Mobirise

Geluk en zelfvertrouwen

Voor ieder kind,

ook voor het "speciale"

Emmy Pickler:

De opvoedkundige methode en de tijd:


In dit artikel ga ik in op de manier waarop je met verschillende methodes om kunt gaan als deze lang geleden geschreven zijn. Ik gebruik de Pikler methode omdat deze net als vele andere methoden lang geleden geschreven zijn en de tijd hierin een rol speelt. Zelf gebruik ik naast andere methodes de Pikler methode omdat deze methode de zelfredzaamheid van het kind bevordert en de hechting van het kind stimuleert. De Pikler methode is daarom een erg goede methode om toe te passen en past in het kader van dit boek als zijnde een opstapje naar het doel dat mij voor ogen staat, n.l. het geluk van het kind. Voor verdere uitleg over de methode van Emmi Pikler verwijs ik naar de Emmi Pikler Stichting Nederland die een uitgebreid assortiment aan documentatie heeft. ( http://pikler.nl/ )

Om uit te leggen wat tijd doet in het kader van de verschillende methodes geef ik voorbeelden, in dit geval uit de Pikler Methode. 

Het glas versus de tuitbeker:

Met de Pikler methode kun je de zelfredzaamheid van de kinderen versterken waardoor deze meer zelfvertrouwen ontwikkelen. Kinderen leren met deze methode in een vroeg stadium om dingen zelf te doen zoals het zelf drinken, aankleden of schoenen strikken.
Ook de hechting aan personen, zoals de pedagogisch medewerker, wordt door deze methode versterkt. Doordat er één op één gewerkt wordt als het kind de fles krijgt, eet of een schone luier aan krijgt, en ook de nodige aandacht die erbij gegeven wordt, kan het kind aan de persoon(en) hechten die hiervoor moet(en) zorgen.
Mensen die de hechtingstheorie van Bowlby kennen zullen weten dat de kinderen die voldoende gehecht zijn ook eerder zelfstandig de wereld gaan verkennen. Als bijkomend voordeel kunnen de pedagogisch medewerkers de tijd dat de kinderen voor zichzelf zorgen aan andere kinderen besteden. Bijvoorbeeld andere kinderen coachen in hun zelfredzaamheid.

Het criterium voor een goede ontwikkeling is niet hoe vroeg een kind (baby) een bepaalde beweging heeft aangeleerd maar veeleer hoe zelfverzekerd het die beweging probeert en oefent, en hoe veelzijdig en harmonieus het deze uitvoert.
Anna Tardos, kinderpsycholoog, en Myriam David, kinderpsychiater, in: De Visie van Emmi Pikler (respectvolle verzorging, vrije bewegingsontwikkeling), Stichting Emmi Pikler Fonds, 2002

Als men kiest om te gaan werken op de manier van Emmi Pikler dan zal men ook moeten kijken wat er in de wetenschap nog meer onderzocht is op dat gebied. Emmi Pikler was in haar tijd revolutionair en modern, maar er zijn verschillende aspecten in haar aanpak die beter kunnen omdat er nieuwe ontwikkelingen zijn geweest ná haar studie. Als voorbeeld neem ik het geven van drinken uit een glas aan een baby.
Met een glas wordt er veel geknoeid dus men kan niet zien hoeveel de baby/peuter gedronken heeft. In het verleden zag men dat de baby/peuter stukjes uit het glas beet en dat kon gevaarlijk zijn. In de tijd van Emmi Pikler was er geen andere optie, er waren nog geen plastic (tuit)bekers. Er zijn daarom speciaal voor deze jonge kinderen bekers ontwikkeld die veel veiliger waren als het glas dat voorheen werd gebruikt. Is er iets op tegen om een baby uit een glas te laten drinken? Nee, als het tenminste niet in conflict komt met de mogelijkheden die een baby heeft en de veiligheid voorop staat. Sommige kinderen zijn bijvoorbeeld wat later in de motorische ontwikkeling, het vastpakken van een glas kan dan nog te moeilijk zijn en het kind laat het voortdurend vallen. Ook kan het zijn dat het kind op mentaal gebied nog niet rijp genoeg is en laat het glas steeds vallen als het de aandacht verlegt. In zulke gevallen kan een tuitbeker een oplossing zijn omdat het kind deze gemakkelijker in de hand kan houden en als het op de grond valt gaat de beker niet stuk en het drinken blijft er in zitten. Ook voor kinderen die bijten op het glas is een tuitbeker ideaal, deze kunnen dan geen glas in hun mond krijgen. Dus, het kan geen kwaad om te proberen om het kind uit een glas te laten drinken, maar maak er geen halszaak van als het nog niet lukt en pak eventueel een tuitbeker zodat het kind toch zelfstandiger kan worden.

Er zijn organisaties waarbij het kind uit een glas moet leren drinken als het nog erg jong is, en als de kinderen dit eenmaal kunnen, gaat men over naar een plastic beker. Het argument om het kind zelfstandiger te maken door uit een glas te laten drinken geld dan schijnbaar niet meer.

De (tuit)beker is in de loop van de tijd steeds verbeterd, het gebruik van een tuitbeker komt de zelfredzaamheid van het kind dan ook ten goede, het kan daardoor meer zelfvertrouwen ontwikkelen.

De voordelen van een tuitbeker t.o.v. een glas op een rij:

1. Er kunnen geen stukjes uit gebeten worden zoals bij een glas.

2. De baby/peuter kan de tuitbeker goed vasthouden omdat deze twee oren heeft.

3. De baby/peuter kan er goed uit leren drinken zonder al te veel te knoeien doordat het een (goedsluitende) deksel heeft met een tuit.

4. Men kan zien wat de baby/peuter aan drinken op heeft, ook als de beker een keer op de grond valt.

5. De tuitbeker kan niet stuk vallen in tegenstelling tot een glas. Kinderen lopen dan niet meer het gevaar om in stukjes glas te lopen als de beker op de grond is gevallen

Men moet methoden altijd in het juiste perspectief zien en in de tijd plaatsen waarin deze gebruikt werd.

Een andere omgeving:

Ook is het belangrijk om te weten in welke setting de methode wordt gebruikt, bijvoorbeeld Emmi Pikler had een kindertehuis, dus de kinderen waren daar dag en nacht.

De methode die Emmi Pikler aanwende om deze kinderen een goede jeugd te geven kon niet door anderen worden verstoord.

Kinderen van het kinderdagverblijf komen ’s morgens van huis af en worden door de ouders afgezet, ’s avonds komen de ouders het kind weer halen. Het kind is dus een hele tijd onder invloed van de ouders die vaak een andere opvoedingsmethode toepassen als het kinderdagverblijf. Dat wil zeggen dat kinderen veel kunnen verschillen met de kinderen die onder de hoede waren van Emmi Pikler. Het valt te begrijpen dat organisaties het beste willen voor de kinderen, maar doordat er verschillen zijn in opvoeding bij hun ouders, zijn er ook veel kinderen die verschillend reageren. Dat wil zeggen dat er kinderen zijn die bijvoorbeeld extra aandacht nodig hebben op bepaalde gebieden in hun ontwikkeling en gedrag. Hier zal ook rekening mee gehouden moeten worden. De methode van Emmi Pikler is een goede methode die gebruikt kan worden als middel (gereedschap) om goed met kinderen om te gaan, maar het mag nooit een doel op zich worden. Dan zul je het doel voorbij streven, het doel om de kinderen in hun ontwikkeling te begeleiden, om ze zelfstandig te laten worden, wat ieder kind op zich nodig heeft.

Men mag er dus niet van uitgaan dat je dezelfde resultaten krijgt in de kinderopvangsituatie als in en kindertehuis omdat men in een kindertehuis geen invloeden heeft van ouders.

In voorgaand schrijven wil ik geen commentaar leveren op de Pikler methode, maar op de manier waarop verschillende organisaties deze (willen) toepassen. Laat ik even duidelijk zijn…

De Pikler methode is een goede methode, deze methode geeft het kind de gelegenheid om op zijn/haar eigen tempo zichzelf te ontwikkelen omdat er een goede hechting plaatsvindt en het kind de aandacht krijgt die het nodig heeft. Kijk alleen verder dan het boek van Emmi Pikler, wat is er in de tijd tussen dat het boek verscheen en nu veranderd/verbeterd. Als men hierop let dan kun je met een gerust hart de Pikler én andere methoden toepassen.

Wat ik jammer vind is, dat de Pikler methode vaak alleen gebruikt wordt voor kinderen in het kinderdagverblijf en niet voor kinderen die ouder zijn zoals kinderen die naar de buitenschoolse opvang gaan. Ook hier is het van belang dat kinderen in hun eigen tijd zich kunnen ontwikkelen en zelfvertrouwen moeten krijgen door zelfstandig te worden zoals Pikler voorstaat. Dat houdt niet op als je 4 jaar bent.

Conclusie:

De Pikler methode is een uitstekende methode om kinderen hun zelfvertrouwen op te kunnen bouwen en de hechting van het kind met de pedagogisch medewerker te stimuleren. Deze methode werkte uitstekend in de situatie van een kindertehuis omdat de ouders geen of erg weinig invloed hadden op de omgang en opvoeding van de kinderen. Het geluk van de kinderen stond voorop en dit is een belangrijke conclusie die ik voor 100% onderschrijf. Het is echter al jaren geleden dat Emmi Pikler haar bevindingen beschreef en liet publiceren. In de tussentijd zijn er nieuwe ontwikkelingen op industrieel gebied gebeurd zoals de ontwikkeling van een tuitbeker. De Pikler methode is in een tijd geschreven waarin de ontwikkeling van de tuitbeker nog niet aan de orde was. De situatie die Emmi Pikler beschreef waren ideaal in een kindertehuis maar kan niet een op een overgenomen worden in de kinderopvangsituatie. Belangrijke conclusie is daarom dat men moet nadenken over de methode die men wil gebruiken en kijken of er hier en daar wat aanpassingen nodig zijn als men ziet dat er ten voordele van het kind in de loop van de tijd verbeterde alternatieven zijn.

Emmi Pikler (1902-1984), Baby’s in beweging, werken volgens Emmi Pikler in de kinderopvang, Emmi Pikler Nationaal Methodologisch Instituut voor Residentiele Kindertehuizen – Hongarije) ( http://pikler.nl/ )

© Copyright 2019 Wilma Verhagen - All Rights Reserved