.          

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waarom dit boek?

 

 

In de praktijk ben ik vele kinderen tegen gekomen die, ondanks alle goede zorg van ouders en pedagogisch medewerkers, zich anders gedragen dan de doorsnee kinderen. Deze kinderen onderscheiden zich door zich agressiever te gedragen, teruggetrokken gedrag te vertonen, meer aandacht vragen, veel huilen en/of meer krijsen dan andere kinderen. Als deze kinderen in een kindercentrum komen als baby is er nog nooit bij hen onderzoek gedaan. Men kan, als een kind als baby in het kindercentrum komt, nog niet weten wanneer en waarom een kind zich op een andere manier zal gaan gedragen als de doorsnee kinderen.

 

Het is dan ook vaak niet te voorspellen hoe deze kinderen zich zullen ontwikkelen. Zijn het gezonde kinderen en hebben deze kinderen geen moeite om het tempo van de groep in het kindercentrum te volgen dan is de kans groot dat het kind op een plezierige manier op zal groeien en hoeft daar geen speciale aandacht naar uit te gaan (uiteraard wel voldoende aandacht). Er zijn echter ook kinderen die wél speciale aandacht vragen en die deze aandacht ook nodig hebben. Dit kan zijn doordat het kind allergieën heeft, astma of een andere medische conditie. Ook kunnen kinderen extra aandacht nodig hebben doordat bij deze kinderen op een gegeven moment ADHD, aan autisme verwante stoornis of een andere psychische stoornis is geconstateerd. Er is daarom op het moment dat deze kinderen op het kindercentrum komen niet te voorspellen dat deze kinderen in de toekomst extra aandacht nodig hebben. Tòch zijn er kinderopvangorganisaties die durven te zeggen “dat komt bij ons niet voor!”. Bij deze organisaties is er geen plaats voor het “speciale” kind.

 

Ook zijn er kindercentra die beseffen dat er kinderen kunnen zijn die wat meer aandacht nodig hebben dan het “doorsnee” kind en flexibel zijn in hun toelatingsbeleid. De laatste zijn zich bewust van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en erkennen dat er diversiteit bestaat onder de kinderen die er komen.

 

Hoe vaak komt het voor dat gediagnosticeerde kinderen geen of te laat hulp krijgen die ze nodig hebben? Kinderen die extra aandacht nodig hebben komen veel in deze maatschappij voor, overal zijn deze kinderen te vinden. Ook zij hebben het recht om op de juiste manier bejegend te worden. Juist voor deze kinderen is het van belang om een goede opvang te creëren waar ze in ieder geval begrepen worden, en dat kan ook, mits er aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt. In goede kinderopvang organisaties is er vaak een speciale zorgcoördinator die ervoor zorgt dat deze kinderen op een goede manier worden opgevangen. Ouders en pedagogisch medewerkers kunnen bij deze persoon terecht als ze vragen hebben.

 

Ik gun alle kinderen, dus ook de kinderen met extra behoeften, een gelukkige toekomst, maar ik besef dat dit niet vanzelf kan komen. Ik zou graag willen dat kinderen die gebruik maken van de kinderopvang een zo’n gelukkig mogelijke tijd krijgen. Door dit boek te schrijven probeer ik zo veel mogelijk mensen te bereiken waardoor dit doel wat dichter bij kan komen.

 

Ik hoop mensen in kinderopvangorganisaties bewust te maken van hun mogelijkheden waarna deze daardoor rekening houden met de gewone én speciale behoeftes van kinderen.

 

 

Waarover gaat dit boek?

 

 

Wat de “speciale” kinderen nodig hebben wordt vaak in specialistische boeken besproken en bijna niet in de “gewone” boeken over opvoeding zodat het lijkt of deze kinderen geen “gewone” kinderen zijn. Het zijn echter gewone kinderen die vaak voorkomen en niet opzij geschoven mogen worden als zijnde een freak of een “bijzonderheid”. Dit zeg ik niet om mensen te kwetsen, maar ik heb aan den lijve ondervonden dat er kinderopvang organisaties zijn die voor deze kinderen niet voldoende in huis (willen) hebben.

 

Ik heb het in dit boek niet over kinderen die een zware aandoening hebben of die ernstig gestoord gedrag vertonen, deze kinderen kunnen het beste geholpen worden door specialistische hulp. Het gaat hier om kinderen die in lichte mate extra aandacht behoeven en op een normale school, eventueel met een rugzakje, mee kunnen komen.

 

Kinderen hebben gereedschap nodig, ook de “speciale” kinderen, en als sommige kinderen moeite hebben om vaardigheden uit zichzelf op te pikken zullen opvoeders er extra aandacht aan moeten besteden. Doe je dat niet dan krijgen deze kinderen het in hun leven extra lastig en worden er op aangekeken dat ze deze vaardigheden niet kennen terwijl de opvoeders te kort geschoten zijn. Deze kinderen zijn dan extra gevoelig en worden daarom vaak in hun leven gepest of niet serieus genomen.

 

 

Tot slot

 

Het is niet mijn bedoeling om van een kinderopvang organisatie een organisatie te maken die gespecialiseerd is in het opvangen van kinderen met een zware handicap. Het gaat mij over kinderen die, met een klein duwtje in de rug, normaal in de maatschappij kunnen functioneren. Ook is het niet mijn bedoeling om kinderopvangorganisaties in een kwaad daglicht te zetten, integendeel. Ik zou willen dat er van fouten die gemaakt worden wordt geleerd omdat ik me soms zorgen maak om de kinderen en deze staan naar mijn mening centraal in de kinderopvang.

 

Ik wil met dit boek bereiken dat er een discussie op gang komt over de wijze van opvang. Ik zou graag zien dat er nagedacht wordt over de omgang met kinderen in het besef dat er verschil is in diversiteit, zowel fysiek, mentaal, sociaal en cultureel. Dat er verschil is tussen de verschillende methoden die men gebruikt en dat men rekening moet houden met de tijd waarin men leeft.

 

 

Wilma Verhagen

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif