free bootstrap themes

Geluk en zelfvertrouwen

Voor ieder kind,

ook voor het "speciale"

De Selfdirected Groepwork methode

Wat houdt deze methode in?

Deze methode sterkt mensen in het (opnieuw) opbouwen van zelfvertrouwen. Het geeft mensen het leven in eigen handen door gebruik te maken van de groep. Een groep van mensen die zich goed in kunnen leven in de situatie van deze persoon doordat ze in dezelfde situatie zitten. De Self Directed Groupwork methode is goed toepasbaar in groepen en zal resulteren in het weerbaar maken van personen tegen misbruik of onderdrukking.

In deze methode spreekt men van empowerment wat wil zeggen dat men zich weerbaar kan maken tegen misbruik van macht, het in handen nemen van het eigen leven.

Omdat misbruik van macht ook verborgen en zelfs subtiel kan zijn, zoals in opvoedings-situaties, is het belangrijk dat het kind zich weerbaar kan maken en inzicht krijgt in verschillende situaties.

De Selfdirected Groupwork Methode staat voor:

Personen de mogelijkheid geven om hun eigen problemen te definiëren.
Personen hun eigen doelen te laten bepalen en daarop actie te ondernemen.
Samen met anderen een kant op te gaan die men zelf gekozen heeft.

Het zelfbewust worden is cruciaal om mensen wakker te schudden van hun “slavernij”, en te bevrijden en kiezen voor een eigen weg. Het versterken van de eigen macht (zelfvertrouwen) tegen misbruik of discriminatie.
Met misbruik en discriminatie wordt in deze bedoeld: racisme, machtsmisbruik (ook in het werk), tegen seksuele oriëntatie, klasse, leeftijdsdiscriminatie, ziekte enz. Zowel sociaal (in de maatschappij) als in de persoonlijke levenssfeer (in de thuissituatie, privé)
Empowerment van personen in een groep is belangrijk omdat men in een groep steun kan vinden en van elkaar kan leren. Dit is een krachtig instrument, wat ikzelf ook ervaren heb in de kinderopvang. Als voorbeeld geef ik de situatie van een 9 jarig meisje dat erg onzeker was, zich lelijk en niet goed genoeg voor een ander vond, ze had een erg negatief zelfbeeld. Door gebruik te maken van de groep om haar te steunen in “een positief zelfbeeld te creëren” is het gelukt om dit meisje meer zelfvertrouwen te geven om weer een leuke en vrolijke meid te worden. De kinderen in de groep, vooral de meisjes hebben haar erg gesteund.

Het afwijzen van bepaalde bevolkingsgroepen omdat ze anders zijn kan als resultaat hebben dat ze weggezogen worden in hun onvermogen. Het onvermogen om er mee te leren omgaan. Alle kansen om controle te hebben over hun eigen leven wordt hen dan ontnomen.
Audrey Mullender en Dave Ward, Self Directed Groupwork, Users take action for empowerment, Whiting & Birch Ltd, 1998

De Self Directed Groepwork methode kenmerkt zich doordat je op een bepaalde manier vragen kunt stellen. Door deze vragen te stellen kan men er achter komen:

Wat is er mis met me
Hoe kan ik het verwoorden
Wat heb ik nodig
Hoe kan ik het probleem oplossen

Door vragen te stellen en zich te wapenen kan men meer zelfvertrouwen opbouwen en ervoor zorgen dat men hier niet zoveel last meer van ervaart. De woorden hoe, wat en waarom komen in deze methode dan ook veelvuldig voor. Zoals:

Wat is er aan de hand?
Waarom is dit zo?
Hoe kan ik ervoor zorgen dat het beter met me gaat?

Door de manier waarop je iets zegt kun je het kind het idee geven dat het zelf op bepaalde dingen komt. Je kunt jezelf afvragen hoe je dingen kunt formuleren zodanig dat het kind denkt dat deze het zelf bedacht heeft. Als een kind achter een bepaald standpunt staat (omdat het denkt dat het zelf bedacht is) dan zal het er meestal naar handelen.

In de Self Directed Groupwork methode kun je de cliënt sturen naar de juiste richting, zonder dat deze er van bewust is dat die gestuurd wordt n.l. in de richting van de zelfsturing. Ik heb in het verleden met tieners gewerkt en door middel van het zelf doen kon ik de tieners zover krijgen dat ze me na deden. Ook door enthousiast te zijn kun je kinderen ergens enthousiast over maken. Je kunt jezelf bijvoorbeeld als voorbeeld nemen in bepaalde situaties.

Wat betekent deze methode in de kinderopvang?

Allereerst zal men moeten weten wat de definitie is van macht zodat niet iedereen een andere betekenis aan macht geeft. Ook zal men diverse machtsverhoudingen moeten kunnen doorzien.

Misbruik van macht
---------------------------------------------------------------------
Macht = eigenbelang
Macht = het belang van de bevooroordeelde

Er zijn diverse machtsverhoudingen:

Opvoeder                 ► kind                    (verschil in generatie)
Ouder kind               ► jonger kind      (verschil in leeftijd en grootte)
Zelfverzekerd kind ► verlegen kind (verschil in mentale gesteldheid)
Sterk kind                 ► zwak kind       (verschil in fysieke gesteldheid)

Als een kind iets wil hebben dat een ander kind heeft en de machtsverhouding is als verlegen versus vol zelfvertrouwen dan zal het kind met het meeste zelfvertrouwen het meestal winnen. Dus als een pedagogisch medewerker ziet dat een kind dat veel zelfvertrouwen heeft iets wil wat een ander kind heeft met weinig zelfvertrouwen dan kan deze pedagogisch medewerker:

1. Het kind dat verlegen is leren om voor zichzelf op te komen (door zich groot te maken en met besliste en harde stem te zeggen dat hij/zij dit niet wil)


2. Het kind dat veel zelfvertrouwen heeft leren om behoeftes uit te stellen en leren wachten tot het andere kind niet meer wil spelen met het speelgoed. Ook kan dit kind leren om sociaal te zijn en rekening leren houden met de ander, zich in te leven in de ander.

Wanneer gebruikt men te veel macht?

Rekening houden met elkaar is géén machtsmisbruik. Als een kind van de ouder alles zelf op moet ruimen wat deze heeft gebruikt is dit een leerproces en dit is dan ook prima. Moet een kind alles opruimen van iedereen, dus ook van broers en/of zussen of ouders kan dit misbruik zijn van macht tenzij de ouder of broer en/of zus gehandicapt of door een andere oorzaak niet kan opruimen, dan hoort het weer onder “rekening houden met elkaar”. Het is nog een verschil of dit eenmalig is of dat het kind dit altijd zou moeten doen.
De scheidslijn tussen wat je van het kind mag verwachten en wat niet, ligt in datgene wat het kind op een bepaalde leeftijd aan vaardigheden zal moeten kennen. Heeft het kind nog niet voldoende vaardigheden dan zal de opvoeder daar geduld voor moeten opbrengen en er nog aandacht aan moeten schenken.

Er zijn legio voorbeelden te noemen waarin misbruik wordt gemaakt van macht ten opzichte van het (zwakkere) kind. De taak van de pedagogisch medewerker is om dit soort situaties te herkennen zodat er ook actie op ondernomen kan worden. Ook het herkennen van misbruik van macht bij zichzelf kan al een hele verbetering zijn voor het kind.

Het kind moet ontzettend veel regels leren kennen in het leven. Dat van het eigen bestaan om te overleven, dat van het gezin, school en maatschappij. Overal dient het kind de regels te kennen en daarvoor dus de nodige vaardigheden te leren. Op het punt dat de ouders/opvoeders of maatschappij de regels alleen voor eigen gewin (niet in het belang van het kind) gebruiken is men over de streep van goed opvoeden en zal er machtsmisbruik ontstaan.

Waarom wil iemand macht over het kind?

Omdat men ervaren heeft wat machtsmisbruik is in de eigen situatie?

Veel mensen beseffen niet in welke machtspositie ze zitten en dat het erg gemakkelijk is om hier misbruik van te maken en regelmatig gaat dit ook onbewust. Het is dan ook zaak om dit te leren herkennen.

Het machtsspel van volwassenen:

“Omdat ik het zeg!”
“Je hebt maar respect voor me te hebben!”
“Je hebt maar naar me te luisteren!”
“Doe dit!”
“Ruim dat eens op!”

Als volwassenen in een groepje met elkaar staan te praten zal niemand er iets van zeggen, zijn het echter tieners en wordt de politie erbij gehaald zodat deze tieners worden weggestuurd dan is dit een zuivere vorm van machtsmisbruik. Maken de tieners echter rommel en veel lawaai, dan kan men er iets van zeggen. Als dit niet voldoende helpt dan is de oproep van de politie gerechtvaardigd, dus dan is dit geen machtsmisbruik.

Regelmatig zie je dat volwassenen meer macht gebruiken als nodig is in de opvoeding.
Als een collega tegen je zegt “doe dit!” dan zul je vaak terugzeggen:”doe het zelf” en op z’n minst zul je het denken. Als men tegen kinderen zegt “doe dit!” dan wordt van ze verwacht dat ze doen wat je zegt. Er wordt regelmatig niet eens op een nette manier gevraagd of ze dit uit eigen beweging zouden willen doen. Tegen kinderen wordt vaak terecht of onterecht gezegd “ruim dat eens op!” of “raap dat eens op!” en dat moeten kinderen heel normaal vinden. Volwassenen pikken dit niet meer en terecht, maar waarom wordt dat van kinderen dan wel verwacht?

Tot hoever mag een kind een eigen wil of mening hebben?
Mag een kind zeggen, dat wil ik niet?

Het is in ieder geval belangrijk voor een kind dat het voor de eigen integriteit op komt!

Je moet kinderen niet harder aanpakken als hoogst noodzakelijk omdat je anders de kans hebt dat de kinderen aan de straf wennen. Kijk eerst naar het doel wat gehaald moet worden en kijk wat je daar voor nodig hebt, dus gebruik niet meer macht als nodig is om een bepaald doel te bereiken. Als een kind op moet ruimen, vraag dan eerst op een vriendelijke manier of het op wil ruimen, probeer het eerst op een positieve manier klaar te krijgen. Je kunt bijvoorbeeld een lied gaan zingen voor kleine kinderen, dat gerelateerd is aan het opruimen. Iedere keer als je dan gaat opruimen kun je dat lied gaan zingen. Het voordeel hiervan is dat kinderen van jongs af aan leren dat opruimen niet altijd vervelend hoeft te zijn, het kan best een gezellige bezigheid zijn als je het samen met het kind doet. Ga je al bij voorbaat commanderen dan zul je zien dat kinderen een hekel krijgen aan opruimen, zeker als ze dat alleen moeten doen, dat is saai. Kinderen kunnen dan hun macht gebruiken om aandacht te krijgen op een negatieve manier en dat is niet je bedoeling. Je werkt dan slecht gedrag in de hand terwijl dit niet nodig is.

In de reële wereld zijn er kinderen die volwassenen kunnen manipuleren. De volwassene zal moeten leren doorzien wat kinderen willen en kunnen en daarop moeten reageren. Belangrijk in deze is dat de machtsverschillen geminimaliseerd worden waardoor er een open en gelijkwaardige omgang kan plaatsvinden. Kinderen moeten leren om met elkaar en met volwassenen om te gaan zonder te hoeven strijden. Over het algemeen zijn volwassenen geestelijk en lichamelijk sterker dan kinderen. In dit boek probeer ik volwassenen en kinderen bewust te laten worden van de diverse machtsverschillen die er zijn en hoe je daar mee om zou kunnen gaan. Het duidelijk maken hoe de maatschappij in elkaar zit en daar op de juiste manier mee om te gaan is van groot belang om een zelfbewust persoon te worden.

Machtsverhoudingen kunnen altijd worden misbruikt en het is de taak van de pedagogisch medewerker om dit niet te laten gebeuren.

Men kan anders zijn in o.a. karakter, godsdienst of lichamelijke en geestelijke kenmerken (inclusief diverse lichamelijke en geestelijke verschillen en/of handicaps). Er zijn nog te veel mensen die zich er aan ergeren dat mensen anders zijn en dat is jammer. Het feit dat mensen anders zijn als jij is een rijke ervaring, het is een onderdeel van onze maatschappij. Het geeft een goed gevoel als je mensen die anders zijn kunt begrijpen en respecteren. Mensen die anders zijn willen ook graag gerespecteerd en geaccepteerd worden anders vallen ze regelmatig buiten de boot en wordt hun leven een gevecht tegen discriminatie. Ook kinderen die anders zijn willen geaccepteerd worden in deze maatschappij en daar hebben ze ook recht op. Het is belangrijk dat de pedagogisch medewerker zorgt dat kinderen respect voor elkaar kunnen opbrengen, ondanks dat er verschillen zijn in opvoeding, geloof of andere kenmerken.

Wat kan men nog meer doen met deze methode?

De manier waarop de Self Directed Groupwork methode werkt kun je ook gebruiken om andere doelen dan het tegengaan van machtsmisbruik te bereiken. Zo kan men door middel van vragen als Hoe…, wat… en waarom… zichzelf afvragen hoe men verschillende doelen kan bereiken zoals zelfrespect bij kinderen.

Gebruik de kracht van de groep zonder te pushen. Als iemand een fout heeft gemaakt praat daar dan over met de betreffende persoon in het bijzijn van de groep. (niet persé aan de tafel met iedereen erbij, maar het kan op gehoorafstand) In het begin zal het kind misschien verlegen zijn, maar naarmate je dit meer doet en dit een natuurlijk gevoel geeft (iedereen maakt fouten, van fouten kun je leren) zullen de individuele groepsleden het gevoel krijgen dat ze niet alleen staan. “He, die ander maakt dezelfde fout als ik, ik ben dus niet de enige”. De groep zal dan vaak positief reageren door het groepslid te helpen omdat ze zelf ook in dezelfde situatie zitten of gezeten hebben. De groepsleden begrijpen elkaar en kennen elkaars gevoelens. Omdat ze geleerd hebben dat fouten maken niet erg is en dat je “medestanders” hebt, zullen groepsleden niet zo bang en verlegen zijn, ze zullen zich niet zo snel meer schamen over het feit dat ze een fout hebben gemaakt. Ze zullen eerder proberen van de fouten, die ze hebben geleerd te erkennen, bij zichzelf te herstellen en ervan leren. De steun van de groepsleden is hierin erg belangrijk.

Om kinderen te helpen met hun zelfvertrouwen, om hun problemen op te kunnen lossen, is in een groep samenwerken een zeer sterk instrument. Zoals ik al beschreven heb in dit hoofdstuk kun je daar erg goed gebruik van maken. “Ik hoef het niet alleen te doen”, “Ik sta niet alleen” en “Ik ben niet de enige met dit probleem” geeft het kind het gevoel dat ze inderdaad niet alleen staan en geeft de kinderen weer zelfvertrouwen.

Darine, 6 jaar, plast in haar broek en schaamt zich verschrikkelijk zodat ze moet huilen. Omdat Carla, de pedagogisch medewerker, haar (in het bijzijn van de groep) vertel dat ze vroeger toen ze klein was ook wel eens in haar broek had geplast. Ze vertelt dat als mensen maar lang genoeg gekieteld worden ze ook in de broek plassen van het lachen. Hierdoor beginnen de andere kinderen ook aan het gesprek deel te nemen. Eerst vertelt Gosewien dat ook zij wel eens in haar broek heeft geplast en daarna vertelt Jannie dat ze ’s nachts in haar broek plast en daarvoor een wekker nodig heeft. Darine wordt getroost door iedereen in haar buurt en ze begint te accepteren dat ze niet alleen staat. Darine krijgt hierdoor een beter gevoel en begint te accepteren dat ze niet alleen staat, ze hoeft nu niet meer te huilen.

Er wordt wel eens gezegd “pedagogisch medewerkers zijn doeners”, sommige daarvan denken in korte termijn. “Ik zie iets en reageer daarop” terwijl het beter is om eerst na te denken over wat er aan de hand is, “ik zie iets, wat zou er aan de hand zijn?” of “hoe kan ik dit probleem oplossen, op zo ’n manier, dat het kind of kinderen er iets van kunnen leren zodat ze niet meer zoveel last hebben van het betreffende probleem? Kinderen laten nadenken over het ontstane probleem en eventueel een oplossing voordragen zodat de kinderen een goede beslissing kunnen leren maken, kun je leren door de Self Directed Groupwork methode toe te passen. Door de hoe, wat en waarom vragen te hanteren.

Conclusie:

De Selfdirected Groupwork methode is een sterk instrument om kinderen te leren over hoe men machtsmisbruik kan voorkomen. Er zijn diverse machtsverschillen zoals ik heb laten zien. Ook discriminatie is een vorm van machtsmisbruik. De Self Directed groupwork methode kan ook gebruikt worden om andere doelen als het voorkomen van machtsmisbruik te dienen. Groepsleden kunnen elkaar helpen en het kan de band met elkaar versterken.

(Audrey Mullender en Dave Ward, Self Directed Groupwork, Users take action for empowerment, 1998)


© Copyright 2019 Wilma Verhagen - All Rights Reserved