.            

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit hoofdstuk bestaat uit:

 

1.    Inleiding

2.    Onderwerpen zoals Gereedschap, Stimulatie, Rust, Het goede voorbeeld, Verantwoordelijkheden, Extra problemen en Instincten

3.    Tot Slot

 

1 Inleiding

 

In dit hoofdstuk wil ik ingaan op de verschillende aspecten van het op een pedagogisch verantwoorde manier omgaan met tieners. In de tieneropvang werkt men in groepen, maar individuele aandacht is ook belangrijk. Ik baseer daarom mijn theorie op verschillende methoden zoals de Gordon methode (Luisteren naar kinderen, Thomas Gordon, 1970) die meer gericht is op het individu en de Self Directed Groepwork methode (Users take action for Empowerment, Audrey Mullender en Dave Ward, 1991) die zich vooral richt op groepswerk. Het samenvoegen van groepswerk en individuele aandacht staat in dit hoofdstuk centraal. Ook de drie gouden regels over het aanleren van nieuwe vaardigheden die Martine Delfos aangeeft in haar boek (Ontwikkeling in vogelvlucht, ontwikkeling van kinderen en adolescenten, 1999) is in dit hoofdstuk geïntegreerd.

 

Op de verschillende conferenties en symposia over tieneropvang die ik heb bijgewoond vond ik dat het aspect “pedagogie” vaak onderbelicht was. Te vaak ging men er van uit dat de tieners alleen maar bezig gehouden hoefden te worden en te weinig merkte ik dat je de tieners ook op zou kunnen voeden. Ik heb gemerkt in de praktijk dat de tieners nog veel van je kunnen leren. Zeker een bijzondere maar erg aanwezige groep tieners had een achterstand en het zou zonde zijn om deze tieners, juist in een tijd dat ze nog volop kunnen leren, niet het nodige bij te brengen, zeker als het in dezelfde moeite kan. In de tieneropvang werk je met tieners waar je rekening mee moet houden.

Omdat je zowel met groepen als met individuen te maken hebt is het verstandig om van verschillende werkwijze iets te weten, doe je dat niet dan mis je een kans om deze tieners nog wat bij te brengen, ze zijn tenslotte zoals ze in Brabant zeggen “te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken”.Tieners hebben de potentie om nog het een en ander te leren en volgens de Conventie van de Rechten van het Kind hebben ze daar ook recht op.

 

Opvoedmethoden zijn hulpmiddelen om kinderen te helpen op de juiste manier volwassen te worden zodat ze genoeg gereedschap hebben om in de maatschappij goed te kunnen functioneren. Opvoedmethoden zijn geen doel op zich omdat ieder kind een individu is die anders is als anderen. Houdt het doel “tieners leren om zich staande te houden in deze maatschappij” goed voor ogen. Vraag je af: “Wat wil ik bereiken? Wat is het effect van mijn handelen?” Is het effect negatief, probeer het dan anders, pas je handelen aan. Is het effect bereikt, dan heb je op de juiste manier gehandeld. Gebruik daarom nooit meer macht als nodig is en ben zo rustig als je kunt in de betreffende situatie. Kijk als het enigszins kan naar het lange termijn effect en minder naar direct effect, daar heeft de tiener veel meer aan.

 

Elk kind, of het nu blank, bruin, homoseksueel of enigszins anders is, ieder kind dat uit de boot valt en dat niet in de groep past heeft het recht om in een gezonde omgeving op te groeien, met de voor zijn/haar persoon toegespitste opvoeding, ieder kind is anders en dient een eigen aanpak. Het is bijna niet mogelijk om een passend antwoord te vinden op 100% van de tieners, er zijn altijd tieners die er van afwijken en dus een andere aanpak behoeven. Het idee dat ieder kind hetzelfde behandeld dient te worden is niet meer van deze tijd, iedereen is uniek en heeft een andere groei meegemaakt. Hoe de tiener zich gedraagt heeft met veel factoren te maken, met opvoeding, thuissituatie, schoolsituatie, vrienden, de maatschappij (cultuur) waarin de tiener opgroeit. Wordt de tiener gepest of heeft hij/zij een (psychisch of lichamelijk) gebrek? Het is ondoenlijk om de precieze oorzaak van gedrag te achterhalen.

 

Daarom dient op ieder kind afzonderlijk een andere pedagogische aanpak van toepassing te zijn, de tiener heeft een eigen benadering nodig en eigen leerdoelen. Het is de taak van de tienerwerker om samen met deze unieke persoonlijkheid om te gaan op zijn/haar basis en als het nodig is zal men dan ook af moeten kunnen wijken van de gebaande paden om het gedrag van de tieners in goede banen te leiden. Ik geef in dit hoofdstuk hulplijnen die je een houvast kunnen geven, maar het is belangrijk om ze niet te strak te gebruiken.

 

Denk niet dat je in een tienercentrum alleen maar te maken krijgt met de “gewone” tiener, want hoe je het ook probeert, de drukke en onaangepaste tieners zullen een keer in je tienercentrum opduiken waardoor de rustige tieners vaak het veld moeten ruimen en het zal niet de eerste keer zijn dat daarom de tieneropvang zal moeten sluiten, het is dus zaak om voorbereid te zijn en een klimaat te scheppen om beide groepen het naar de zin te maken zonder dat er negatieve consequenties aan verbonden zijn.

 

Als de onaangepaste tieners geweerd worden in het tienercentrum, waardoor ze het gevoel krijgen dat ze buitengesloten worden, kan het zijn dat deze groep vernielingen gaan aanrichten of geweld gebruiken tegen het tienercentrum en dat is ook niet de bedoeling van de tieneropvang, buitensluiten is uit het oogpunt van preventie ook niet aan te bevelen. Probeer daarom deze tieners iets te bieden zoals de nodige rust en warmte, geef ze het gevoel dat ze welkom zijn, net als de andere tieners. Het is zeker de moeite waard om zowel de rustige en aangepaste tieners als de onaangepaste drukke tieners bij elkaar te brengen zodat ze van elkaar kunnen leren.

 

In dit hoofdstuk geef ik extra aandacht aan het stuk opvoeding dat tieners nog moeten leren om tot volwassenheid te kunnen komen. Ook geef ik aan op welke manier dat eventueel zou kunnen geschieden.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

2 Hieronder staan enkele onderwerpen die centraal staan in dit hoofdstuk:

 

  1. Gereedschap:
    Tieners hebben nog maar een paar jaar voordat ze volwassen zijn. Rijk daarom het gereedschap aan dat ze nog missen.
  2. Stimulatie:
    Stimuleer tieners op verschillende gebieden zoals op sociaal gebied, creatief gebied e.d. en doe dit op een zo onopvallend mogelijke manier.
  3. Rust:
    Zowel de tienerwerker als de omgeving moeten rust uitstralen. Doordat de tieners in de puberteit erg onrustig zijn en er veel verandert, zowel lichamelijk als geestelijk is rust erg belangrijk.
  4. Het goede voorbeeld:
    De tienerwerker zal het goede voorbeeld moeten zijn willen de tieners zich hieraan kunnen spiegelen.
  5. Verantwoordelijkheden gekoppeld aan vrijheden:
    Verantwoordelijkheden horen vaak bij vrijheden zoals op tijd thuiskomen gekoppeld kan worden aan uitgaan.
  6. Extra problemen:
    Is er een groep tieners die extra moeilijk te bereiken is? Hoe kun je deze groep tieners dan op het goede pad brengen?
  7. Gedrag gerelateerd aan instincten:
    Hoe komt het dat tieners zijn zoals ze zijn, heeft dit een natuurlijke oorzaak?

 

 

2.1 Geef de tieners het gereedschap dat ze nodig hebben

 

Het is belangrijk voor de tieners dat ze zelf dingen ontdekken. Dit kun je als tienerwerker stimuleren door mogelijkheden aan te dragen. Je kunt praten met de tieners en ingaan op de dingen waar ze op dat moment mee bezig zijn, de tieners zelf aan het denken zetten is belangrijk. Je kunt tieners voorlichting geven of andere dingen leren. Dit kan door discussies uit te lokken of het voordoen van een activiteit. Door de aandacht van de tieners te laten richten op krantenartikelen of te vragen waar de tieners op dat moment mee bezig zijn en hierop in te gaan kun je tieners in gang zetten. Er zijn heel veel manieren om op een zo onopvallend mogelijke manier de tieners sturing te geven in sociale competenties of andere achtergebleven persoonlijke gebieden. Het is belangrijk om er voor te zorgen dat tieners elkaar daarbij helpen zodat er weinig druk ervaren wordt vanuit de kant van de volwassenen.Op deze manier kunnen de tieners hun zelfrespect op poetsen, sociale competenties verbeteren en creatief leren zijn.  Doordat de tienerwerker de tiener in gang zet zonder dat er een verzoek of vraag aan vooraf gaat, zodanig dat de tiener niet beseft dat deze gestuurd wordt, krijgt de tiener het gevoel dat hij/zij zelf op het idee gekomen is waardoor deze het gevoel krijgt dat hij/zij iets zelf kan en krijgt daardoor meer zelfvertrouwen.

 

Wat kan helpen in de zoektocht naar gebieden waar de betreffende tiener minder in is onderlegt zijn enkele vragen zoals die ook in de Self Directed Groepwork methode worden toegepast namelijk de hoe, wat en waarom vragen.

 

  • Hoe kan ik deze tieners het beste op gang brengen?
  • Wat kan ik ze het beste op dit moment aanbieden?
  • Wat heeft deze tiener het hardste nodig?
  • Waarom is deze tiener zoals hij/zij is?
  • Wat zie ik?
  • Wat wil de tiener?
  • Waarom wil de tiener dat?
  • Hoe kan ik daar op in gaan?

 

Door observatie en door bovengenoemde vragen te stellen kan de tienerwerker zich een beeld vormen over de betreffende tiener zodat de tienerwerker passend gereedschap aan kan bieden in de weg die de tiener nog moet gaan om volwaardig volwassen te kunnen worden.

 

De tienerwerker zal de tieners moeten stimuleren in het onder controle krijgen van wat ze overkomt zoals ruzie, pesten, discriminatie, verwaarlozing, mishandeling, maar ook de seksualiteit en hoe je met een relatie om kunt gaan. Als de tiener zich slachtoffer voelt, kan men dat omzetten in alles in eigen hand nemen door de tiener het betreffende gereedschap aan te rijken. Door tieners in gang te zetten leert men ze om verandering te brengen in de eigen situatie, het kan tieners leren om invloed uit te oefenen op het eigen leven. Als de tieners zelfstandig en zelfverzekerd zijn staan ze steviger in de maatschappij en kunnen ze hun (toekomstige) problemen beter op lossen. De tienerwerker kan de tieners helpen om zelfstandig en zelfverzekerd te worden en kan tieners daarvoor het juiste gereedschap in handen geven.

 

Het is belangrijk dat tieners zelf nadenken en een beslissing nemen waardoor ze complimenten krijgen zodat ze de goede beslissing de volgende keer opnieuw maken. Doordat de tieners zelf een beslissing genomen hebben blijven deze beter hangen, de tieners krijgen hierdoor het gevoel dat ze serieus genomen worden. Pas als tieners geen raad meer weten met hun probleem kan de tienerwerker kijken of het nodig is om in te grijpen. Ook bij problemen met tieners onderling kunnen tieners zelf proberen dit op te lossen, soms met enige hulp van de tienerwerker. Als de tienerwerker het juiste gereedschap aanreikt en dit op een prettige manier aangeeft zullen de tieners niet zo vaak over de grenzen van de tienerwerker heen gaan en hoeft deze niet vaak te mopperen, wat de sfeer in het tienercentrum weer ten goede komt.

 

Tieners laat je zelf denken en handelen, je laat hierdoor de tieners verantwoordelijk zijn en dat geeft weer zelfvertrouwen. Het geeft de tieners het gevoel dat ze voor hun eigen daden verantwoordelijk zijn. Vaak gaat dit vanzelf en af en toe moet je de tieners een zetje in de goede richting geven. Het werken vanuit de kinderen, hun iets aangeven zodat het lijkt of ze zelf op ideeën of beslissingen komen kan haar vruchten afwerpen. Als tieners niet in de gaten hebben dat ze gestuurd worden en ze denken dat ze het idee zelf bedacht hebben, dan zullen ze meer achter de handeling (die de volwassene aangegeven heeft) staan. Zelf na laten denken geeft ze de mogelijkheid om de goede beslissingen te nemen. Tieners stimuleren om goede beslissingen te nemen kun je doen door als ze eens een goede beslissing hebben genomen dit te complimenteren. Het is nog niet gewoon bij de tieners dat ze altijd de goede beslissingen nemen, maar als de tienerwerker positief gedrag beloont zullen de tieners het juiste gedrag nog eens willen laten zien. Het beïnvloeden van tieners, hun iets aangeven zodat het lijkt of ze zelf op ideeën of beslissingen komen is een onderdeel van de Selfdirected Groepworks methode.

 

Men kan op verschillende manieren de tieners helpen om tot een oplossing te komen in hun probleem. Bijvoorbeeld als een tiener aan de computer wil en de computer is niet vrij kan er ruzie ontstaan, vaak vinden de tieners dat de ander te lang aan de computer zit. Als de situatie goed verloopt hoeft men niet in te grijpen, het kan b.v. zijn dat de tiener zelf een oplossing aandraagt. Pas als je ziet dat er ruzie van komt kan de tienerwerker hiervoor een oplossing aandragen (het juiste gereedschap aanreiken). Er zijn ook tieners die niets durven vragen aan andere tieners. Men kan dan aangeven wat de betreffende tiener zelf aan de situatie kan doen. Als het de tiener niet lukt om de situatie te veranderen ondanks dat deze zelf geprobeerd heeft om voor zichzelf op te komen  dan kan de tienerwerker het probleem oplossen. De vragende tiener heeft dan geleerd dat hij/zij eerst moet proberen om het probleem zelf op te lossen voordat er hulp gevraagd wordt. (Hulp vragen op zich is ook een oplossing)

 

De tienerwerker kan tieners in dit verband op drie verschillen manieren helpen:

 

  1. Door juist niets te doen, je geeft de tieners de kans om zelf te ontdekken.
  2. Door een alternatief aan te bieden. Als je ziet dat de tieners iets niet kunnen en ze vragen om hulp dan kun je ze gereedschap in de vorm van goede raad aangeven.
  3. Door corrigerend op te treden.

 

Men zal goed naar de tiener moeten kijken of deze de situatie aankan. Het is heel goed voor de tiener dat hij of zij weet wat deze aankan en wanneer om eventueel hulp te vragen. Willen of durven de tieners nog niets te vragen, dan kan men kijken of een alternatief aanbieden de oplossing is.

 

 

 

Er wordt een nieuwe tienerwerker aangesteld. De tieners reageren negatief op deze persoon. Ze vertellen meerdere malen dat zij deze persoon niet mogen. De tieners worden steeds lastiger omdat ze niet gehoord worden. De vaste tienerwerker vraagt de tieners of ze de nieuwe tienerwerker een kans willen geven. Ze vraagt aan de tieners of ze een idee hebben hoe de nieuwe tienerwerker zich aan kan passen zodat deze eerder kan worden geaccepteerd. De tieners geven wat suggesties  zoals humor hebben, niet op hun vingers kijken, privacy respecteren en op tijd streng zijn als dat nodig is.

 

 

 

De wereld verandert snel en de tieners beginnen hun plaats hierin te ontdekken. Vaak wordt kinderen voorgehouden dat volwassenen alles goed doen, alle kinderen wordt verteld dat ze moeten luisteren naar volwassenen omdat deze het beter weten. Tieners nemen oneerlijkheid en onrechtmatigheid in de volwassen wereld waar en daar worden ze boos over, neem het ze eens kwalijk. Heel vaak wordt hen iets belooft dat naderhand door volwassenen niet nagekomen wordt  Ze krijgen regelmatig een slecht voorbeeld te zien van volwassenen. Het is de kunst van de tienerwerker om de tieners te leren om, ondanks dat veel volwassenen anders zijn dan de tieners gedacht hadden, toch zo goed mogelijk hun best te doen door ze een spiegel voor te houden van goed gedrag.

 

Een ander onderwerp waar de tieners vaak nog iets over moeten leren is discriminatie. Het is voor volwassenen normaal dat discriminatie zo veel mogelijk dient uitgebannen te worden, men kan hier dan ook met de tieners over praten of discussiëren. De tieners hoeven geen vrienden van elkaar te worden, maar dienen wel goed en met respect met elkaar om te gaan. De tienerwerker kan de tieners leren praten met elkaar en met elkaar rekening leren houden in plaats van met elkaar ruzie te maken. Dit gereedschap is heel belangrijk in hun volwassen leven. In de volwassen wereld accepteert men niet dat er gescholden of gevochten wordt zoals tieners nog wel eens willen doen. Hiervoor dient het juiste gereedschap aangereikt te worden.

 

Het is erg belangrijk om te achterhalen wat de competenties zijn van de tieners, wat kan deze wel en wat kan deze nog niet of niet goed genoeg. Ook zal er gekeken moeten worden wat de tiener aan aandachtspunten nodig heeft op punten die hij/zij niet of niet genoeg onder controle heeft. Om competenties te vergroten kan men complimenten geven als de tiener het goed probeert. Iedere keer als de tiener erg zijn best doet op iets waar hij/zij niet zo goed in is kunnen er complimenten uitgedeeld worden. De tiener moet leren omgaan met waar hij/zij bang voor is zoals gezichtsverlies. De tienerwerker zal moeten aangeven dat het niet erg is als de tiener iets niet goed onder de knie heeft. Ook een gesprek samen met andere tieners kan daarin helpen. De tiener hoort dan dat hij/zij niet de enige is met een probleem. Het is erg belangrijk af en toe te zeggen “het geeft niet als je iets niet goed kent, het komt nog wel”. Vooral tieners met het predikaat “moeilijke jeugd” hebben vaak negatief commentaar gekregen op iets waar ze niet goed in zijn waardoor de motivatie vaak weg is om het nog eens te proberen. Heel vaak hebben deze tieners een negatief zelfbeeld "ik deug toch niet, ik ben onbelangrijk", de groep tieners die toch al een slechte naam hebben in de maatschappij worden vaak genegeerd door volwassenen en als ze al aandacht krijgen dan is dat meestal op een negatieve manier. Wat de tieneropvang kan doen voor de tieners in het algemeen is de tijd die je samen in het tienercentrum doorbrengt zo fijn mogelijk te maken. De tiener steunen en proberen om hem of haar wat meer zelfvertrouwen te geven door regelmatig een compliment uit te delen voor dingen die goed gaan. De tiener met respect bejegenen, omdat als je respectvol met de tieners omgaat, bij de tiener dan het goede naar boven komt, hierdoor zal deze tiener eerder het gereedschap aannemen die de tienerwerker aangeeft.

 

 

 

Karel van 16 jaar is agressief en gooit met van alles, dit doet hij al net zolang als hij bij het tienercentrum komt. De tienerwerker wil hem afleiden van dit gedrag en vraagt hem of hij aan de computer wil, waarop hij zegt dat hij niet kan lezen en schrijven omdat hij analfabeet is. Het blijkt dat Karel dyslexie en ADHD heeft en hij geeft aan dat er nooit aandacht is besteed aan zijn handicap ondanks dat hij op het speciaal onderwijs heeft gezeten. De tienerwerker zegt dat ze hem wil helpen met de computer. Karel gaat achter de computer zitten en gaat chatten, waarbij de tienerwerker en zijn vrienden hem helpen.

 

Karel heeft door middel van het leren chatten op de computer geleerd om niet bang te zijn om taal te gebruiken zodat hij eventueel in de toekomst er toe komt om zich te bekwamen in de in deze maatschappij zo noodzakelijk geschreven taal.  Karel is zelfverzekerder geworden waardoor hij ook rustiger werd, wat weer ten goede kwam aan de rust die de andere tieners nodig hadden.

 

Als je vraagt wat er verkeerd is gegaan in het onderwijs, waarom hij analfabeet was, dan kun je er alleen maar naar gissen. In ieder geval staat in de conventie van de Rechten van het Kind dat hij recht had op een goede opleiding zodat hij zich zou kunnen ontwikkelen tot een volwaardig lid van de maatschappij. Een volwaardig lid van de maatschappij kan lezen en schrijven en naar ik heb ervaren kon deze jongen, als hij de goede begeleiding krijgt, leren lezen en schrijven. Dus het systeem van onderwijs was verkeerd voor deze jongen, de condities om te leren waren er niet. In Nederland, een westers land dat rijk genoeg is om iedere landgenoot onderwijs te geven, zou het niet mogen voorkomen dat men in deze tijd nog als analfabeet van school komt.

 

 

 

Het voorbeeld van kleine Karel:

 

In de praktijk zie ik soms dat professionals niet goed om kunnen gaan met kinderen die “lastig en agressief” zijn. Naar ik heb ervaren is het echter heel goed mogelijk om met deze kinderen om te gaan. In de tijd dat ik met tieners heb gewerkt kon het zijn dat ik voor langere of een kortere tijd de betreffende tiener moest begeleiden, bij iedere tiener was de tijd dat ik deze moest begeleiden anders. Ik heb nog nooit zo vlug resultaat gezien als met deze methode. Hieronder leg ik uit hoe ik om ben gegaan met de zogenaamde “lastige tieners”, hoe ik dit probleem heb opgelost, deze methode heeft in de tijd dat ik met tieners heb gewerkt  zeer goed gewerkt, tot nog toe heb ik alle tieners rustiger gekregen.

 

Sommige kinderen missen het vermogen om sociaal met anderen om te gaan. Deze uiten zich verkeerd ten opzichte van anderen door agressie of ander vervelend gedrag te tonen. Als dit gedrag het “normale” gedrag is dat deze tiener laat zien dan is er iets aan de hand. Probeer er eerst achter te komen wat het probleem is van de betreffende tiener. Heeft deze tiener genoeg sociale competenties? Is het probleem van tijdelijke aard? Als de tiener consequent gedrag vertoont dat hem/haar hindert in de omgang met andere tieners en er ligt geen psychische stoornis aan ten grondslag dan heeft de tiener nog niet voldoende gereedschap meegekregen om dit gedrag goed te kunnen beheersen.

 

Wat kun je hieraan doen?

 

Deze tiener heeft enkele dagen intensieve begeleiding nodig. Als je hier tijd in steekt dan zal de opbrengst van deze inspanning je dubbel en dwars belonen. Je zult hierna meer tijd overhouden om met de andere tieners om te gaan en je hoeft niet zo veel tijd te steken in het verbieden en mopperen naar de betreffende tiener, wat de sfeer in het tienercentrum ten goede komt.

 

In eerste instantie ga je kijken wat de tiener aan het doen is, vraag jezelf af: wat zie ik? Geef bij de tiener aan wat er verbeterd kan worden in zijn gedrag. Ben zo min mogelijk negatief, zorg dat je de voordelen van deze aanpak uitlegt aan de tiener. Het grote voordeel voor de tiener in kwestie is dat hij/zij minder tegen spanningen op loopt. Dat hij/zij meer tieners (en volwassenen) tegen komt die vriendelijk tegen hem/haar zijn. 

 

Probeer in het begeleidingsproces zo veel mogelijk negatief gedrag te voorkomen, dat wil zeggen, kijk naar de tiener en let op wanneer het fout dreigt te gaan. Als je zo’n moment ziet aankomen dan kun je ingrijpen en alvast het goede gereedschap aanreiken zodat de tiener op dat moment goed gedrag kan vertonen en de tienerwerker meteen daarop een compliment kan geven. Ben als tienerwerker consequent in het aansturen van de tiener en vooral positief, moedig de tiener aan om het goed te doen. Is het de tiener gelukt om datgene wat je voorstelde in de praktijk te brengen, complimenteer de tiener er dan mee. Als je dit enkele dagen volhoud dan zie je al een vooruitgang in het gedrag van de tiener. De tiener zal minder slecht gedrag vertonen en vaker gebruik maken van het gereedschap dat je aangegeven hebt. Na een paar dagen van intensieve begeleiding kun je het coachen wat losser laten en kijken of de tiener het verder alleen kan. Als de tiener zover is dat deze niet zo veel ruzie meer maakt of anderszins lastig is hoef je deze niet meer zo intensief te begeleiden. Soms komt het gedrag dat ongewenst is terug, dat is een normaal proces, af en toe zul je nog even terug moeten grijpen naar het begeleiding van deze tiener, maar als je consequent bent in je aanpak dan zul je zien dat de tiener het op een gegeven moment steeds beter alleen kan en rustig blijft in de omgang met andere tieners. Zorg steeds bij het coachen dat je positief op de tiener reageert, zeg bijvoorbeeld ”ik ben niet boos, ik wil even wat zeggen” en vertel dan hoe jij het probleem op zou lossen. Blijf de tiener altijd aankijken als je iets wilt zeggen en zorg ervoor dat deze ook jou aankijkt.

 

Soms helpt het om de betreffende tiener op een stoel te laten plaatsnemen en er bij te vertellen dat hij/zij niet op de stoel zit omdat je boos bent, maar omdat de betreffende tiener rustig moet worden zodat er weer normaal met elkaar omgegaan kan worden. Het positief stimuleren om het goede gedrag te handhaven is erg belangrijk, op deze manier kan de tiener steeds beter het gereedschap dat je aangeeft leren toepassen. De tiener zal het positief uitdagend gaan vinden om zijn/haar gedrag in gunstige zin te gaan veranderen.

 

Kleine Karel

 

“Karel is drie jaar en kan nog niet goed samenspelen met andere kinderen terwijl dat wel bij zijn leeftijd past. Als hij gedrag van andere kinderen tegenkomt dat hem niet zint dan gaat hij schoppen, slaan enz. tot hij bereikt wat hij hebben wil. Als Karel bijvoorbeeld een loopauto wil hebben waar een ander kind op zit dan trekt hij de loopauto onder het andere kind weg om deze te pakken. Karel heeft niet goed in de gaten dat hij het andere kind pijn of verdriet doet en denkt er nog niet aan  om de auto vriendelijk te vragen. Ook vindt Karel het moeilijk om verlangens uit te stellen, hij heeft er moeite mee om in de nabije toekomst te kijken en daarom een betere oplossing te bedenken. Verder kan hij nog niet goed meevoelen met andere kinderen zodat voor Karel bij deze problemen het juiste gereedschap dient aangegeven te worden. Omdat hem in het verleden steeds werd verteld dat hij stout is en omdat juist stoute kinderen over het algemeen vaak de schuld krijgen als er iets fout gaat heeft hij een negatief zelfbeeld gekregen dat tot uitdrukking komt in zijn gedrag.

 

Om het gedrag van Karel een andere wending te geven was het van belang om hem positieve aandacht te geven. Door hem iedere keer als zijn gedrag goed is te complimenteren en hem te prikkelen om positief gedrag te gebruiken veranderde hij in positieve zin. Ook het benoemen van wat hij verkeerd doet en hem een oplossing te laten zoeken voor zijn probleem gaf hem zelfvertrouwen (de Gordon methode). Want zelfs op 3 jarige leeftijd kan een kind zelf een oplossing bedenken, soms echter zul je bepaald gereedschap aan moeten rijken. Het is zeker voor dit soort kinderen belangrijk om niet kwaad te worden en niet te zeggen dat hij stout is maar dat datgene wat hij doet niet kan. Als Karel goed om kan gaan met andere kinderen kun je zeggen “Karel, jij bent lief, jij botst niet tegen andere kinderen aan”, of “Dat doe je niet, jij bent daar veel te lief voor”. Ongemerkt kun je de kinderen sturen naar gedrag dat gewenst is en het daarin coachen.

 

Het voorbeeld van Karel laat zien dat je op een leuke en plezierige manier kinderen, of het nu gaat om een 3 jarig kind of een tiener, positief gedrag kunt aanleren.De methode die ik in dit voorbeeld beschrijf is een plezierige manier van werken, dat zorgt ervoor dat zowel de opvoeder als de betreffende tieners plezier hebben in de omgang met elkaar. Het is belangrijk dat je altijd op een vriendelijke en rustige manier reageert zodat tieners merken dat je het goed bedoeld en ze eerder aannemen wat je te zeggen hebt. Deze methode is een veel vriendelijker manier om iets aan te leren dan als je gaat mopperen als het fout gaat. Het is veel effectiever en je hebt sneller resultaat. Na een korte tijd zie je al het gewenste gedrag te voorschijn komen.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

2.2 Stimuleer tieners om nieuwe vaardigheden te leren

 

Tieners kunnen veel en alles wat ze kunnen willen ze graag zelf doen en dat is goed. De tienerleiding moet daarom klaar staan om tieners te helpen met de dingen die ze nog moeten leren. Voor de tieners is het belangrijk om te oefenen in het beheersen van kundigheden. Iedere tiener is hierbij anders en elk heeft zijn of haar eigenschappen die ze al onder de knie hebben. De een is goed in de omgang met anderen terwijl de ander dat nog beter moet leren beheersen. De uitdaging is dus om te begrijpen wat de betreffende tiener nodig heeft aan eigenschappen die er voor zorgen dat deze tiener een evenwichtig persoon wordt die later goed in de maatschappij past en daardoor lekker in zijn/haar vel zit. Het is daarom goed om elke dag weer iedere tiener opnieuw te observeren om te weten te komen wat deze nodig heeft. Alleen de eigenschappen die de tiener niet onder de knie heeft moeten gestimuleerd worden, daar kan de tienerleiding een grote rol in spelen.

 

 

 

Een groep tieners was buiten het tienercentrum aan het stoeien. Op een gegeven moment viel Charley door de ruit van de voordeur. De tienerwerker vertelde tegen de betreffende tieners, nadat deze niets durfden te vertellen, dat ze niet boos was, ze wilde alleen de waarheid horen.

 

Tieners zijn over het algemeen bang voor de consequenties van hun gedrag en in dit geval was het niet anders. Het is dan ook aan de tienerwerker om de tieners niet af te schrikken en te leren dat als ze iets fout doen, de consequenties niet te erg voor ze is. Tieners zijn dan bereid om de ware toedracht te vertellen.

 

Charley wilde in dit geval vertellen wat hij gedaan had. De tienerwerker gaf hem een compliment omdat hij de waarheid had durven vertellen. Dat verbaasde hem zeer, meestal kreeg hij flink op zijn kop. De tienerwerker nam hem apart en vertelde dat deze zijn ouders zou moeten bellen vanwege de verzekering. Ook gaf ze hem de keuze om als eerste de ouders in te lichten en zei dat de ouders beter zouden reageren als hij eerlijk was. De tienerwerker had met Charley afgesproken dat ze pas na 20 minuten zou bellen.

 

 

De tieners hadden de moed om de tienerwerker te vertellen wat er aan de hand was, zonder smoesjes te verzinnen. Het naar voren komen van de dader was een hele grote stap, een stap die deze tiener misschien de volgende keer weer durft te maken, een stap die gewaardeerd dient te worden.

 

 

 

Vaak willen tieners laten weten dat ze de beslissing zelf willen nemen, dat is te zien aan hun gedrag. Na een vraag van de tienerwerker of de tiener een bepaalt taak wil doen, wacht de tiener een tijdje en doet net of hij/zij niets gehoord heeft tot deze ziet dat de tienerwerker niet meer kijkt,  nadien doet de tiener toch datgene wat gevraagd is.

 

Hieronder staan enkele voorbeelden die kunnen helpen om tieners te leren zelf beslissingen te nemen.

 

  • Laat de tieners zelf nadenken, geef ze de tijd om de goede beslissing te nemen (pas na de derde keer kun je eisen dat ze moeten doen wat opgedragen is)
  • Het is belangrijk om te werken vanuit de tieners, iets aangeven zonder dat ze in de gaten hebben dat je de tieners stuurt zoals goede beslissingen nemen, de tieners denken dan dat ze zelf beslissingen hebben genomen en dat geeft ze meer zelfvertrouwen.
  • Stimuleer tieners om goede beslissingen te nemen door positief gedrag, dus ook beslissingen die ze gemaakt hebben te belonen (complimenteren).

 

In een groep kan de tienerwerker de tieners stimuleren om op een goede manier met elkaar om te gaan. In een groep zijn verschillende groepsprocessen aan de gang, je ziet bijvoorbeeld dat tieners elkaar aanmoedigen om een sigaret te roken of  ze stimuleren elkaar om een grap uit te halen bij de tienerwerker. Een groepsproces is een proces wat in een groep plaatsvindt bijvoorbeeld tieners helpen elkaar. Goede groepsprocessen dient men te stimuleren door complimenten te geven, en slecht gedrag dient zoveel mogelijk genegeerd te worden. De groep kan men dan complimenteren als deze iets goeds doet zodat dit goede gedrag navolging krijgt. De tienerwerker kan de tieners stimuleren om elkaar te helpen slechte gewoonten zoals druggebruik af te leren, laat tieners elkaar steunen. Gebruik de vriendengroep om te bereiken wat op dat moment belangrijk is, dit is een erg krachtig middel om dingen voor elkaar te krijgen. Dit groepsproces moet gestimuleerd worden en dat kan door de hele groep te complimenteren met hun gedrag als het goed gaat.

 

 

 

Er heeft eens een meisje van de tieneropvang te maken gehad met Bureau Halt, ze moest werk verrichten in de sporthal waar de tieneropvang een plek had, zij vertelde dat ze op excursie naar een gevangenis was geweest. Bureau HALT had ter  afschrikking van de jeugd die wel eens uit de pas liepen deze excursie georganiseerd. Het meisje deed verslag van deze rondleiding waardoor de aanwezige tieners erg onder de indruk waren, de tieners die dit verhaal hoorden vertelden dat ze dit erg “cool” vonden. Omdat de tienerwerker had gezien dat juist deze groep tieners zich bezig hielden met lichte criminaliteit vond zij dat het goed zou zijn om een excursie te maken naar Rijksinrichting “Den Hey-Acker” in Breda. De tienerwerker is toen samen met de tieners, jeugdagent en een docent van het voortgezet onderwijs naar de jeugdgevangenis gegaan ter preventie van jeugdcriminaliteit.

 

 

 

Ook een persoonlijke benadering naar de tieners toe is zeer belangrijk omdat je dan individuele problemen aan kunt pakken. Pubers groeien zoals alle kinderen groeien, de ene puber is al kundig op het ene gebied en de andere puber weer op een ander gebied. Iedere tiener zal daarom nog individueel het een en ander moeten bijleren om op een zorgvuldige en prettige manier volwassen te worden. Tieners moeten gestimuleerd worden om te leren om zich op een volwassen manier te gedragen en te handelen.

 

Er is een manier waarbij de tiener zelf de leerdoelen uitzoekt met een beetje hulp in de vorm van een prikkelende omgeving. Men kan om de tieners te prikkelen de hele ruimte van de tieneropvang gebruiken. De ruimte wordt gebruikt om uitnodigend te zijn, waar tieners eigenlijk niet anders kunnen dan er iets van leren, maar ondanks dat, moet de ruimten ook heel aantrekkelijk zijn.

 

 

Hoe kun je de tieners stimuleren en activiteiten aanbieden?

 

  • Via artikelen uit kranten en/of tijdschriften
  • Via een schoolbord
  • Via het gebruik van de sporthal
  • Via het gebruik van de computer
  • Via workshops

 

Tieners zijn vaak niet geneigd om de krant te lezen, ze zijn daarom vaak niet op de hoogte over wat er in de maatschappij gaande is. Er staan speciale pagina’s in kranten of (pop)tijdschriften die gaan over onderwerpen zoals de maatschappij, kindermishandeling, over de verwerking van de dood, over roken, seksualiteit, macho gedrag, vernielingen, alles wat relevant is voor de tienerleeftijd. Artikelen zoals over veiligheid met fiets of bromfiets, bromfiets controle, open dagen van scholen, kunst en cultuur. In de krant staat b.v. iets over een drug die in drinken gedaan kan worden, de zogenaamde rapedrug of er staat iets in over loverboys die rondlopen om jongeren over te halen om in de prostitutie te gaan e.d. Deze artikelen kunnen op een prominente plaats opgehangen worden in de tieneropvang. De bedoeling van deze artikelen is dat alles bespreekbaar wordt.

Doordat deze artikelen speciaal voor de tieners zijn geselecteerd worden ze eerder gelezen. De tieners geef je daarom onderwerpen om over na te denken of om er over te praten.

 

Als je de tieners op deze artikelen wijst worden deze artikelen regelmatig gelezen. Ik heb eens een tiener op een artikel in de krant gewezen over ongelukken met fiets of bromfiets met de woorden “Kijk er is weer iemand tegen een boom gereden!” Met de intentie en de hoop dat de tieners uit zullen kijken in het verkeer. Tieners zijn nog van alles aan het ontdekken, ze moeten nog veel leren over de maatschappij. Als de tieners het over bepaalde onderwerpen hebben krijgt de tienerwerker de kans om op bepaalde onderwerpen in te gaan. Hierdoor krijg je een levendige discussie die op een leuke manier gevoerd wordt door de tieners zelf, en vaak komen de tieners op hele goede oplossingen.

 

Ook een schoolbord dat aan de wand hangt is een enorme hulp, het is een uitlaatklep van zowel positieve als negatieve gevoelens van de tieners waarover gediscussieerd kan worden. Positieve gevoelens als verliefdheid en vriendschap, negatieve gevoelens zoals ruzie, liefdesverdriet of pesten. Door middel van dit schoolbord komen soms ongenoegens naar voren die een oplossing behoeven waar de tienerwerker dan onmiddellijk op kan reageren. Er word op dit schoolbord getekend en geschreven, zoals een tekening van een  figuur met een joint, graffiti of een hart met een pijl erdoor. Scheldwoorden aan het adres van een andere tiener kunnen worden besproken door de tienerwerker om te kijken wat daar aan ten grondslag ligt. Ook kan de tienerwerker er voor zorgen dat de tieners beter met elkaar omgaan en ze wijzen op de tekst die geschreven is, met de bedoeling dat er niet gediscrimineerd wordt en dat ruzies beter op te lossen zijn met praten dan door schelden. Er kan een handvat gegeven worden door met elkaar te praten waardoor de tieners zelf oplossingen kunnen aandragen. Hiermee kun je de tieners stimuleren om hun gevoelens te uiten en daarna samen te praten over de onderwerpen die de tieners hiermee aandragen.

 

Door het gebruik van een sporthal kan worden voorkomen dat de tieners bewegingsarm worden. Ook een vrijwillig potje voetballen en aan de touwen zwieren kunnen bijdragen aan het weer in beweging krijgen van de tieners. Volgens de tieners is het niet meer stoer om bij een sportclub te zijn. Vooral de oudere tieners willen niet meer bij een sportclub, deze tieners willen niet meer gebonden zijn aan verplichtingen.



(Volgens onderzoek van Karin van Leeuwen (Sportservice Noord-Brabant) sporten jongeren van 6 t/m 14 jaar het meest (3 keer in de week), tot de 15 jaar is sportdeelname groot. Vanaf 15 jaar stoppen de jongeren met de georganiseerde sport en gaat er een gedeelte naar ongeorganiseerde sport (sportscholen zoals fitness of skaten) of ze stoppen geheel met de sportbeoefening. Allochtone meisjes en gehandicapten lopen hierbij achter.

 

De reden dat jongeren stoppen met sporten zijn:

 

  1. Geen aansluiting aan hun belevingswereld
  2. Geen uitdaging
  3. Geen tijd (bijbaantjes)

 

Uit dit onderzoek komt naar voren dat vooral de oudere jeugd niet in de georganiseerde sport of helemaal niet aan sport meedoen.)

 

Daarom is het goed om tieners te stimuleren om op enigerlei wijze tot bewegen te komen.

 

Tieners willen graag lichamelijk contact met vrienden, maar dat is “not done” op die leeftijd. Als ze het alternatief krijgen van stoeien dan kunnen ze de genegenheid die ze voor elkaar voelen goed uiten zonder gezichtsverlies. (Het is belangrijk dat de tieners de spelregels van stoeien leren, n.l. elkaar geen pijn doen, op tijd stop zeggen en als er iemand stop zegt dan ook echt stoppen.) Dit stoeien heeft een belangrijke functie namelijk het oefenen van de grove motoriek en de sociale omgang (men mag elkaar geen pijn doen). Onder begeleiding van een tienerwerker kan dit leiden tot een prettige sfeer binnen de groep wat essentieel is voor een bloeiend tienercentrum.

 

Omdat tieners meer lawaai maken als ze roepen en hun bewegingen breder zijn als bij jongere kinderen wordt dit vaak niet gezien als een vriendelijk stoeipartijtje. In deze maatschappij is het niet gewoon dat tieners stoeien in het openbaar, vaak wordt dit aangezien als vechten. Tieners, zeker jongens, willen op z’n tijd erg graag stoeien en hebben daar ruimte voor nodig. Zorg daarom dat er voldoende ruimte is om te stoeien zonder dat tieners zich bezeren of dat het hele interieur stuk gaat. Een sporthal is daarom een ideale en veilige omgeving voor deze tieners om zich te bewegen.

 

Er zijn naast voetballen en stoeien nog enkele andere sporten die tieners graag doen b.v.:

 

  • Van de dikke matten een hut maken waarin tieners een eigen plekje creëren.
  • Op de kasten staan en vervolgens slingeren naar beneden aan touwen waarna ze op dikke matten vallen.
  • Springen op de springplank en dan salto’s maken en neerkomen op dikke matten (alleen onder begeleiding)
  • Een soort judo op de dikke matten.
  • Apenkooien, hierbij staat de hele sporthal vol met spullen om te sporten. Ook hierbij is deskundige begeleiding nodig.

 

Het is belangrijk om tieners te stimuleren te sporten en dat kan het beste door leuke activiteiten te organiseren, of dit nu door de tienerwerker of de tieners zelf gedaan wordt is in dit geval niet belangrijk. Wel belangrijk is dat de mogelijkheid geschapen wordt om dit te kunnen doen.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

2.3 Creëer rust in het tienercentrum

 

Als een tiener met groot kabaal zeer negatief binnenkomt is het belangrijk om te kijken of er iets aan de hand is, of er iets niet goed is gegaan die dag. Zoals bij de Gorden methode wordt beschreven, wordt er eerst gekeken wat er aan de hand is en vervolgens bevestig je dat het deze tiener niet goed gaat. Er wordt aan de tiener gevraagd wat er aan de hand is. Iedere keer dat ik dit gedrag in de praktijk tegenkwam bleek dat er iets niet goed ging, er waren problemen op school, thuis of met vrienden. Het is belangrijk dat men er met de tiener over praat en vervolgens merk je dan dat het negatieve gedrag van deze tiener verminderd. Als dit in een rustige omgeving plaatsvindt dan zal dit gedrag niet uit de hand lopen en sneller oplossen.

 

Iedereen heeft complimenten nodig ook de tieners, van complimenteren groeien ze. In de puberteit zijn de tieners heel erg onzeker omdat er zoveel veranderd. Daarom zijn tieners gevoeliger voor complimenten en minder gevoelig voor straf. Tenslotte kun je met honing tieners lijmen. Als je tegen tieners zegt dat ze zo volwassen en verstandig zijn, dan voelen ze dat als een compliment en proberen ze hun gedrag  verder te verbeteren. (willen meer complimentjes) Ook is het voor iedere tiener belangrijk om te ervaren dat ze welkom zijn, en daarom is het begroeten van de tieners op de manier van “Hallo Jacky, leuk dat je weer  langskomt” erg belangrijk. Dit beïnvloed de sfeer op een positieve manier, het kan de kou uit de lucht wegnemen en de nodige rust creëren.

 

Neem de tieners altijd serieus en behandel ze als “gelijke”, waardoor ze beter gaan luisteren, ook als er een ruzie is. De tieners willen gehoord worden, ze willen serieus genomen worden. Als de tienerleiding niet laat merken dat hij/zij het initiatief heeft gezien dan zal de tiener het initiatief herhalen (zeuren, aandacht vragen, vervelen e.d.) Als men naar de mening van de tiener luistert en daar op een goede manier op reageert kunnen tieners beter met verschillende situaties omgaan. Ze zijn dan eerder geneigd om te luisteren naar wat je te vertellen hebt. Hoe eerder de tienerwerker reageert op het initiatief van de tiener, hoe eerder de rust is weergekeerd. Als men op tijd reageert op initiatieven van de tieners is het goed mogelijk dat er helemaal geen onrust komt, dus blijft het rustig in je tienercentrum.

 

Tieners zijn vaak erg onrustig, er gebeurt van alles op die leeftijd, zoals de ontdekking van de seksualiteit, hun identiteit e.d. daarom is het belangrijk dat de houding van de tienerwerker ten opzichte van de tieners rust moet uitstralen. Ik bedoel te zeggen dat er een rustige en gemoedelijke sfeer moet hangen ondanks dat de tieners veel lawaai kunnen maken. Alle kinderen hebben een rustpunt nodig, de meest agressieve en onrustige tiener wordt rustig en handelbaar als er rust gecreëerd wordt, zo heb ik dit in de praktijk ervaren. Er is dan een beter overleg tussen de tieners onderling. Als de tienerleiding rustig is dan kan deze de situatie beter overzien. De tieners vinden het belangrijk om een veilige en rustige plaats te hebben waar ze zonder zich zorgen te hoeven maken kunnen experimenteren. Ik ben er van overtuigd dat als men de tieners rustig benaderd, óók als ze iets verkeerds hebben gedaan, het ten goede komt aan de positieve sfeer. Tieners zijn over het algemeen erg onrustig. Als men met de tieners altijd rustig overlegt, zonder stemverheffing, heeft dit als effect dat de tieners veel eerder gaan luisteren. Dan vertellen ze eerder wat ze zelf over verschillende  onderwerpen vinden en hebben daar ook vaak hele goede ideeën over. Als de tienerwerker onrustig is dan worden de tieners ook onrustig en krijgen daardoor eerder ruzie met elkaar. Dit effect werkt hetzelfde als bij ouders van kleine kinderen, waar je dit effect heel duidelijk kunt zien.

 

Heel vaak komt het voor dat tieners elkaar aanspreken op hun gedrag, “Dat doe je toch niet! Blijf van die koekjes af! Zit jan niet zo te pesten!” zijn uitspraken die je dan hoort. Tieners spreken elkaar aan op hun gedrag en dat is tot op zekere hoogte goed, het is belangrijk voor de participatie van de tieners, ze helpen elkaar om een beter mens te worden. Conflicten kun je onderling op laten lossen en af en toe kun je als tienerwerker een manier voorstellen  die de tieners kan helpen om uit het conflict te komen als ze er zelf niet meer uit kunnen komen. Tienerparticipatie zie je regelmatig, beslissingen nemen over hoe je met de computer om moet gaan, huisregels opstellen voor de tieneropvang enz.  Doordat je tieners serieus neemt en met respect behandelt creëer je rust, tieners voelen zich gehoord.

 

Volgens de Algemene Rechten Van Het Kind dat Nederland ondertekent heeft zijn alle jongeren gelijk, d.w.z. dat zowel gemakkelijke- als probleemjongeren van een open tienercentrum gebruik mogen maken, ga je bepaalde “lastige” tieners buitensluiten dan wordt er gediscrimineerd. Er zijn jongerencentra waar probleemjongeren geweerd worden, wat kan resulteren dat deze jongeren op een zeker moment agressie kunnen gaan gebruiken, materieel of tegen personen, dus is het zaak om samen een oplossing te vinden waar iedereen het mee kan vinden.Op een of ander moment komen probleemjongeren naar de tieneropvang. Het beste wat je kunt doen om een zo goed mogelijke sfeer te creëren is om alle jongeren een plek te geven waar rust heerst, want rust creëert rust. Geef jongeren een plek waar ze rust kunnen vinden en waar ze gewaardeerd worden, waar geen spanning heerst en waar iedereen gerespecteerd wordt. Dat is de basis van een goed contact met iedere jongere.

 

Tieners willen vooral doen waar ze op dat moment zin in hebben en in de tijd die ze zelf kiezen. De tieneropvang staat voor participatie van de jeugd, het zelf indelen van de tijd die ze te besteden hebben in hun vrije tijd in het tienercentrum. Het zelf regelen of ze willen sporten en als ze dat willen, zelf bepalen wat ze in de sporthal willen doen, zelf hun spelregels maken. De tieners beslissen in een afgebakend kader waar ze mee willen sporten, b.v. als de tieners in de sporthal willen voetballen bepalen ze zelf de spelregels. Het is belangrijk voor de tieners dat ze veel mogen en niets moeten, het is de taak van de tienerwerker om sport op een uitdagende manier aan te bieden zodat de tieners uit zichzelf graag sporten. Tieners kunnen zich dan uitleven, ze kunnen hun agressie kwijt door bijvoorbeeld hard tegen een voetbal te schoppen of een rondje hard te lopen. Ook stoeien zorgt ervoor dat tieners elkaar eerder accepteren, waardoor er meer rust zal ontstaan in het tienercentrum

 

Door gesprekken met tieners is mij duidelijk geworden dat elk mens ervaringen op een eigen manier ervaart, wat niet wil zeggen dat wat ervaren wordt ook de hele realiteit is. Ook bij juridische zaken, bijvoorbeeld bij getuigen, werkt het geheugen niet op een absolute manier. Het beleven van de ervaringen uit het verleden van een tiener wil nog niet zeggen dat dit 100% reëel hoeft te zijn, wel kan met zekerheid gezegd worden dat de tiener deze ervaring op zulke manier ervaart en voelt. De ervaring en het gevoel daarbij is voor de betreffende tiener het belangrijkste omdat dit het gedrag van de tiener bepaalt en niet de realiteit. Het is extreem belangrijk om deze gevoelens niet te bagatelliseren en de tiener in zijn gevoel serieus te nemen. Wat de tiener tegen de tienerwerker vertelt kan, ondanks dat deze het goed bedoelt, toch anders overkomen en de tienerwerker interpreteert dit op haar/zijn eigen manier omdat deze ook een eigen verleden heeft met eigen belevenissen, iedereen heeft zijn of haar eigen geschiedenis.

 

Ik heb gemerkt dat als er een ruzie is en je vraagt naar de reden van de ruzie, dat de tieners soms tegenstrijdige verklaringen afleggen, de ander heeft het gedaan. Vaak vraag je jezelf af wie er gelijk heeft en regelmatig komt de ruzie voort uit het feit dat de tieners de toedracht anders ervaren. Daarom zal er altijd naar beide partijen geluisterd moeten worden en zal er begrip moeten worden bewerkstelligt naar beide partijen toe. Het is hierbij heel belangrijk om de gevoelens van de ander te leren begrijpen.

 

Vaak is het elkaar aanstoten al een reden tot ruzie bij de tieners en ziet men niet wat de ander aan het doen is. Veel kinderen zien niet wat er om zich heen gebeurd, waardoor ze schrikken als er iets onverwachts gebeurd zoals het tegen elkaar oplopen of iets per ongeluk om stoten. Het is de moeite waard om de tieners daar op te wijzen en hen te doen beseffen dat er meer om hun heen gebeurd als ze zelf zien. Probeer daarom de tieners bij ruzie met elkaar te laten praten, geef ze een alternatief mee zodat ze leren met elkaar om te gaan zonder dat het tot een conflict komt. Leer de tieners om sorry te zeggen tegen elkaar en laat ze inzien dat dit veel minder emoties met zich mee brengt dan als er ruzie komt. Je kunt de tieners leren, als ze zichzelf verontschuldigen, dat de consequenties veel minder ernstig zijn dan als ze dat niet doen, een ruzie maakt het probleem veel ernstiger als nodig is.

 

Omdat tieners nog niet volwassen zijn maken ze meer fouten dan volwassenen, geef tieners daarom de ruimte om fouten te maken en laat ze er iets van leren. Dit kan in een meer gecontroleerde omgeving zoals de thuissituatie, op school of in een tienercentrum zodat er direct op ze ingespeeld kan worden. Als je met respect en rustig omgaat met de tieners komt het goede naar boven, steeds complimenten geven voor positief gedrag draagt enorm bij aan een positieve instelling en daardoor goed gedrag van de tiener. In tegenstelling tot de harde aanpak, waar je alleen de scherpe kantjes er af kunt halen. Als tieners meer zelfvertrouwen krijgen dan zullen ze minder behoefte hebben aan negatieve aandacht en wordt er een positieve sfeer geschapen, wat weer leid tot rust in het tienercentrum.

 

 

 

Twee tieners hebben ruzie. Een jongen schopt een meisje, zodat het meisje op de grond valt en vervolgens kreunt van de pijn. Enkele tieners komen de tienerwerker halen. Deze gaat naar het slachtoffer om te kijken wat er aan de hand is. De tienerwerker vraagt aan een collega om het slachtoffer naar de huisarts te brengen en de ouders worden meteen gewaarschuwd. Om rust te krijgen in de groep vraagt de tienerleidster of de dader naar huis wil gaan. Doordat de tienerleidster dit rustig vraagt gaat de dader ook zonder mokken naar huis. Als het slachtoffer weer terug is wordt er door de tienerleidster met de groep gesproken over de emoties die dit incident opriep. De ouders namen het slachtoffer daarna mee naar huis en de rust was weergekeerd. Daarna heeft de tienerwerker met de dader en zijn ouders over de situatie gesproken.

 

 

 

De tieneropvang is een voorportaal dat preventief kan werken en problemen kan signaleren, deze signalering is erg belangrijk als er een groep van tieners bij de tieneropvang komt die vrij overheersend is. Door excursies, workshops e.d. kan er gewerkt worden aan preventie zoals een bezoek aan een jeugdgevangenis, een workshop over drugs, een film maken over alcoholmisbruik enz. Door op een positieve manier met deze tieners om te gaan en leuke activiteiten aanbied zullen deze tieners rustiger worden en positiever naar andere tieners.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

2.4 Geef altijd het goede voorbeeld !!!

 

De beste methode om tieners iets te leren en te zorgen dat ze je serieus nemen is om voor te doen, of zoals men zegt “voor te leven”. De tienerwerker heeft een voorbeeldfunctie te vervullen, goed voordoen is ook goed nadoen. Met deze gedachte kan men de tieners ook leren om volwassen te worden. Als de tienerwerker oneerlijk is, doordat deze dingen mag doen die de tieners niet mogen b.v. koffie drinken waar de tieners dat niet mogen, nemen de tieners de regels niet meer serieus. De tieners zeggen dan dat ze het niet eerlijk vinden, hierdoor luisteren ze niet meer naar wat er vertelt wordt, hier zijn tieners erg gevoelig voor. Er wordt de tieners overal geleerd om eerlijk te zijn tegen anderen, als anderen dat dan niet zijn dan kunnen de tieners op een gegeven moment besluiten om ook maar niet eerlijk te zijn.

 

 

 

Een tienerwerker zit aan een tafel op een bepaalde plek in het tienercentrum de tieners in de gaten te houden en kon (omdat de tieners druk waren) daarom niet van deze plek weg. Een collega brengt haar een kopje thee. Op deze plek echter mogen de tieners niet drinken. De tienerwerker gaf aan dat ze op dat ogenblik de thee niet aan kan nemen omdat dat geen goed voorbeeld was voor de tieners. Er zou anders een verkeerd signaal gegeven worden aan de tieners en deze zouden dan terecht kunnen zeggen dat zij ook op deze plek iets mogen drinken

 

 

 

Een voorbeeld:


Als de ouder zelf rookt en deze zegt tegen de tieners dat zij dat niet mogen doen, dan zullen de tieners vaak niet luisteren omdat ze dan kunnen denken dat het niet zo veel kwaad kan omdat de ouder ook rookt.
Roken beide ouders niet en deze ouders leggen uit dat roken ongezond is, dan zal de tiener daar eerder naar luisteren. De ouders geven dan het goede voorbeeld.

 

Het is algemeen bekend dat wat volwassenen voordoen de jeugd probeert te imiteren, dat geld ook voor slecht gedrag. Als opvoeders een slecht voorbeeld geven dan is de kans groot dat tieners dat nadoen, zoals roken, schelden, slecht rijgedrag in de auto, geen respect tonen voor de medemens en ga zo maar door.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

 

 

Op een dag zag de tienerwerker dat de beheerder van de sporthal aan het praten was met de tieners. De tienerwerker kwam er achter dat hij de tieners aan het uitleggen was hoe ze wietplantjes konden kweken, waar de tienerwerker het uiteraard niet mee eens was. Deze tieners waren juist heel vatbaar voor dit gedrag en de tienerwerker wilde voorkomen dat ze beïnvloed werden door het slechte gedrag van een volwassen man.

 

 

 

2.5 Verantwoordelijkheden gekoppeld aan vrijheden

 

De stimulans om verantwoordelijkheden op zich te nemen wordt vergroot als men vrijheden koppelt aan verantwoordelijkheid. Als voorbeeld neem ik een tiener die met vrienden of vriendinnen uit wil gaan, de ouders zijn ongerust dat hun tiener iets overkomt, waardoor ze de tiener de verantwoordelijkheid geven om van te voren te regelen dat ze goed thuis komen zodat de ouders niet ongerust hoeven te zijn. De tiener krijgt dan als vrijheid van de ouders dat hij/zij uit mag gaan. Dus als er niet voldaan wordt aan de verantwoordelijkheid (de tiener kan de verantwoordelijkheid niet aan en regelt geen vervoer), dan krijgt hij/zij ook de vrijheid niet, tot het moment komt dat de tiener de verantwoordelijkheid wel aan kan. Bij duidelijke uitleg van de ouders is het heel goed mogelijk dat de tiener de verantwoordelijkheid met daaraan gekoppeld de vrijheid van het uitgaan ook accepteert en de volgende keer zal het daarom beter gaan. Ook als de tiener in het uitgaanscentrum is en er een reden is om te laat thuis te komen dan is het de verantwoordelijkheid van de tiener om even naar huis te bellen zodat de ouders niet ongerust hoeven te zijn. Mocht de tiener deze verantwoordelijkheid niet aan kunnen dan kunnen de ouders de vrijheid en de verantwoordelijkheid, die samengaan met het uitgaan, even terugnemen tot er een moment komt dat ze denken dat hun tiener er aan toe is.

 

Ook in een tienercentrum kan men verantwoordelijkheden koppelen aan vrijheden. Het is belangrijk om de tieners van te voren uit te leggen welke verantwoordelijkheden bij welke vrijheden horen. Als de tiener de verantwoordelijkheid niet aan kan is het niet verstandig om de vrijheid te geven zonder dat je de verantwoordelijkheid die erbij hoort hieraan koppelt. Als je zelf ziet of als de tiener aangeeft dat hij/zij de verantwoordelijkheid kan dragen, dan kan men het opnieuw proberen tot het de tiener lukt. Het moet naar de tiener toe heel duidelijk zijn dat het niet erg is dat het een keer niet gelukt is en dat je niet boos bent, maar dat hij/zij het later weer eens kan proberen tot het lukt.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

2.6 Waar kom je extra problemen tegen en wat kun je hieraan doen?

 

Allereerst gaan we kijken bij welke groep tieners en op welke plaats de meeste problemen voorkomen. In het algemeen kan men stellen dat de problemen vooral bij randgroepjongeren voorkomen.

 

 

 

”it’s concerned with how we are treated and regarded more generelly and with having greater say and control over the whole of our lives. Whatever our age, ethnicity, gender or sexuality we are entitled to be ourselves, be accepted for what we are and not valued or subject to oppression.” 

 

(Croft and Beresford)

 

 

 

Wat is een randgroepjongere?

 

De definitie van randgroepjongere is volgens Van Dale:

 

  1. Randgroep: bevolkingsgroep die niet mee kan komen met de samenleving
  2. Randgroepjongere: jongere die leeft aan de zelfkant van de maatschappij

 

Een randgroepjongere is een jongere die (vaak s ’avonds) regelmatig met meerdere vrienden/vriendinnen op straat te vinden is. Vaak wordt het pas problematisch als jongeren rommel laten slingeren, harde muziek draaien, vernielingen aanrichten, agressief zijn en/of drugs gebruiken. Deze jongeren kunnen vaak thuis niet terecht om diverse redenen.

 

  • Door problemen thuis
  • Ouders zijn niet thuis
  • Jongeren mogen geen vrienden meenemen naar huis
  • Jongeren hebben zelf een probleem

 

Vaak blijken deze jongeren gevoelige aardige tieners te zijn indien men ze wat aandacht en vriendelijkheid geeft.

 

 

 

Koen vertelt dat z’n zus is verkracht en laat merken dat hij hier erg mee zit. Na een gesprek met hem geeft de tienerwerker hem het advies om hulp te zoeken voor zichzelf en z’n zus.

 

 

 

Het is mijn vermoeden dat jongeren die opvallen door hun gedrag meer psychische problemen hebben dan jongeren die niet opvallen. (jongeren die opvallen door hun gedrag zijn jongeren die zich agressief en extreem stoer gedragen of jongeren die extreem teruggetrokken of aanhankelijk zijn). De agressieve jongeren hangen vaak op straat rond en vallen daar op door de overlast die ze veroorzaken.

 

Deze tieners kwamen regelmatig bij het tienercentrum waar ik gestationeerd was. Naarmate deze tieners vaker in het tienercentrum kwamen en doordat dit soort tieners meer open werden ten opzichte van mij is dit vermoeden  steeds meer bevestigd.

 

Ik heb me vaak afgevraagd, als de tieners extreem druk en agressief bij de tieneropvang binnen kwamen, waarom de tieners dit gedrag vertoonden. Het kan zijn dat het uit is met de verkering, ruzie met ouders of het ging op school niet goed, dit gedrag kan diverse oorzaken hebben.

 

 

 

Op een gegeven moment kwam er een groep tieners met veel bombarie erg luidruchtig en bazig bij de tieneropvang. Deze tieners, die naar ze zelf zeggen vernielingen aanrichten, discrimineren (White Power)  en zeer dominant aanwezig waren, was moeilijk te bereiken. Eerst ging de tienerwerker bij deze groep zitten en maakte ze een praatje, dit deed ze om te kijken wat voor vlees ze in de kuip had. De tienerwerker observeerde deze groep om te kijken hoe ze deze, voornamelijk uit jongens bestaande groep, kon helpen om op het rechte pad te blijven. Voor deze groep moest de tienerwerker meer uit de kast halen dan bij de jongere tieners die bij het tienercentrum binnen kwamen. Om wat meer grip op deze groep te krijgen vroeg de tienerwerker zich af wie de leider was van de groep, om vanaf daar te beginnen. Ze had het idee dat de andere tieners de leider volgde in zijn gedrag. De tienerwerker probeerde persoonlijk contact te krijgen met deze jongen en begon hem te observeren, waarna er gesprekken volgde. Deze jongen bleek erg onzeker en had kenmerken van een depressie. Hij praatte erg negatief over de thuissituatie en de maatschappij, hij vond zichzelf een mislukkeling. De tienerwerker vroeg zich af of dat misschien de oorzaak was van het gedrag dat hij vertoonde. Door positief op hem in te spelen probeerde ze hem een beter beeld te geven van de maatschappij, hem het idee te geven dat niet alles en iedereen tegen hem was en dat er ook mensen waren die om hem geven zoals zijn vrienden. Dat had een positief effect op hem, het bleek dat hij zich erg thuis voelde bij de tieneropvang en hij gedroeg zich op deze plek ook redelijk netjes. Je kon zien dat hij erg zijn best deed om zich goed te gedragen. Na interventie op de leider en gesprekken met andere leden van deze groep is de situatie in het tienercentrum met betrekking tot deze groep tieners positief verandert.

 

 

 

De groep die de meeste problemen gaf in de maatschappij en bij de tieneropvang was een groep die de meeste persoonlijke problemen had. Door gesprekken met de betreffende tieners is gebleken waarom deze groep niet goed functioneerde waardoor ik een lijst met problemen heb opgesteld om te laten zien dat, door deze tieners hulp te bieden, er de scherpe kantjes af te halen waren. Deze tieners functioneerde niet goed om de volgende redenen:

 

  • Een tiener die een ouder heeft met manische depressiviteit.
  • Tieners waarvan een van de ouders alcoholverslaafd is.
  • Tieners die depressieve gevoelens hebben, waarvan één tiener al in behandeling was.
  • Tieners die te maken hebben met scheidingsproblematiek.
  • Een tiener die geen contact meer heeft met één van de ouders.
  • Verwaarlozing door een of beide ouders.
  • Het vermoeden van mishandeling.
  • Tieners met ADHD.
  • Tieners met dyslexie.
  • Een tiener die analfabeet is.
  • Eenzame tieners.

 

Het is mijn overtuiging dat, door deze problemen, de tieners grote kans hebben dat ze:

 

  • Eerder agressief worden (sneller grijpen naar geweld t.o.v. andere tieners)
  • Sneller in aanraking komen met drugs
  • Eerder crimineel gedrag vertonen
  • Sneller op straat vernielingen aanrichten
  • Eerder geluidsoverlast veroorzaken

 

Dit komt vaak door frustratie en het onvermogen om met hun problemen om te gaan en omdat deze tieners niemand hebben die ze begrijpt.

 

Als de tienerwerker de wetenschap heeft dat tieners door omstandigheden slecht gedrag vertonen kan deze positiever op deze tieners reageren. Deze tieners dienen wel op hun gedrag aangesproken te worden en moeten leren om verantwoordelijkheid te nemen. Ze gedragen zich vaak “slecht” en er moet op gewezen worden maar dat wil niet zeggen dat ze ook veroordeelt moeten worden als men nog niet weet wat er onderhuids aan de hand is. De methoden die eerder besproken zijn bij kleine Karen kunnen ook op deze tieners toegepast worden.

 

 

 

 

Het gedrag van Kees, een “lastige” tiener

 

  • Is vaak agressief naar anderen, zowel verbaal als lichamelijk
  • Is vernielzuchtig buiten het tienercentrum
  • Luistert slecht als er gevraagd wordt of hij wil stoppen met bepaalde activiteiten die niet kunnen
  • Is leider van een groep jongens en beïnvloed hen.
  • Zit vaak somber voor zich uit te staren aan een tafeltje
  • Gaat in een sombere bui niet met vrienden voetballen, ook niet na vriendelijk aandringen van de tienerwerker
  • Zegt regelmatig dat hij nergens zin in heeft
  • Zegt dat hij hele dagen op bed doorbrengt
  • Zegt dat hij een slechte relatie heeft met zijn ouders
  • Kruipt weg en huilt als de tienerwerker zegt dat ze op vakantie gaat.
  • Zegt regelmatig dat zijn leven niets waard is
  • Wil met rust gelaten worden als hij somber is
  • Is ervan overtuigt dat hij geen leuke vriendin kan krijgen omdat hij vind dat hij niets waard is

 

 

 

Vaak zie je bij lastige en agressieve tieners dat ze onzeker zijn, heel vaak krijgen ze te horen dat ze niet deugen en alles fout doen, tieners hebben ook positieve aandacht nodig zoals het zeggen als het wel goed gaat. “Jij deugt niet” is hier dan ook een foute uitspraak, het is beter als je alleen de dingen benoemt die fout gaan, met de mededeling dat dit nog enige aandacht nodig heeft en dat ze in de toekomst dit probleem wel onder de knie krijgen. Door hierin geduld te bewaren en de tieners de tijd te gunnen om fouten te herstellen en de juiste vaardigheden onder de knie te krijgen geef je ze zelfvertrouwen. Het is heel belangrijk om het goede uit de persoon te halen, als je hierin extra energie steekt dan zie je de tieners ten goede veranderen. Als een tiener alleen hoort wat hij fout doet, dan gelooft hij/zij dat hij niet deugd, zo kunnen zij de conclusie trekken “als ik het toch nooit goed kan doen, dan doe ik alles maar bewust fout” en dat zie je dan vaak terug in agressief gedrag, vernielzucht, drugsgebruik enz.

Zoals ik in dit hoofdstuk al heb aangegeven kan men het beste deze tieners het goede gereedschap aangeven om ze te leren omgaan met frustraties en invloed uit te oefenen op hun eigen leven.

 

 

 

Een moeder komt naar het tienercentrum. Zonder iets tegen de tienerwerker te zeggen gaat ze naar haar twee zonen in de gymzaal en neemt de schoenen en jas van een van haar zonen mee, vervolgens verdwijnt de moeder (achteraf bleek dat haar zoon een jas en gymschoenen van deze moeder aan had gedaan). De jongen moest zonder jas en schoenen bij een temperatuur onder het vriespunt naar huis toe.

 

 

 

Tieners praten wel eens over het gebruik van een jointje die ze buiten het tienercentrum roken, ze zijn er heel openlijk over, probeer je als tienerwerker te houden aan de adviezen van organisaties zoals Novadic-Kentron (netwerk voor verslavingszorg)  die met jongeren praten over drugs en voorlichting geven. Het is erg moeilijk om een middenweg te vinden in wat goed is voor de jongere tieners die nog geen drugs gebruiken en wat goed is voor de tieners die al drugs gebruiken. Proberen het onderwerp “drugs” bespreekbaar te maken is heel belangrijk. Men kan een workshop geven over drugsgebruik, inclusief het alcoholgebruik dat sommige tieners te veel van nuttigen. Belangrijk is dat men met de tieners openlijk praat over druggebruik en hiervan de gevaren uit legt. Vertel tegen de tieners dat het geldverslindend is om jointjes te kopen, dat het erg verleidelijk is om over te stappen naar harddrugs en dat dit de nodige gevaren met zich mee brengt. Het is verstandig om tieners te stimuleer om sites te bezoeken die over drugsmisbruik gaan, waar ze duidelijk uitleggen wat een drug is en wat de gevaren daarvan zijn. Wat ik hier vertel is een voorbeeld van ‘het goede gereedschap aangeven’ wat heel erg belangrijk is in de puberteit.

 

 

 

Een tiener boert veel en met veel lawaai, hij is agressief en haalt veel koekjes weg. Op een gegeven moment komt de tienerwerker met de vraag of de tiener misschien last heeft van maagpijn waarop deze een bevestigend antwoord krijgt. De tiener vertelt dat hij dagen heeft dat hij zowel s’morgens als s’middags niet eet. Deze tiener at dagenlang geen brood doordat er thuis geen toezicht was. De tienerwerker gaf hem het advies om brood mee naar de tieneropvang te nemen en het daar op te eten met een kopje thee. Thuis was er niemand die hem zei dat hij moest eten en bij de tieneropvang wel, de persoonlijke aandacht die hij kreeg van de tienerwerker was genoeg om hem aan te zetten tot gezond eten. Toen de tienerwerker hem weer zag bij de tieneropvang was deze tiener een stuk rustiger geworden, boerde niet meer en at voldoende.

 

Een tiener is druk en agressief, hij gooit met kussens naar tieners en stoeit  met andere tieners die daar niet om gevraagd hebben. De tienerwerker vraagt hem waarom hij zo druk is, waarop hij zegt dat hij niet weet waar het vandaan komt. De tienerwerker verwacht dat deze jongen zich niet bewust is van wat hij aan het doen is, zij probeert hem opmerkzaam te maken van zijn handelen en vraag regelmatig waar hij mee bezig is. (Bewustwording is voor hem het toverwoord)

 

 

 

Alle tieners zouden aanspraak moeten kunnen  maken op de tieneropvang, ook de moeilijke jeugd. Deze groep tieners hebben extra begeleiding nodig in de vorm van opvoeding. Sommige professionals vinden het al opvoedend genoeg om te zeggen “voeten van de bank” of “niet doen…” . Het is echter belangrijk om de jongeren proberen te begrijpen en ze daardoor op het rechte pad te houden. Het is de laatste mogelijkheid om deze jongeren bagage mee te geven om op een zo goed mogelijke manier volwassen te laten worden zodat ze zelfstandig kunnen leren zijn en ze zelfvertrouwen krijgen. De tieners op het juiste spoor zetten zou eigenlijk een taak van de maatschappij moeten zijn.

 

In mijn ervaringen met kinderen heb ik gezien dat sommige opvoeders waaronder enkele professionals negatief op de zogenaamde “lastige” kinderen reageerden. Volwassenen zijn geneigd om negatief te reageren op kinderen die veel aandacht vragen. Heel vaak zie je dat zulke tieners alleen nog maar negatieve aandacht krijgen en weinig of geen positieve aandacht. Tieners hebben recht op een goede opvoeding volgens de Conventie van de Rechten van het Kind. Op de langere termijn zal een goede opvoeding, of die nou gegeven wordt door de ouders of door een professionele opvoeder, haar vruchten afwerpen. De maatschappij heeft er baat bij als tieners volwaardige en verstandige volwassenen worden. Als men op korte termijn denkt en tieners alleen maar aangeeft wat ze fout doen, zoals “voeten van de bank”, “Jan doe eens wat rustiger “ of “ben je helemaal gek om dat jointje te voorschijn te halen, dat mag je hier niet” dan kan men niet verwachten dat dit ook gedaan wordt als de leiding niet meer aanwezig is. Voor een positieve verandering van de tieners zul je een positieve benadering moeten gebruiken. Complimenteren als de tieners hun activiteiten en omgang met anderen goed doen.

 

Martine Delfos ( psycholoog/therapeut) heeft het heel mooi beschreven in haar boek Ontwikkeling in vogelvlucht, ontwikkeling van kinderen en adolescenten, hierin staan drie gouden regels voor gedragsverandering, deze zijn:

 

  1. Stoppen van gedrag kan door corrigerend optreden en straffen. Er wordt géén nieuw gedrag geleerd en géén ongewenst gedrag afgeleerd. Het maakt de kans op gedrag kleiner als de pakkans groter is.
  2. Nieuw gedrag leren kan door het gedrag te bekrachtigen, belonen. De sterke bekrachtiger is het versterken van het zelfbeeld, waardering uiten.
  3. Gedrag afleren kan alleen door uitdoven, extinctie, bijvoorbeeld door negeren.

 

Als de groep tieners, die drugs gebruiken of enig ander gedrag vertonen die niet toelaatbaar is, vaker bij je tienercentrum binnenkomen kun je deze tieners beter leren kennen en kun je aan hun gedrag gaan werken. Als je hiermee een goed resultaat kunt behalen dan is dit zeker de moeite waard, de tieners én de maatschappij zou je daar een goede dienst mee kunnen bewijzen.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

 

 

Hans van 15 kwam binnen met veel kabaal, hij schold en tierde door de gang. Eenmaal binnen vroeg de tienerwerker rustig wat er aan de hand was. Zeer onrustig nog vertelde Hans dat hij een ongeluk had gehad met zijn brommer. Hij was tegen een auto gereden, de brommer was flink beschadigd. Hij vertelde dat het zijn schuld niet was en was zeer kwaad op de bestuurder van de auto. De tienerwerker zag dat hij erg geschrokken was van het voorval, hij zag erg wit. Ze stelde hem gerust en ze liepen samen naar de brommer die hij met zijn zakgeld gespaard had, hij kon met moeite de benzine en het onderhoud betalen. De uitlaat van de brommer was kapot en het stuur stond krom, dat zou hem een lieve duit kosten.

 

 

 

2.7 Gedrag gerelateerd aan instincten

 

Enkele eigenschappen van de mens zijn terug te voeren naar de oertijd. Iedereen heeft in meer of mindere mate agressie in zich evenals andere instincten zoals groepsgedrag en territorium gedrag. Instincten zijn per definitie niet slecht, ze beschermen ons in de natuur en dit heeft ervoor gezorgd dat de mens zo succesvol is. Natuurlijke vijanden hebben we van ons af kunnen weren door deze instincten. In deze tijd hebben we geen natuurlijke vijanden meer in de westerse wereld (op de mens zelf na). De mens is geëvalueerd naar de homosapiën, een zoogdier dat de hersenen gebruikt om te overleven.

 

We zijn verschillend met andere zoogdieren omdat we van onze verstandelijke vermogens gebruik kunnen maken. De mens is een zoogdier die niet alleen op instincten leeft, wij hebben het vermogen om onze instincten enigszins onder controle te houden dankzij onze hersenen.

 

Ieder mens heeft oerdriften die wij door middel van ons verstand onder controle willen  (en kunnen) houden. Kinderen hebben deze driften nog niet helemaal onder controle, ook tieners zullen dit nog enigszins moeten leren. Iedereen kan er zich iets bij voorstellen als mensen zeggen: “dit huis is mijn bezit en hier heb je te doen wat ik goeddunk”, wat een vorm van territoriumgedrag is. Hoe groot of klein dit territorium ook is, mensen hebben een eigen plaats nodig. Dit zie je bijvoorbeeld als mensen naar een concert gaan, mensen gaan nooit uit zichzelf direct naast een vreemde zitten als er nog genoeg plaats is om ruimte te scheppen voor zichzelf.

 

Ook agressie is een drift die de mens moet leren onder controle te houden omdat we anders in het gedrang komen met de volgende oerdrift n.l. de drang om bij een groep te horen. Het is in de dierenwereld bekend dat als men in een groep kan functioneren, de soort beter in staat is om te overleven. Als iemand te agressief is kan deze persoon niet goed in een groep functioneren en isoleert zich dan van de groep, waardoor de bescherming van deze persoon én de groep in het gedrang komt, de groep kan daardoor in gevaar komen. Te denken valt aan iemand die door agressief gedrag andere mensen iets aan doet zodat de groep zich moet beschermen door deze persoon af te zonderen (de persoon komt in de gevangenis).

 

Tieners zijn, net als alle mensen, zoogdieren. Bij dieren in het wild zie je dat de “pubers” de leiders uit gaan proberen. Dit doen ze om hun plaats in de rangorde te bepalen, bij mensen is dit net zo. Tieners dagen de volwassenen uit om hun plaats in de maatschappij te kunnen bepalen. Het is dus een natuurlijk proces dat tieners juist op deze leeftijd “moeilijk” zijn. Kijk er daarom niet van op als de tieners weer eens “lastig” zijn. Je ziet bij tieners heel duidelijk welke tieners gezag accepteren en welke niet. Door te kijken hoe ver ze kunnen gaan, proberen de tieners hun plaats in de maatschappij te bepalen. Uit bovenstaande blijkt dat als de mens één van deze oerdriften niet genoeg onder controle heeft een van de andere driften in het gedrang komt.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif

 

 

 

 

 

Ik keek op een dag naar Animal Planet, er was een documentaire op deze zender die een onderzoek liet zien naar de reden waarom in een bepaald gebied van Afrika neushoorns werden verwond en gedood. Normaal gesproken hebben neushoorns geen natuurlijke vijanden, dus het was ongewoon dat dit zo gebeurde.

 

De sterfte onder de neushoorns bleek na onderzoek door een groep jonge olifanten te zijn bewerkstelligt, zij tiranniseerden de neushoorns.

 

Onderzoekers wilden nagaan wat de oorzaak was van het gedrag van deze olifanten omdat normaal gesproken de olifanten in dit gebied harmonieus samen leefden met de neushoorns.

 

Het bleek om een groep jonge olifanten te gaan die nog niet zo lang in het natuurreservaat waren losgelaten om een groep te vormen. Men wist toen nog niet dat deze puberende olifanten van de volwassen olifanten moesten leren om met de omringende natuur om te gaan. Toen er later volwassen olifanten bij deze groep jonge olifanten werden bijgezet was het probleem opgelost. De neushoorns konden weer naast de olifanten leven zonder voor hun leven te hoeven vrezen.

 

Killer elephants – 25 mei 2005 - Animal Planet                      

 

 

 

3 Tot Slot

 

In dit hoofdstuk heb ik uitgelegd dat, welke methode je ook gebruikt, dit niet genoeg is om precies 100% van de tieners op de juiste wijze te begeleiden naar volwassenheid. Groepswerk vraagt om een bepaalde omgangsmethode zoals de Self Directed Groepworks methode laat zien. De Gordon methode die gericht is op individuen is bij uitstek goed om met verschillende individuen te leren omgaan. Deze twee methoden kan men ook door elkaar heen gebruiken d.w.z. dat je ook individuele tieners met de Selfdirected Groepwork Methode kunt helpen en groepen voor een deel ook met de Gordon Methode. Daarom probeer ik twee methoden met elkaar te combineren en voeg ik eventueel nieuwe elementen toe naar gelang dit nodig is in de praktijk. Verder is het belangrijk dat verschillende groepen zoals de rustige tieners en de zgn. “lastige” jeugd bij elkaar te brengen zodat ze van elkaar kunnen leren. Als het mogelijk is om deze twee groepen op een goede manier samen te laten zijn dan moet dat zeker geprobeerd worden. In dit hoofdstuk geef ik een voorbeeld hoe je dat zou kunnen doen. Tieners willen heel graag volwassen zijn en daar hebben ze nog enige begeleiding bij nodig. Het is daarom niet terecht dat je van tieners vraagt om zich volwassen te gedragen. In sommige opzichte zullen ze al volwassen gedrag vertonen en in andere opzichten zullen ze nog kind zijn en omdat iedere tiener een andere geschiedenis heeft doorgemaakt en een ander karakter heeft kun je niet bij voorbaat zeggen dat alle tieners hetzelfde zijn en hetzelfde te leren hebben. Dat zou een te gemakkelijke voorstelling van zaken zijn, de praktijk wijst anders uit. Daarom stel ik voor om de tieners het juiste gereedschap aan te geven en te stimuleren om op een goede manier met elkaar om te gaan. Hierbij is het belangrijk om rust te creëren omdat je met rust heel veel kunt bereiken met tieners. Verder heb ik verteld dat je aan vrijheden ook verantwoordelijkheden kunt koppelen zodat de tiener een groter verantwoordelijkheidsgevoel zal ontwikkelen. De tienerwerker zal het goede voorbeeld moeten geven zodat deze ook serieus genomen zal worden in datgene wat deze wil bereiken, dat is een goed lopende tieneropvang waar rust heerst en die tieners stimuleert om zich te ontplooien. Ik heb het ook gehad over de “lastige” tieners die het redelijk goed zouden kunnen doen als er de nodige rust en respect in het tienercentrum  heerst zodat ook deze tieners uitgedaagd worden om goed hun best te doen en ze meer zelfvertrouwen krijgen waardoor ze minder negatieve aandacht vragen. Verder vraag ik me af wat het gedrag van tieners veroorzaakt, is dit een natuurlijk gedrag dat te maken heeft met oerdriften?

 

Laat tieners eens af en toe kinderen zijn en onbezorgd een potje stoeien of lekker samen giebelen als ze daar behoefte aan hebben. Er staat een grote druk op tieners, door de hormonen die door hun lijf gieren en hen daardoor seksueel actief maakt. Ze ontdekken dat ze verantwoordelijkheden krijgen die ze liever niet willen omdat ze nog af en toe kind willen zijn. Het is een hele onrustige tijd voor ze en daarin willen ze begrepen worden.

 

 

 

Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: Beschrijving: D:\My Web Sites\mysite\Files\Tieneropvang\Tieneropvang een nieuw concept\Graphics\pijl.gif