De ene dag hebben ze meer honger als de andere net als bij volwassenen. Ook hebben hele groepen mensen (ook kinderen) problemen met het drinken van melk, deze krijgen buikpijn als ze melk drinken. Bij volwassenen is het al moeilijk om aan te geven dat ze last hebben van het drinken van melk omdat de buikpijn vaak niet acuut komt maar een hele tijd later. Heel vaak is het zo dat mensen daarom gevoelsmatig al geen melk willen drinken. Als kinderen nog klein zijn dan kunnen ze niet goed aangeven dat ze last hebben van bepaalde voedingsstoffen en toch kunnen ze een aversie hiertegen hebben.

 

Ouders en pedagogisch medewerkers kunnen soms te bang zijn dat kinderen niet genoeg te eten krijgen. Als je de kinderen tussendoor geen snoep geeft zullen ze honger hebben als ze aan tafel gaan en zullen ze ook genoeg eten (met uitzondering van de zieke kinderen die je extra aandacht moet geven). Heb je kinderen die uit zichzelf weinig eten dan zul je deze kinderen dus niet tussendoor snoep moeten geven. De kinderen zullen dan de volgende keer als ze aan tafel zitten voldoende honger hebben zodat ze weer normaal eten.

 

Ga geen eten aan kinderen opdringen tenzij het uiterst noodzakelijk is. Het zou een voedingsbodem kunnen zijn van voedingsstoornissen zoals obesitas, anorexia of bulimia op latere leeftijd. Zorg dus dat het eten geven geen bron van een gevecht wordt.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

6. Kind en concentratie

 

Als een kind in z’n spel opgaat dan heeft het kind de “omgeving uitgeschakeld”, deze staat nu buiten zijn interessegebied. Het vermogen om de aandacht op meerdere plaatsen tegelijk te hebben zal zich pas na jaren ontwikkelen. Opvoeders houden daar vaak niet voldoende rekening mee, “het kind moet dit maar kennen” wordt er soms geopperd.

 

Er zijn opvoeders die met de kinderen ergens naar toe gaan en niet naar de kinderen omkijken. Zeker als ze aan het wandelen en in gesprek zijn met een andere volwassene. Als een van de kinderen dan op onderzoek uitgaat en bijvoorbeeld achter blijft dan worden sommige opvoeders boos op het kind, het kind daarentegen is zich niet bewust van wat het fout doet (het is in zijn spel opgegaan). De opvoeder is in zulke situatie altijd fout omdat zij de verantwoordelijkheid hebben over de kinderen. Het is kindeigen dat ze gaan onderzoeken en spelen, dat hoort bij het opgroeien. Daarom is het noodzakelijk dat de volwassene op het kind past en niet het kind op de volwassene.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

7. Het stressniveau verlagen zodat het kind beter functioneert

 

Als een kind last heeft van bijvoorbeeld adhd,  ppd nos, of van enig ander psychisch ( of lichamelijk) handicap dan zal het kind over het algemeen meer last hebben van stress omdat sommige dingen die het wil doen niet zo gemakkelijk zullen gaan als ze willen, zeker met de concentratie en/of sociale omgang kunnen ze het moeilijk hebben. Het stressniveau wordt steeds hoger naarmate het aantal stressmomenten hoger wordt. Een stressmoment is een moment dat het kind iets moet doen dat voor hem of haar moeilijk is zoals bijvoorbeeld rustig blijven of concentreren. Als dus de opdracht die het kind voor zichzelf stelt moeilijk is zal het stress niveau stijgen waardoor het kind minder kan functioneren. Het kind wordt sneller boos of trekt zich sterk terug.

 

Als men nu het stressniveau van het kind kan verlagen door rustig op het kind te reageren en bijvoorbeeld iedere keer als er iets goed gaat een compliment te geven dan zal escalatie een stuk verminderen of zelfs uitblijven. Het kind krijgt meer zelfvertrouwen en wordt rustiger. De kinderen hebben dan meer rust om de volgende taak goed te kunnen volbrengen. Als men het aantal stressmomenten reduceert, dus over de hele dag genoeg positieve aandacht geeft zodat het kind meer zelfvertrouwen krijgt, zal het kind een stuk rustiger worden en kan het beter met stressmomenten omgaan. Het zal dan rustiger worden in de groep.

 

Dus … stressniveau omlaag  =  beter omgaan met problemen  =  minder escalatie = meer rust

 

Het is erg belangrijk dat er positieve aandacht is na een moeilijke opdracht (b.v. bij concentratie, rustig zijn bij een stressmoment enz.)

 

Hieronder een voorbeeld:

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Kinderopvang\Files\imgC.gif

 

 

 

 

Complimenten geven een kind zelfvertrouwen en dus ook de nodige rust. Dit is voor ieder kind belangrijk, maar het is extra belangrijk als het kind meerdere stressmomenten (moeilijke taken) heeft.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

8. Positieve reacties op negatief gedrag?

 In dit artikel ga ik in op het effect van positieve- en negatieve aandacht. Ik ga het volgende bespreken:

1.    Inleiding

2.    Positieve aandacht versus negatieve aandacht

3.    Vechten versus met elkaar spelen

4.    Conclusie

 

8.1. Inleiding

Er zijn kinderen die snel overstuur zijn als andere kinderen tegen ze botsten of als ze denken dat iemand hen iets aan wil doen. Kinderen die vaak vechten, snel speelgoed afpakken van andere kinderen en agressief worden als ze hun zin niet krijgen. Deze kinderen worden regelmatig door bepaalde volwassenen beschouwd als “vervelende” kinderen. Ik hoor wel eens de woorden: ”Nou, hou daar eens mee op, vooruit!”,  “Dat mag je niet afpakken, je bent stout!” en meer van dat soort uitingen. Wat ik vaak niet hoorde zijn de positieve reacties van deze volwassenen als het kind iets goed doet, vaak slaan mensen deze reacties over.

Kinderen kunnen goed tegen commentaar als daar maar genoeg positieve reacties tegenover staan en dat wordt nog wel eens vergeten of men laat ze bewust na omdat men vind dat het kind deze niet verdient heeft.

Kinderen die vaak afwijken van de norm zijn over het algemeen erg gevoelig voor positieve aandacht. Mijn ervaring leert dat positieve aandacht voor ieder kind veel beter werkt dan negatieve aandacht of straf. Tot nog toe ben ik geen enkel kind tegen gekomen dat niet goed op deze positieve aandacht reageert. De kinderen veranderen hierdoor in hun voordeel. Het is een plezier om te zien hoe zij ten goede veranderen. Ze worden er rustiger onder, krijgen meer zelfvertrouwen, waardoor ze weer minder (negatieve) aandacht vragen enz. Dus als een kind veel negatieve aandacht vraagt, probeer dan als het kind iets goed doet ook positieve reacties te geven. Dan zal het kind op een positieve manier veranderen.

Soms lokken kinderen een reactie uit bij de opvoeder door zogenaamd “stout” te zijn. Dit “stout” zijn ligt er dan zó dik op dat je duidelijk ziet dat het spel is. Het is dan de bedoeling van het kind om bij de opvoeder een (positieve) reactie uit te lokken. Met dit spel kan het kind de verschillende fouten die het maakt leren relativeren. Als je als opvoeder reageert door quasi boos te zeggen “zitten jullie me voor de gek te houden?” en het kind daarna een kietelbeurt geeft, is de pret alom aanwezig. Het vergroot de vreugde in het spel en haalt eventuele spanningen uit de lucht.

 

8.2. Positieve aandacht versus negatieve aandacht

In onderstaand kader geef ik een voorbeeld van negatieve aandacht:

 

 

 

Jody is een vrolijk meisje maar kan niet goed tegen spanningen. Zij is 4 jaar en plast de laatste tijd regelmatig in haar broek. Dit kan komen door spanningen op school, thuis, op de BSO enz. Laatst kwam vader haar ophalen om naar huis te gaan. Jody had net voor 18.00 uur in de broek gepoept en Stephanie wilde haar nog even verschonen voor ze naar huis zou gaan. Haar collega Maria zei dat ze dat niet moest doen en dat vader en Jody naar huis moesten gaan om thuis te verschonen, het was tenslotte 18.00 uur en de BSO wordt dan gesloten. Het was duidelijk dat Maria naar huis wilde gaan. Maria had vaker problemen met Jody omdat deze steeds in de broek plaste en ze dan verschoont moest worden. Ze vertelde dan op een strenge manier dat het maar afgelopen moest zijn met het in de broek plassen. Maria zei tegen haar collega’s dat Jody expres in de broek plaste om aandacht te krijgen van de pedagogisch medewerkers.

 

 

 

Maria heeft duidelijk niet begrepen dat als Jody gespannen is ze eerder in de broek doet. Gelukkig had Stephanie het goed begrepen, en had ze Jody een schone broek aan gedaan. Er is een gesprek geweest met de vader van Jody en Stephanie, samen met Maria om dit incident uit te spreken.

 

Bovenstaand voorbeeld is natuurlijk geen goede reclame voor de BSO en het is een incident. Het is wel een teken dat men wel eens intolerant is en niet begrijpt wat er speelt.

 

Een voorbeeld van een positieve benadering:

 

 

 

Jan en Piet van 3 jaar hebben ruzie en Marion (de pedagogisch medewerker) gaat met deze kinderen praten. ”Wat is er aan de hand?” vraagt ze vriendelijk. Jan zegt huilend: “Piet pakt mijn fietsje af”, daarna zegt Piet huilend: “het fietsje is van mij!!!” Marion had gezien dat Jantje het eerste op de fiets zat en probeert eerst te kijken of de kinderen zelf met een oplossing kunnen komen. Als de kinderen niet weten hoe ze het op moeten lossen probeert ze een suggestie te geven. Ze vraagt: “Piet, als je eens probeert te vragen aan Jan om de fiets te krijgen als hij deze niet meer nodig heeft, zou dat een goed idee zijn?” Piet vraagt nu aan Jan of hij de fiets krijgt en Jantje zegt meteen: ”als ik klaar ben dan krijg jij de fiets, oké?” Piet is tevreden en beide kinderen krijgen een groot compliment van Marion omdat ze het zo goed hebben opgelost.

 

 

 

Sommige kinderen missen het vermogen om sociaal met anderen om te gaan. Ze weten zich niet goed te uiten. 

 

Kinderen proberen het over het algemeen goed te doen, alleen lukt dat niet altijd. Als je de kinderen begeleid om op een positieve manier met elkaar om te gaan en de kinderen ontdekken dat dit inderdaad veel fijner voor ze is, dan zullen ze veel eerder proberen om het goed te doen.

 

Ook geldt dat als je als pedagogisch medewerker positief bent naar een kind toe, dit kind deze volwassene aardig gaat vinden en zal de intentie van het kind in het algemeen positief zijn. Kinderen proberen dan altijd om deze pedagogisch medewerker te plezieren omdat ze afhankelijk zijn van de complimentjes die ze krijgen, ze willen er méér.

 

Krijgen de kinderen echter geen aandacht van de volwassene dan vragen ze dat toch en vaak gaat dit dan op een negatieve manier totdat ze eindelijk de aandacht krijgen die ze nodig hebben. Mensen zijn ten slotte groepsdieren. Ze zijn afhankelijk van wat anderen van ze vinden en kinderen in het bijzonder zullen daarom de aandacht blijven vragen tot ze die krijgen. Als kinderen niet genoeg de aandacht krijgen die ze nodig hebben dan zullen ze op den duur een negatief zelfbeeld ontwikkelen en denken dat ze er niet toe doen, wat tenslotte in uiterste gevallen kan leiden tot psychische stoornissen op latere leeftijd.

 

 

 

Een kind doet regelmatig iets goed, deze momenten moet men koesteren en stimuleren!

 

 

 

8.3.      Vechten versus met elkaar spelen

 

Ook het uitleggen dat vechten minder leuk is voor kinderen dan fijn spelen, geeft de kinderen een reden tot nadenken. Kinderen kunnen best begrijpen dat vechten of iets afpakken vaak tot huilen lijdt en huilen is niet leuk voor de kinderen, dit is een uiting van verdriet. Verdrietig zijn is op zich niet leuk dus kinderen begrijpen, als ze iets verkeert doen, dat je verdrietig wordt en weten, als je goed met elkaar om gaat, dat je dan vrienden maakt.

 

In een schema ziet dat er zo uit:

 

 

 

Toestand

Gevoel

Conclusie

Vechten

Verdriet, huilen, stress

Vechten = niet leuk

Met elkaar spelen

Tevreden gevoel, lachen, rust

Met elkaar spelen = leuk

 

 

 

Het is een misvatting om te zeggen “als twee vechten hebben er twee schuld”. Vaak wordt dit door volwassenen gezegd en het is gewoon niet waar. Denk maar eens aan het volgende: Heeft een kind dat van jongs af aan mishandeld is door de ouder schuld aan de mishandeling? Als een meisje van 6 jaar oud seksueel misbruikt is door bekenden is het daaraan dan schuldig? Is een kind dat anders is, zich door omstandigheden anders gedraagt, uit een andere cultuur komt enz. schuldig aan pesterijen door andere kinderen? Ik dacht het niet! En toch wordt er vaak niet op de juiste wijze gereageerd door volwassenen omdat ze vastzitten in oude gewoontes en een van deze gewoontes is het denken: “als twee vechten hebben er twee schuld”!

 

8.4. Conclusie

Het is belangrijk om kinderen op een positieve manier te benaderen omdat het kind dan zelfvertrouwen op kan bouwen. Kinderen kunnen op verschillende manieren aandacht vragen zoals door te vragen, door te huilen of door negatieve dingen te doen zoals vechten, krijsen of in de broek te plassen. We kunnen als volwassenen kinderen duidelijk maken dat bijvoorbeeld vechten niet leuk is voor het kind zelf. Het kind kan dat goed begrijpen omdat het dan verdrietig wordt en dat is geen leuk gevoel.

Zonder zelfvertrouwen zal het kind steeds opnieuw aandacht vragen ook al moet dat soms op een negatieve manier als het kind anders geen aandacht kan krijgen.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

9. Positieve benadering

 

In dit artikel ga ik in op wat positieve benadering doet bij kinderen en waarom je positieve aandacht aan een kind moet geven.

 

  1. Dit artikel bestaat uit de volgende onderdelen:
  2. Aan de norm voldoen?
  3. Op zoek naar momenten om positieve aandacht te kunnen geven
  4. De drie gouden regels van Martine Delfos
  5. Geef het kind de kans om iets goed te doen
  6. Conclusie

 

 

 

 

Hoewel jongeren minder hersenactiviteit lieten zien na het krijgen van negatieve feedback, bleek dat zij juist meer hersenactiviteit vertoonden dan volwassenen na het krijgen van positieve feedback. Blijkbaar zijn de hersenen van jongeren meer gericht op het krijgen van stimulans en bevestiging, maar kunnen zij minder met straffen en afkeuring.

Uit: Het Puberende Brein, Over de ontwikkeling van de hersenen in de unieke periode van de adolescentie, Eveline Crone

 

 

 

9.1. Aan de norm voldoen?

Kinderen die niet aan de norm voldoen, kinderen die afwijken (te stil of te luidruchtig) die worden vaak afgewezen door mensen uit de maatschappij.

Als kinderen te stil zijn en met niemand spelen dan wordt er vaak niet naar omgekeken, het wordt vaak gemakkelijk gevonden. Omdat het kind weinig aandacht vraagt zal het, zeker in een groep, niet opvallen en daardoor regelmatig te weinig aandacht krijgen.

Een kind dat op een negatieve manier aandacht vraagt zal vaak tegen opvoeders oplopen die dit interpreteren als lastig gedrag. Deze kinderen krijgen wel aandacht, maar deze aandacht is vaak negatief. Een kind dat om negatieve aandacht vraagt heeft vaak te weinig zelfvertrouwen en vraagt daarom om bevestiging.

Door positieve bevestiging zullen kinderen zelfvertrouwen opbouwen en daarna zal het kind rustiger worden en beter luisteren.

Door kinderen te straffen als het iets doet dat niet getolereerd kan worden kunnen kinderen de les krijgen “Als ik dít doe, dan krijg ik straf.” Dus gaat dit kind het betreffende gedrag niet doen als er toezicht is van iemand die dat gedrag verkeerd vindt. Hierdoor krijgt het kind geen inzicht in wat ze anderen aandoen. Ze begrijpen niet waarom dit niet mag, ze volgen alleen maar een commando op. Door kinderen te benaderen op momenten dat ze positief gedrag vertonen en ze dan te complimenteren, en door het juiste gereedschap aan te rijken op het moment dat het fout gaat, krijgt het kind op den duur inzicht in het gedrag dat deze vertoont, wat het kind ook op latere leeftijd nodig heeft om goed te kunnen functioneren in de maatschappij. Het is daarom belangrijk om het kind op een positieve manier te benaderen en te zorgen dat het kind, doordat je het positief benadert, leert om inzicht te krijgen in het eigen gedrag. Benader het door te zeggen “ik vind je wel lief maar wat je nu gedaan hebt moet even besproken worden” en vertel dan waarom het kind het betreffende gedrag in het vervolg moet veranderen. Geef het kind de gelegenheid om de fout zo goed mogelijk te herstellen door, bijvoorbeeld als het kind een ander kind geslagen heeft, een hand te geven en sorry te zeggen of als het betreffende kind een loopauto afpakt omdat deze de auto wil hebben, om te leren vragen of deze de auto misschien later mag hebben, dus de behoefte leren uitstellen.

 

 

 

Trail en error” (“Door fouten maken, leer je” ), Carl Popper, filosoof

 

 

 

9.2. Op zoek naar momenten om positieve aandacht te kunnen geven

Een moment om het kind positieve aandacht te kunnen geven is als het kind leuk aan het spelen is. Dit kan in de vorm van belangstelling te tonen in wat het kind aan het doen is en er positief op te reageren. Zeker voor kinderen die veel negatieve aandacht vragen is dit hét moment om het eens op een positieve manier te kunnen benaderen. Bij deze kinderen krijg je niet vaak de mogelijkheid om positief te zijn en dat hebben de kinderen nodig wil je de negatieve spiraal doorbreken. Wanneer zou je anders het kind kunnen belonen voor goed gedrag?

Zoek dus naar momenten dat het kind iets goeds doet, zoals spelen of helpen van andere kinderen of de pedagogisch medewerker, en complimenteer het kind dan. Dit zijn de uitgelezen momenten dat je het kind de nodige positieve aandacht kunt geven.

Als het echt nodig is, zet het kind dan op een stoel en zeg dan ”je gaat even op de stoel zitten om rustig te worden, ik kom dadelijk terug en als je dan rustig bent mag je van de stoel af” Zeg dit op een rustige manier en als het kind dan op de stoel heeft gezeten geef je het kind, als deze dat wil, een positieve bevestiging zoals bij kleine kinderen een knuffel of een aai over zijn/haar hoofd. Laat blijken dat je het kind lief vind en zeg nooit dat het kind stout is. Het kind is niet stout, maar datgene wat deze gedaan heeft kan fout zijn. Het kind kan er heel erg van ontdaan zijn als je zegt dat het kind stout is omdat dit de suggestie geeft dat het kind niet meer lief gevonden wordt. Zeker het jongere kind begrijpt vaak niet dat de opvoeder op dát moment het kind niet lief vind, het heeft nog niet zo’n goed begrip voor tijd. Ook de wat oudere kinderen die vaak negatieve aandacht krijgen (terecht of onterecht) voelen dit vaak aan alsof ze gefaald hebben en dat is natuurlijk niet je bedoeling. Regelmatig geven opvoeders als er iets fout is gegaan alleen maar commentaar, terwijl er maar af en toe gezegd wordt dat het kind iets goed doet, waardoor het kind vaak een bevestiging krijgt dat het niet lief is. Laat dus vaak blijken dat het kind lief is zodat het kind weet dat de opvoeder het beste met hem/haar voor heeft. Hierdoor zal het kind eerder om positieve aandacht vragen en niet zo snel om negatieve aandacht. Bespreek met het kind wat er fout is gegaan en wat er in het vervolg aan gedaan kan worden zodat deze fout niet meer zo snel voor komt. Geef het kind dus extra complimenten als het leuk aan het spelen is, daardoor zal het eerder op een positieve manier aandacht gaan vragen.

 

 

 

Verstoppertje spelen of een spelletje doen hoeft niet alleen een spel te zijn maar kan ook een vorm van positieve aandacht zijn.

 

 

 

Als je als pedagogisch medewerker samen met de kinderen spelletjes doet zoals verstoppertje spelen, dan kun je op dat moment de kinderen positief benaderen. Dit is voor het kind een moment om op een positieve manier aandacht te vragen, “pak me dan?” zal het kind denken en je kunt hier dan ook op een speelse manier (dus positief) op reageren.

 

 

9.3. De Drie gouden regels van Martine Delfos

 

Martine Delfos beschrijft 3 regels in haar boek “Ontwikkeling in vogelvlucht, ontwikkeling van kinderen en adolescenten”, uitgegeven in 1999, om een gedragsverandering bij het kind te bewerkstelligen:

 

  1. Stoppen van gedrag kan door corrigerend optreden en straffen. Er wordt géén nieuw gedrag geleerd en géén ongewenst gedrag afgeleerd. Het maakt de kans op gedrag kleiner als de pakkans groter is.


  2. Nieuw gedrag leren kan door het gedrag te bekrachtigen, belonen. De sterke bekrachtiger is het versterken van het zelfbeeld, waardering uiten.


  3. Gedrag afleren kan alleen door uitdoven, extinctie, bijvoorbeeld door negeren.

 

Dus door een positieve bevestiging dat het kind gewaardeerd wordt, dat het de moeite waard is, wordt het kind zelfverzekerd en krijgt het zelfvertrouwen. Het kind heeft minder hulp nodig en gaat eerder op onderzoek uit.

 

Als je bij jezelf nagaat welke kinderen je normaal gesproken bestraft dan zijn dat vooral kinderen die op een negatieve manier aandacht vragen. Deze kinderen zullen moeten leren hoe je op een positieve manier aandacht moet leren vragen. Het is in deze context dan ook de vraag of deze kinderen dan ook wel bestraffend dan wel op een positieve manier gedrag aangeleerd moet worden door hen aan te spreken op hun gedrag. Ik kan me voorstellen dat in sommige gevallen het goed mogelijk is om deze kinderen, vóórdat het escaleert, de kinderen aan te spreken en deze het goede gereedschap (handvaten) geeft om te kunnen helpen in het gedrag dat positief beïnvloed kan worden door de pedagogisch medewerker.

 

Het is de bedoeling dat kinderen in plaats van negatieve aandacht, positieve aandacht vragen. Als kinderen om negatieve aandacht vragen (omdat ze dit geleerd hebben in hun opvoeding of door omgevingsinvloeden) reageren veel mensen in de maatschappij hier op een negatieve manier op, ze negeren de kinderen of geven ze straf. Dus is het van belang dat kinderen al vroeg leren hoe ze op de juiste manier aandacht moeten vragen. Doen ze dit goed dan zal dit (doordat de kinderen de juiste hoeveelheid aandacht krijgen) ervoor zorgen dat deze kinderen al vroeg zelfvertrouwen opbouwen zodat ze de wereld durven verkennen en gelukkiger worden.

 

 

9.4. Geef het kind de kans om iets goed te doen!

 

Als een kind in het verleden veel negatieve aandacht kreeg omdat het dingen deed waar de opvoeder het niet mee eens was dan bestaat er een kans dat dezelfde opvoeder het kind niet zo gauw de kans geeft om zich positief te gedragen. Het zal eerder de schuld krijgen als er iets gebeurt dat niet kan, óók als het een keer niet de schuldige was. Op die manier bevestigt de opvoeder het negatieve gedrag van het kind. Aan de andere kant, als het betreffende kind iedere keer beloond wordt als het positief gedrag vertoont zal het negatieve gedrag langzaam verdwijnen en het positieve gedrag steeds meer de overhand krijgen. Dit volgens het principe van de drie gouden regels van Martine Delfos.

 

Het is belangrijk om niet te zeggen “jij bent stout!” maar “wat je doet mag niet!” dus:

 

  • Niet: “jij bent stout!”
  • Wel: “wat je doet mag niet!”

 

Ook de mimiek moet aangepast worden aan datgene wat je uit wilt spreken. Als je vriendelijk moet zijn tegen een kind dan ook vriendelijk kijken en niet denken “het is dat rotjoch weer”! Als er negatieve gedachten bij je op komen bij het omgaan van een bepaald kind dan zul je ook niet vriendelijk kunnen kijken.

 

 

9.5. Conclusie

 

Als kinderen afwijken van de “norm” en te stil zijn of juist op een negatieve manier aandacht vragen kan het gebeuren dat deze kinderen op een verkeerde manier benaderd worden (of juist helemaal niet benaderd worden). Het is dus zaak dat je op de juiste manier probeert de kinderen iets te leren. Martine Delfos is daar heel duidelijk in en verteld dat je alleen door een positieve benadering kinderen kunt leren om negatief gedrag af te leren. Geef het kind daarom de kans om iets positiefs te doen zodat je daarop weer een compliment kunt geven en de spiraal van negativiteit kunt doorbreken.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

10. Optreden bij ongewenst gedrag

Op deze plaats ga ik het hebben over vooroordelen die in deze maatschappij leven en ga ik uitleggen waarom het belangrijk is om kinderen te horen zodat ze uit kunnen leggen wat er aan de hand is en waarom ze doen zoals ze doen.

In dit artikel komen de volgende onderwerpen naar voren:

1.    Stel vragen

2.    Heb geen vooroordelen

3.    Hoor en wederhoor

4.    Conclusie

 

10.1.  Stel vragen .

Er zijn momenten waarbij je direct in moet grijpen, dat zijn de momenten dat er gevaar dreigt voor het kind of de omgeving. Dat wil niet zeggen dat je hard op moet treden of dat je het kind niet goed moet behandelen. Het is belangrijk dat je altijd in je achterhoofd houdt dat het beter is zo min mogelijk hard op te treden. Hard optreden zorgt voor gewenning waardoor de kinderen minder gaan luisteren. Het allereerste wat je moet bedenken is: welk resultaat wil ik bereiken en wat moet ik daar minimaal voor doen (minimaal betekend in dit opzicht: hoe kan ik het kind op een zo vriendelijk mogelijke manier benaderen om toch het resultaat te bereiken wat ik wil bereiken).

Voor het kind en de opvoeder is het belangrijk om vragen te stellen als:

·         Wat is het doel dat ik wil bereiken?

·         Hoe kan ik dat op een zo plezierige mogelijke manier uitvoeren?

De Self Directed Groepwork Methode, met zijn hoe, wat en waarom vragen, kan in deze situatie een grote hulp zijn.

 

10.2. Heb geen vooroordelen

Het is voor het kind leuker om aandacht te krijgen als er iets positiefs gebeurt als dat het aandacht moet vragen op een negatieve manier. Als het kind in de gaten krijgt dat het regelmatig positieve aandacht krijgt met positief gedrag zal het steeds minder om negatieve aandacht gaan vragen.

·         Niet: denken dat het een “rotjoch” is, dus maar langer straffen als een ander kind.

·         Wel: elk kind heeft recht op een respectvolle benadering, óók bij het straffen van een kind.

·         Niet: hij zal het wel weer gedaan hebben!

·         Wel: kijken wat er gebeurd of vragen aan betreffende kinderen wat er aan de hand is en samen een oplossing zoeken

Als kinderen binnenkomen (ook als het een kind is dat jou niet zo ligt) verwelkomen met “ik ben blij je te zien” of “wat leuk dat je er bent” zodat het kind het gevoel krijgt dat het welkom is. Hierdoor haal je veel negatieve gevoelens weg.

Heb altijd in je achterhoofd waarom je handelt zoals je doet! Niet wachten tot het te laat is, met een kleine mentaliteitsverandering kun je een “moeilijk” kind gelukkig maken in de tijd dat het onder jouw hoede is.

 

10.3. Hoor en wederhoor

Regelmatig merk ik dat volwassenen de tijd niet nemen voor hoor en wederhoor, “Jantje zal het wel gedaan hebben” dus het is gemakkelijk om aan te nemen dat Jantje dan de straf verdient. Als je beide kanten van het verhaal hoort kun je de kinderen de juiste oplossing laten bedenken. Het kind zal eerst zelf de mogelijkheid moeten krijgen om de eigen problemen op te lossen. Als het kind geen oplossing vindt dan zul je als pedagogisch medewerker een idee naar voren kunnen brengen als oplossing voor het probleem van het kind. Het voordeel om de kinderen een oplossing te laten zoeken is, dat ze er iets van leren en, als ze vaak genoeg op deze manier over een oplossing moeten nadenken, zullen ze dat de volgende keer misschien onder de knie krijgen en dit ook toe gaan passen in nieuwe situaties.

Ook kun je een kind dat een fout heeft gemaakt een extra handvat aanreiken door bijvoorbeeld te zeggen hoe hij/zij het de volgende keer op kan lossen, desnoods kun je het samen proberen.

Je kunt niet in iemands hoofd kijken, je weet nooit wat iemand denkt. Als je verschillende aannames maakt over een persoon dan doe je die persoon te kort. Dus nooit denken “Jantje heeft het wel weer gedaan!”.

 

10.4. Conclusie

Door vragen te stellen zowel bij jezelf als bij het kind kun je achter de oorzaak komen van wat er aan de hand is. Zoals ik bij de Self Directed Groupwork Methode uitgelegd heb kun je de hoe, wat en waarom vragen gebruiken om te kijken wat er aan de hand is en wat je daar eventueel aan kunt doen.

Mensen die een vooroordeel hebben bij speciale kinderen zullen niet zo gauw doorzien dat het eigen gedrag negatief kan werken op een kind. Je hebt als pedagogisch medewerker zelf veel in de hand. Je kunt veel negatieve gevoelens wegnemen door bij binnenkomst al positief te zijn (het kind heeft immers nog geen negatief gedrag laten zien) Ook zul je het kind de mogelijkheid moeten geven om te vertellen wat er aan de hand is, neem niet van te voren aan dat “dat lastige kind” de schuldige is omdat dit regelmatig niet zo is.

 

 

 

Bowie had buiten iets leuks gevonden (stokjes en stenen) en had dit ergens in een doosje neer gezet. Lodewie zag dit leuks terwijl Bowie even iets anders aan het doen was. Lodewie pakt het in haar hand, ze vindt het interessant. Bowie wordt erg kwaad op Lodewie, hij vindt dat Lodewie maar moest weten dat deze spullen van hem waren. Lodewie is zich echter van geen kwaad bewust en wordt bang van Bowie. Bowie is dan ook buiten zinnen. Anna, de pedagogisch medewerker, laat Bowie binnen even afkoelen en vertelt hem dat, als hij rustig had gereageerd, hij de spullen al snel terug had gekregen van Lodewie.

Terwijl Bowie nog aan het mokken is komt Lodewie bij Anna en vertelt dat ze de spulletjes aan Bowie wil geven. Ze durft het echter niet zelf meer te doen en Anna helpt haar. Als Bowie weer rustig is en hij weer iets leuks vind op de speelplaats laat hij dat aan Anna zien. Hij vertelt dat hij dat aan iemand wil geven die lief is. Anna geef de suggestie om het aan Lodewie te geven omdat zij de spulletjes zo lief bij hem gebracht heeft, ondanks dat hij zo boos was. Bowie vindt dit een goed idee en Lodewie krijgt iets leuks van Bowie. 

 

 

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

11. Is een kind oud genoeg om uitleg te krijgen over hun gedrag?

Kinderen kunnen vanaf de peuterleeftijd goed begrijpen wat en waarom ze iets gedaan hebben (mits rekening gehouden wordt op welke manier men de boodschap overbrengt). Ze kunnen dan vaak ook de consequentie beredeneren van hun actie. Hebben de kinderen een verkeerde inschatting gemaakt, door bijvoorbeeld iedere keer als iemand tegen het kind aanstoot kwaad te worden, en je legt uit dat het ook voor het betreffende kind fijner is om dingen uit te praten, dan kan het kind dit begrijpen en zal het kind dit in te toekomst steeds vaker doen waardoor het probleem dat het kind heeft, vaak vanzelf oplost.

Leidsters die kinderen willen sterken in hun eigen kracht (empowerment) zullen (zolang het goed en veilig is voor het kind) de verantwoordelijkheid van beslissingen die het kind maakt ook moeten leggen bij het kind. Samen kunnen ze komen tot een oplossing van problemen doordat de pedagogisch medewerker bijvoorbeeld een suggestie geeft zodat het kind een eigen afweging kan maken: “misschien is het een idee om zus of zo te doen, wat denk jij daarvan?” Daarna zal het kind dat met een probleem zit, proberen samen met de pedagogisch medewerker een oplossing te vinden. Door het kind te sterken in het eigen kunnen. “kom, we proberen er samen een oplossing voor te vinden” zal het in de toekomst eerder zelf een oplossing gaan zoeken.

Een voorbeeld:

 

 

 

Janine (5 jaar) stoot per ongeluk tegen Imke, die 4 jaar is, aan. Imke wordt razend, dat wordt ze iedere keer als er iets onverwachts gebeurd. Ze geeft Janine een flinke klap op haar hoofd en begint te schelden.

Annie, de pedagogisch medewerker, haalt de twee meisjes uit elkaar en sust de zaak. Dan neemt ze Imke apart, ze wil over het gedrag van Imke praten. Op het niveau van Imke vertelt Annie dat Imke niet gelukkiger kan worden als ze dit gedrag blijft houden. Boos zijn is immers een gevoel dat niet prettig is. Samen proberen ze een oplossing te vinden om dit gedrag te kunnen veranderen.

 

 

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

12. Voorleven

Kinderen leren van voordoen of voorleven, hun hele leven van kind tot ze volwassen zijn. Ze leren wat volwassenen hen voordoen, maar ook van andere kinderen. Of het voordoen negatief is of positief, de kinderen nemen het over. Vaak zeggen ouders van tieners dat ze niet begrijpen dat hun kind in de fout is gegaan, dat kan ook zijn, omdat kinderen ook van hun omgeving leren zoals van leerkrachten, buren, leeftijdgenoten of andere kinderen. Maar ook van slecht gedrag in het verkeer of in de winkel als mensen voorschieten of een onbehoorlijke opmerking maken. Het is dus belangrijk om de kinderen te leren het juiste gereedschap aan te rijken zodat ze het goede uit het slechte voorbeeld kunnen filteren. Dat gereedschap krijgen ze hoofdzakelijk door voor te leven, dus op een zodanige manier te leven dat het kind kan zien hoe het moet. Als ouders bijvoorbeeld het slechte voorbeeld geven in het verkeer dan zullen de kinderen ook het slechte gedrag overnemen zonder dat ze weten dat dit niet goed is. Als opvoeders alleen maar praten over goed gedrag en daarbij het slechte gedrag laten zien dan zullen de kinderen hoogstwaarschijnlijk het slechte gedrag overnemen omdat ze zien dat wat er verteld wordt niet serieus genomen wordt door de volwassene. Ook de pedagogisch medewerker zal een voorbeeld moeten zijn voor de kinderen.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

13. Regels Stellen

 

Waarom moeten de regels nu eigenlijk worden nageleefd en wat is het nut daarvan? Kunnen regels ook een voordeel zijn en zo ja hoe kan ik daar gebruik van maken? Hieronder ga ik op dit onderwerp in.

 

In dit artikel komen de volgende onderwerpen aan bod:

 

  1. Waarom regels stellen?
  2. Leren grenzen te bewaken door regels na te leven
  3. Conclusie

 

 

 

Goed zijn voor kinderen wil nog niet zeggen dat je ze altijd hun zin moet geven.

 

 

 

13.1. Waarom regels stellen?

Er zijn ouders die hun kind te “vrij” laten, d.w.z. dat het kind altijd hun zin krijgt. Het kind is niet altijd in staat om te weten wat goed is voor zichzelf. Neem het punt “opruimen”. Het kind zal moeten leren om spullen zelf op te ruimen of om rekening te houden met anderen. Als ouders dit leerproces, goede eigenschappen doorgeven, verzuimen om door te geven zal het kind slechter af zijn als een kind die deze vaardigheden al wel heeft geleerd. Het kind zal de regels van het spel moeten leren begrijpen, de regels hoe men met elkaar omgaat en dat men rekening met elkaar zal moeten leren houden en niet dat het alleen maar aan zichzelf zal kunnen denken. Ondanks dat ouders het vaak goed bedoelen en het kind vaak hun zin zal geven zal het kind er slechter aan toe zijn omdat deze last krijgt van de maatschappij. Het kind zal dan niet begrijpen waarom het steeds afgewezen wordt als het de eigen zin wil doen. Het zal moeten leren om de regels van het spel goed te leren, dat is de eigenlijke taak van de opvoeders.

Het is belangrijk dat kinderen al op zeer jonge leeftijd regels leren omdat als men dat niet doet er een tijd zal komen dat de maatschappij en vaak ook de ouders verlangen dat de kinderen ze wél kennen. Men mag als volwassene niet verwachten dat kinderen die dit nooit geleerd hebben de regels moeten respecteren. De pedagogisch medewerker zal hiervoor dan ook begrip moeten hebben en het gereedschap aan moeten rijken om tot het juiste resultaat te komen. Vaak worden kinderen bestraft als ze regels overtreden terwijl deze kinderen de regels nog niet goed kennen omdat de ouders of opvoeders daar te weinig aandacht aan hebben besteed. Heb je de kinderen echter van kleins af aan al de regels geleerd die ze op hun leeftijd horen te kennen dan zul je veel minder hoeven te bestraffen en is dit dus veel leuker voor het kind zelf.

 

 

 

Even niets hoeven doen is iets anders als dat een kind zich verveelt:

1.      Bij het even niets doen heeft het kind een keuze,

2.    Vervelen geeft een naar gevoel, (het kind wil wel maar ziet geen mogelijkheid om iets te doen)

 

 

 

 

13.2. Leren grenzen te bewaken door regels na te leven

 

Er kunnen regelmatig situaties optreden waarbij kinderen aan het vechten zijn. Dit komt regelmatig voor, zeker in groepen kinderen. Ik vraag me daarom vaak af waarom deze ruzies ontstaan.

 

  1. Wat zou de reden kunnen zijn dat kinderen vechten?
    (voorbeeld: niet eerlijk, hij begon eerst, van stoeien komt vechten)
  2. Wat kun je aan gereedschap meegeven zodat er minder gevochten wordt?
    (meer zelfvertrouwen en vertrouwen in de ander)
  3. Wat kun je concreet doen zodat er minder gevochten wordt?

 

Als kinderen vechten, geeft dat een vervelend opgewonden gevoel. Het stressniveau gaat omhoog en vaak gaan de kinderen dan huilen. Door kinderen het juiste gereedschap te geven leren ze dat, door een geringe aanpassing van hun houding, de sfeer zal verbeteren en het spelen veel leuker wordt.

Kinderen die veel vechten worden vaak gemeden door andere kinderen, waardoor deze kinderen zich eenzaam gaan voelen en misschien juist door frustratie weer gaan vechten.

 

De ruzies kunnen ontstaan door:

 

  1. Tijdsbesef: Doordat het kind de behoefte nog niet voldoende kan uitstellen (iets afpakken) zoals eerder in dit hoofdstuk is besproken.

  2. Spiegeling: Doordat de kinderen zich nog niet voldoende in de ander kunnen inleven (slaan, pesten, iets afpakken) zoals eerder in dit hoofdstuk is besproken.


  3. Grenzen verleggen: Is de ruzie ontstaan doordat de kinderen steeds wilder gaan doen met elkaar, dan zijn de kinderen hun grenzen aan het verkennen. Door deze kinderen een alternatief of duidelijke regels mee te geven krijgen ze een betere kijk op de ander en zichzelf.


 

Omdat tijdsbesef en spiegeling al in dit hoofdstuk besproken zijn wil ik verder gaan met het derde punt, grenzen verleggen.

 

Het is belangrijk om kinderen te observeren en te kijken waar ruzie door ontstaat. De kinderen zijn zich dat vaak niet bewust en krijgen ruzie doordat ze te ver gaan met elkaar. Als dit regelmatig in een groep gebeurd dan kan er een situatie ontstaan met veel onrust.

 

Kinderen vinden geen enkele ruzie leuk, dat is te zien aan het huilen of de negatieve sfeer die dan ontstaat. Ook omstanders vinden deze situatie vaak niet leuk en daarom zul je er iets aan moeten doen. Ruzie is tenslotte niet bevorderlijk voor de rust in de groep.

 

Het is belangrijk om op het moment dat kinderen aan het vechten zijn zelf niet boos te worden.

 

Kinderen moeten naar de ander toe leren aangeven waar hun grenzen liggen. De kinderen moeten gereedschap aangereikt krijgen zodat ze hun grenzen beter leren bewaken. Je kunt als pedagogisch medewerker kinderen op een snelle manier leren waar hun grenzen liggen. De ruziënde kinderen kun je een alternatief aanbieden. In plaats van vechten laat je de kinderen stoeien, dit is een veel plezieriger manier om grenzen te leren ontdekken. Veel kinderen, vooral jongens, gaan graag stoeien met elkaar, wat vaak uitmond in vechten omdat ze de grenzen nog niet goed kennen van elkaar of van zichzelf.

 

Met stoeien heb je te maken met spelregels, deze zijn:

 

  1. Elkaar geen pijn doen!
  2. Leren stop te zeggen als je het niet leuk meer vindt!
  3. Wanneer een van de kinderen stop zegt moet de ander meteen stoppen!

 

Deze spelregels hebben de kinderen snel door en omdat stoeien veel leuker is als vechten, zal het vechten niet snel meer voorkomen. In het begin, als kinderen op een positieve manier leren stoeien, zal er nog iemand bij moeten blijven om toe te zien dat er aan de spelregels wordt voldaan. Na een tijdje gaat het, omdat de kinderen de spelregels beter kennen, ook goed zonder begeleiding en hebben ze nog maar sporadisch ruzie. Door veel positieve aandacht aan deze kinderen te geven en het juiste gereedschap, zal het vechten en dus de negatieve sfeer op een groep kinderen veel verbeteren. De kinderen die hun grenzen goed hebben leren bewaken en dat van andere kinderen kunnen inschatten hebben meer zelfvertrouwen en het grote voordeel hiervan is dat deze kinderen daardoor eerder worden gevraagd door andere kinderen om mee te spelen. Hierdoor krijg je een win, win situatie.

 

 

13.3. Conclusie

 

Omdat je in de maatschappij met andere mensen zult moeten kunnen omgaan zijn er in iedere situatie regels die je moet volgen om op een zo harmonieus mogelijke manier de ruimte te kunnen delen. Zonder te veel spanningen die je zou kunnen krijgen als mensen geen rekening met elkaar houden.

 

Regels kun je spelenderwijs leren door bijvoorbeeld in plaats van vechten het stoeien aan te bieden als kinderen de grenzen van zichzelf en de ander willen onderzoeken. Hierbij hebben de kinderen regels nodig die ze moeten volgen zodat er door de opgelopen emotie geen ruzie kan ontstaan. 

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

14. Conclusie

Het juiste gereedschap is datgene wat een kind op een bepaalde tijd in het leven aan vaardigheden moet kennen. Heeft een kind de benodigde vaardigheden nog niet, dan kan er door de pedagogisch medewerker extra aandacht aan besteed worden zodat het kind deze vaardigheden leert kennen. Het gaat hier niet om hele moeilijke en speciale vaardigheden, maar de alledaagse dingen in het leven. Zoals het leren spiegelen van gevoelens, het tijdsbesef leren kennen en/of het leren concentreren die een kind nodig heeft om zich staande te kunnen houden in de maatschappij. Zo zijn er nog vele vaardigheden die een kind zich in hun leven eigen zal moeten maken. Door voldoende aandacht en een positieve benadering kunnen kinderen dit vaak op een natuurlijke manier (zonder veel stress) leren. Ook hier is het belangrijk om het doel niet uit het oog te verliezen: wat, waarom en hoe wil je iets bereiken met je interventie. Zet het doel “het kind een gelukkig leven gunnen” altijd centraal!

 


 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif