free website templates

Geluk en zelfvertrouwen

Voor ieder kind,

ook voor het "speciale"

John Bowlby

De hechting van kinderen:

Van 1968 tot 1980 heeft John Bowlby een theorie geschreven over de hechting van kinderen. Deze theorie is erg belangrijk geweest voor het besef dat het essentieel is voor kinderen om een goede hechting te krijgen. In onderstaand artikel geef ik weer wat je in de kinderopvang kunt doen met de kennis die men heeft over de hechting van kinderen en wat het effect kan zijn in de kinderopvang.

Een goede hechting

Het is voor ieder kind belangrijk dat er op zeer jonge leeftijd een goede hechting is met de opvoeder. Meestel gaat dit ook goed, maar soms is er, door omstandigheden, een slechte hechting ontstaan en dat heeft dan effect op het verdere leven van het kind. Een goede hechting is essentieel. Kinderen die goed gehecht zijn zullen ook zelfvertrouwen opbouwen, hierdoor durven ze op onderzoek uit te gaan. Omdat dit boek geschreven is om kinderen geluk en zelfvertrouwen te wensen is dit een belangrijk onderwerp.

An unattached child, even at the age of three or four, cannot easily attach himself even when he is provided with the most favourable conditions for the formation of a human bond. The most expert clinical workers and foster parents can testify that to win such a child, to make him care, to become important to him, to be needed by him, and finally to be loved by him, is the work of months and years. Yet all of this, including the achievement of a binding love for a partner, normally takes place, without psychiatric consultation, in ordinary homes, and with ordinary babies, during the first year of life...
Selma Fraiberg, psychologe in: Every Child's Birthright: In Defense of Mothering, 1977
Heeft het kind in de eerste jaren genoeg aandacht gekregen en dus zelfvertrouwen opgebouwd dan zal het op latere leeftijd meer zelfstandig spelen en minder aandacht vragen als kinderen die dit gemist hebben. John Bowlby, schrijft over de hechtingstheorie, dat kinderen door voldoende aandacht in de eerste jaren, meer zelfverzekerd en zelfstandiger zijn als kinderen die deze aandacht niet of onvoldoende hebben gehad. Dus als opvoeders kinderen voldoende aandacht geven en deze niet afwijzen zullen deze kinderen gezond opgroeien en daardoor ook rustiger spelen, wat weer rust geeft in bijvoorbeeld een groep kinderen in de kinderopvang.

Een slechte hechting kan een klinische of een psychische oorzaak hebben zoals ziekenhuisopname (klinisch), verwaarlozing, mishandeling of psychische aandoeningen zoals autisme of aanverwante stoornissen.

Aandacht vragen:

Als kinderen veel aandacht vragen door naar je toe te komen en opgepakt willen worden (of een knuffel willen) is het belangrijk om ze niet af te wijzen. Door, al is het maar heel even, het kind op zo’n moment aandacht te geven die het vraagt zal het kind zich gerustgesteld voelen en zelfvertrouwen ontwikkelen. Dit kun je doen door het even aan te spreken of belangstellend te zijn naar waar het kind op dat moment mee bezig is. Je kunt het kind even een aai over het bolletje geven of een hand op de schouder leggen. Het hoeft niet lang te zijn, nadien kun je het kind weer laten spelen. Het is in zo’n situatie slecht voor het kind om het steeds af te wijzen omdat het kind dan geen vertrouwen kan opbouwen met de opvoeder, wat belangrijk is voor het zelfvertrouwen.
Depressieve moeder en baby gebaat bij contact 
In Nederland krijgen jaarlijks 20.000 vrouwen na de bevalling een depressie. Hun baby’s hebben meer kans op sociaal-emotionele problemen. Er is steeds meer bewijs dat vroege communicatie tussen ouder en kind cruciaal is bij de ontwikkeling van het kind. De moeder-baby interventie van RIAGG Ijsselland bestaat uit huisbezoeken bij depressieve moeders, met de focus op contact tussen moeder en kind. De interactie en hechting verbetert en dit effect is er na een half jaar nog. (RUN)
(Brabants Dagblad, 30 november 2007)

Een slechte hechting kan verbeterd worden door het kind, zoals ik hierboven aangaf, genoeg aandacht en affectie te tonen zodat het opnieuw aan een persoon kan hechten. Dit kan de ouder zijn, een therapeut, een andere opvoeder of op latere leeftijd een nieuwe partner. Kinderen kunnen zich aan meerdere personen hechten.

Als je kinderen te vaak straft als het kind op een negatieve manier aandacht vraagt, zal het ook váker aandacht vragen omdat het niet gehoord wordt en is de opvoeder meer tijd kwijt aan het mopperen op het kind. Als je rustig op het kind reageert en je geeft het kind het nodige gereedschap om op een normale (positieve) manier aandacht te kunnen vragen zal het kind niet zo vaak om aandacht vragen. Het is al immers gehoord en het kind weet dat als er iets is waar het mee zit, dat het naar de opvoeder kan gaan. Het kind krijgt zelfvertrouwen.

 Ieder kind heeft aandacht nodig.

“Ik heb het toch altijd gedaan, waarom zou ik het daarom niet doen?”

Veel kinderen die druk zijn en onhandig, die veel aandacht nodig hebben, hebben het gevoel dat ze overal de schuld van krijgen. In deze maatschappij worden kinderen die opvallen door hun gedrag door sommige volwassenen niet op dezelfde manier bejegend als kinderen die goed luisteren en rustig zijn. Vaak zijn deze volwassenen afwijzend en negatief (“doe toch eens normaal”) Vaak zeggen deze volwassenen met rust gelaten te willen worden en er is een tendens bij sommige volwassenen, die zeggen dat als ze lief zijn tegen zulke kinderen, dat andere kinderen er dan onder lijden. Vaak vertellen deze mensen dan dat het toch geen zin geeft om lief te zijn tegen een druk kind of ze zeggen dat het kind het niet verdient heeft. Het kind wordt op een stoel of in de hoek gezet zodat de volwassenen er geen last meer van hebben of er wordt tegen deze kinderen gezegd dat ze altijd stout zijn en vervelend. Als deze kinderen maar genoeg op deze manier bejegend zijn gaan ze er zelf in geloven, ze geloven dan dat ze stout zijn of vervelend en daarom gedragen ze zich dan ook zo.

Een kind heeft van nature de nodige aandacht nodig en als een kind op een normale manier geen aandacht krijgt zal het op een negatieve manier aandacht vragen. Op deze manier krijgen ze in ieder geval de nodige aandacht. Deze kinderen bouwen daardoor geen zelfvertrouwen op en vragen steeds vaker op een negatieve manier aandacht en de volwassene reageert in bovenstaand voorbeeld op de manier als (“ga weg en ga spelen” of “vraag toch eens niet zo veel aandacht”) vaak is al van jongs af aan op zulke manier op deze kinderen gereageerd. De enige oplossing is om deze kinderen te leren om op een positieve manier aandacht te vragen, waardoor ze zelfvertrouwen op kunnen bouwen en daardoor later niet zo veel aandacht meer nodig hebben. Als kinderen zoals in de hechtingstheorie beschreven is, niet genoeg aandacht krijgen dan kunnen kinderen niet voldoende aan een persoon hechten en zullen ze toch aandacht vragen totdat ze voldoende aandacht krijgen om zelfstandig en zelfverzekerd te kunnen zijn. Dit kan doorgaan totdat de kinderen volwassen zijn. In extreme gevallen, als kinderen verwaarloost zijn of mishandeld, kunnen mensen tot aan hun dood zóveel bevestiging vragen aan de omgeving dat het anderen gaat irriteren. Deze mensen zijn ontzettend onzeker in hun leven en hebben erg weinig zelfvertrouwen.

In de kinderopvang zal het kind met pedagogisch medewerkers te maken krijgen en om zich veilig te voelen zal het kind dus aandacht vragen. Als het kind aandacht genoeg krijgt van deze persoon zal het kind rustig kunnen spelen in de wetenschap dat het veilig is en dat er iemand in de buurt is waar het kind naar toe kan gaan als het angstig is en met vragen zit. Het is een soort uitvalsbasis die vertrouwd moet zijn voor het kind. Met het nodige zelfvertrouwen durven ze dan op verkenning uit te gaan, ze weten daardoor dat er altijd iemand is waar ze naar toe kunnen als het te spannend voor ze wordt.

Het ene kind is het andere niet en het ene kind heeft behoefte aan meer positieve aandacht om zich veilig te voelen als het andere kind.

Hoe vragen kinderen de noodzakelijke aandacht?

Kinderen die zich veilig voelen gaan op ontdekkingstocht en kunnen veel beter zelf spelen. Ik heb hieronder een overzicht gemaakt.

In het voorbeeld kun je duidelijk zien welk van de interventies het beste werkt. In het eerste voorbeeld zal het kind nt zo lang doorgaan tot het de aandacht van de opvoeder heeft, daarna pas stopt het kind. Het kind heeft in dit voorbeeld behoefte aan aandacht en troost, ook al is het maar een hand op de schouder of een aai over het hoofd. In het tweede voorbeeld wordt het kind meteen gerustgesteld en getroost en kan het snel weer verder spelen.

Als een kind behoefte heeft aan aandacht en liefde komt het kind naar je toe en wil bij je zijn en als het dan hierin bevredigt is zal het kind uit zichzelf de omgeving gaan onderzoeken. Het krijgt daardoor voldoende zelfvertrouwen en het vertrouwen in de opvoeder zodat het de omgeving durft te verkennen. Als de ouder of opvoeder het kind hierin niet bevestigt dan zal het kind net zolang naar deze bevrediging gaan zoeken tot het deze krijgt. Een andere (overlevings)strategie van het kind is om zich af te sluiten voor de onveilige gevoelens waardoor het kind op den duur psychische stoornissen zal kunnen gaan ontwikkelen. Het kind kan de behoeftes van de opvoeder gaan bevestigen in de hoop dat het de erkenning en de liefde van de opvoeder krijgt die het nodig heeft. Het is belangrijk dat ook de professionele opvoeder, zoals pedagogisch medewerkers in de kinderopvang, het kind de gelegenheid geeft om zelfvertrouwen op te bouwen door het kind in de gelegenheid te stellen om de aandacht, die het kind nodig heeft, te geven.

Kinderen die niet zelfverzekerd zijn zullen altijd blijven vragen of zij het wel goed doen totdat het moment komt dat zij genoeg bevestiging krijgen van de opvoeder. Hoe ouder het kind wordt hoe moeilijker het is voor deze kinderen om te geloven en te beleven dat zij er toe doen doordat het, steeds als ze de moeite nemen om aandacht en liefde te vragen, zij negatieve ervaringen terug krijgen. Het zal steeds moeilijker worden om het nodige zelfvertrouwen en de waardering voor deze kinderen op te bouwen waardoor zij op den duur psychische stoornissen zullen kunnen ontwikkelen zoals een depressie.

Nienke is een kindje van 5 jaar. Bij haar valt op dat het erg hangt aan Jannie de pedagogisch medewerker. Ze gaat niet uit zichzelf iets leuks doen, ze weet nooit wat ze leuk vind. Jannie ziet dat vader niet erg geïnteresseerd is in hoe Nienke haar tijd bij de buitenschoolse opvang besteed, ze krijgen te horen dat alleen moeder zich met de opvoeding bemoeit.

Het zou kunnen dat Nienke in bovenstaand voorbeeld niet voldoende gehecht is in de eerste periode van haar leven. Dit kan doordat zij veel in het ziekenhuis heeft gelegen, dat de ouders niet voldoende aandacht aan het kind besteed hebben of door andere oorzaken. Ook kan het zijn dat Nienke een pleegkind is dat uit een kindertehuis komt en niet genoeg aan haar opvoeders heeft kunnen hechten. Het is in dit geval belangrijk dat Nienke een veilige haven heeft waar het naar toe kan. Als Nienke bijvoorbeeld bij de buitenschoolse opvang is, zou men haar de mogelijkheid kunnen geven dat ze bij iemand terecht kan. Er zou voldoende gezegd moeten worden dat ze de moeite waard is. Daarna zou de pedagogisch medewerker haar voorzichtig kunnen stimuleren om te gaan spelen met de andere kinderen.

Een kind dat niet voldoende gehecht is heeft het vertrouwen nog niet dat het veilig kan spelen zonder dat ze de opvoeder zien. Het moet steeds een bevestiging hebben dat het goed is wat het aan het doen is. Het kind zal eerst meer zelfrespect en zelfvertrouwen op moeten bouwen wil het net zo goed kunnen functioneren als de andere kinderen.

Een slechte hechting:

De verlatingsangst van Jan

Er zijn kinderen die de ervaring hebben dat ze verlaten zijn door een of beide opvoeders. Deze kinderen kunnen een flinke angst ontwikkelen om verlaten te worden. Als kinderen (voor een langere tijd) verlaten worden door een of beide ouders is dit vaak een traumatische ervaring. Zeker als de hechting al niet zo goed was dan zal het kind geen of erg moeilijk vertrouwen kunnen opbouwen met (andere) volwassenen. Jan was zo’n kind. Hij was een kind die, als je hem zag, steeds de grenzen van een opvoeder zocht om te kijken of deze (door zijn gedrag) hem afwees. Als hij dan ook afgewezen werd dan kon hij tegen zichzelf zeggen: “zie je wel, ik ben de moeite niet waard, iedereen gaat bij me weg”. Jan was naar buiten toe erg negatief ingesteld, op alles wat men tegen hem zei deed hij erg grof terug. Het leek wel of hij het niet leuk vond dat iemand positief tegen hem deed. Misschien was hij bang om de nieuwe positieve gevoelens bij hem te ontdekken met de angst dat deze weer weggenomen zouden worden. Bij zulke kinderen zul je erg veel geduld moeten hebben om resultaat te krijgen. Het allerbelangrijkste is om hem het vertrouwen terug te geven in zichzelf en in anderen door rustig te blijven, ook al zijn deze kinderen erg negatief.

Een stagiaire vertelt dat ze bij een andere organisatie stage moest lopen. Ze kreeg daar te horen dat ze de kinderen in het kinderdagverblijf niet mocht knuffelen omdat dit aan de ouders voorbehouden was (vond men daar).
Baby laten huilen of eerder ingrijpen?

Kinderen geven aan hoeveel (positieve) aandacht ze nodig hebben. Baby’s vragen nog erg veel aandacht. Als een ouder laat zien dat het genoeg heeft van al dat gehuil dan zal de baby dit als negatief ervaren en zal om positieve aandacht gaan vragen. Ga op tijd naar de baby toe en je zult merken dat het kind minder aandacht zal vragen. Naarmate het kind ouder wordt zal het minder aandacht nodig hebben (mits deze genoeg positieve aandacht krijgt), het kind wil zichzelf graag bezig houden en op ontdekkingsreis kunnen gaan. Een kind heeft genoeg positieve aandacht nodig om zich te kunnen ontwikkelen tot een zelfverzekerd mens.

Hoe ziet de scheidslijn er uit van negatieve, goed of te weinig aandacht?

Te veel aandacht bestaat niet, je kunt een kind wel verstikken door het te veel vast te willen houden of het kind te dicht bij je te willen houden. Het kind zal dit dan ook als negatief gaan ervaren en zal een poging doen om van de schoot af te komen en “vrij” te kunnen spelen.

 Conclusie:

Duidelijk is het dat als een kind slecht gehecht is, het ongelukkig wordt doordat het geen zelfvertrouwen kan opbouwen. Het kind kan daar in het latere leven erg veel last van hebben en zelfs psychisch erg onder lijden. Een goede hechting is essentieel voor een kind om psychisch gezond te kunnen zijn. Als een kind goed gehecht is, is er een belangrijke stap gezet in het doel dat we ons stellen, een gelukkig leven leiden.

(John Bowlby, Attachment and Loss, 1968-1980)

© Copyright 2019 Wilma Verhagen - All Rights Reserved